De onverwachte wederopstanding van Keynes
Wie schetst mijn verbazing. Op advies van de Amerikaanse Centrale Bank komt de regering Bush met een programma om de consumptie te stimuleren. Je waant je terug in de jaren zestig van de vorige eeuw. Toen leerden we op school dat een depressie als in de jaren dertig niet meer mogelijk was. Wij hadden nu immers de economische instrumenten die teruggaan op de Engelse econoom John Maynard Keynes. De theorie van Keynes hield de belofte in dat men met renteverlagingen en het vergroten van de staatsschuld de economie kon stimuleren en depressies voorkomen. De theorie van Keynes werd na de Tweede Wereldoorlog de dominante doctrine onder economen. De hoge economische groei leek toen de juistheid van keynesiaans beleid te bevestigen.Tijdens mijn studie economie in Berlijn, rond het midden van de jaren zeventig, bleek ineens dat het feest voorbij was. De economie haperde. De werkloosheid liep op. Tot overmaat van ramp kwam bij de stagnatie ook nog hoge inflatie, 'stagflatie' dus. Pogingen om de economie te stimuleren met keynesiaans beleid leken niet meer te werken. Grote macro-economische rekenmodellen die geïnspireerd waren door de theorie van Keynes maakten ineens stevige voorspellingsfouten. Je kon als student economie op iedere hoek van de faculteit voelen dat het crisis was. Crisis in de economie én in de economische theorie. Boeiende tijden: onze docenten wisten het ook niet meer.
Door de crisis van het keynesianisme ontstond een vacuüm dat moest worden opgevuld. Links was men bezig met de herontdekking van Marx en Schumpeter. Rechts kwamen de volgelingen van Friedman en Hayek met hun propaganda voor het kortwieken van de overheid. Zo ongeveer alles moest worden geprivatiseerd. De sociale dienst moest liefst meteen dicht. Voor de armen hadden we toch de Caritas? Friedman had een recept om de werkloosheid af te schaffen: schrap alle uitkeringen! Dat prikkelt de werkzoekenden tot creativiteit.
Ondanks allerlei theoretische verschillen tussen figuren als Friedman, Hayek of Barro was men rechts over één ding het altijd volmondig eens: de theorie van Keynes deugde van geen kant. De problemen waren er niet ondanks maar dankzij het keynesianisme. Keynesiaans beleid verstoorde de werking van markten. Keynesiaanse economen lieten de staatschuld torenhoog oplopen. Keynesiaans beleid wakkerde de inflatie aan. Kortom, omwille van een gezonde economie moest ieder pleidooi voor keynesiaans beleid te vuur en te zwaard worden bestreden.
De antikeynesiaanse beweging heeft in de economische faculteiten stevig huisgehouden, in alle landen. De klinkende overwinning van rechts op het keynesianisme was ook politiek zeer betekenisvol. Keynes was immers de filosoof van het maakbare, sociaal verantwoorde kapitalisme. Keynes was de peetvader van de sociaal-democratie en van de sociale vleugel van de christendemocratie. De nederlaag van het keynesianisme droeg ertoe bij dat dit soort partijen (en in het bijzonder de sociaal-democraten) door heel Europa in een staat van ideologische verwarring raakten. Deze ideologische verwarring was voor rechts heel belangrijk. Anders was hun streven naar het uitkleden van de welvaartstaat onbegonnen werk geweest.
Maar er was op rechts altijd al een opmerkelijke spanning tussen de leer en de werkelijkheid. Terwijl men keynesiaanse stimulering van de economie via een hogere staatsschuld fel veroordeelde, hadden rechtse regeringen soms wel erg 'keynesiaans' ogende tekorten op hun begroting. Zo behoorden de financieringstekorten van het kabinet Van Agt-Wiegel tot de hoogste in de Nederlandse naoorlogse geschiedenis. Dit belette overigens de VVD niet om links bij andere gelegenheden van 'potverteren' te beschuldigen. Terwijl onder Clinton nog een stuk staatsschuld werd afbetaald, joegen Reagan en Bush de staatsschuld fors op. Maar dit kon men nog als 'aanbodbeleid' verkopen.
Nu komen president Bush en de voorzitter van de Fed, Bernanke, echter met ordinaire keynesiaanse vraagstimulering. Renteverlagingen en geldinjecties zijn nog politiek correct. Maar een tijdelijk fiscaal impuls van 145 miljard dollar om de consumptie te stimuleren en de conjunctuur te redden: dit is onversneden keynesianisme! Alleen een expliciet beroep op Keynes ontbreekt nog.
Ik dacht altijd dat de overwinning op keynesiaans denken voor rechts strategisch ontzettend belangrijk was. Zo belangrijk dat in deze kringen het openlijk propageren van keynesiaans beleid, in welke vorm dan ook, vanzelfsprekend en voor altijd taboe zou zijn. En nu dus deze openbaring. Wat een maakbaarheidsgeloof! Joop den Uyl laat u groeten. Hayek en Friedman draaien zich om in hun graf. Was het fanatisme waarmee rechts ooit het gedachtegoed van Keynes bestreed alleen maar voor de bühne? Of is de nood van de kredietcrisis zo hoog dat men paniekvoetbal speelt en alle ideologische veren afschut? Wat een principeloos pragmatisme! Kent rechts, in het uur van de nood, echt geen schaamte meer?
Ik kijk reikhalzend uit naar de reacties van mijn neoliberale collega's op de onverwachte terugkeer van Keynes – uitgerekend in hun liberale heilstaat.
Dr Alfred Kleinknecht is hoogleraar economie van innovatie aan de TU Delft. Dit stuk werd eerder gepubliceerd in NRC Handelsblad ( 28.1.08).
