Oude en nieuwe grenzen
Mijn grenzenIk ben geboren vlak bij de Nederlands-Belgische grens in Roosendaal. Als jongetje ging ik vaak met vriendjes op de fiets de grens over, die toen al niet zoveel voorstelde, om Belgische chocolade te kopen. Voor ons was Antwerpen dichterbij dan Rotterdam, laat staan Amsterdam waar toen, tijdens mijn schooltijd, eind jaren zestig begin jaren zeventig, Nederland opzichtig aan het veranderen was.
Ik ben opgegroeid op de grens van twee generaties. Te jong voor de provos of de bezetting van het Maagdenhuis. De eerste van een lichting studenten die minder politiek was en meer geïnteresseerd in popmuziek die aan het ontploffen was, via de punk naar de new wave. Te jong of misschien te sceptisch om ooit in vervoering te raken van de helden van de jaren zestig – of ze nu Che Guevara, Ho Chi Min of Bob Dylan heetten. Meer van de Stranglers en hun No More Heroes.
Maar ik zal u niet vermoeien met alle andere grenzen die een rol in mijn leven hebben gespeeld. Maar één ervan wil ik er u toch niet onthouden. Ik was de eerste in mijn familie die fysiek de Nederlandse grens overstak. Mijn grootouders zijn hun hele leven een paar keer de provincie Zeeland uit geweest. Meestal om mijn vader en moeder te bezoeken in Roosendaal, pakweg 35 km van hun geboortedorp. Mijn vader moest wel eens voor zijn werk in Antwerpen zijn, maar daar hield de wereld van mijn ouders op. En pas op mijn twintigste, in 1977, ging ik voor het eerst de grens over om geen andere reden dan dat ik nieuwsgierig was naar een ander deel van de wereld. In dit geval de Franse Alpen.
Daarna is het, toegegeven, wel snel gegaan. Na een aantal jaren als onbezoldigd internationaal secretaris van de PSP en GroenLinks belandde ik in 1998 in het Europees Parlement. Daar raakte ik al snel gefascineerd door de nieuwe grenzen die getrokken werden op de Balkan en het geweld dat daarmee gepaard ging. Ik was blij dat ik erbij was toen de Europese Unie er eindelijk na 1999 in slaagde met één stem te spreken en een constructieve rol te spelen. Door de Kosovaren bij te staan bij het herbouwen van hun vernielde huizen. Door in Macedonië een burgeroorlog te voorkomen via praten, praten, nog eens praten, goede afspraken op papier te zetten, geld te geven en er een paar soldaten naar toe te sturen. Dat was wel wat anders dan de EU van begin jaren negentig die hopeloos verdeeld toekeek terwijl in Bosnië een genocide plaatsvond.
Grenzen van Europa
Vanaf 2002 raakte ik als voorzitter van de Turkije-delegatie van het Europees Parlement van nabij betrokken bij de pogingen van dat land om lid te worden van de EU. In dat hele debat, dat nog jaren zal duren, spelen grenzen een cruciale rol. Ligt Turkije sowieso wel in Europa? Ligt er niet een onzichtbare culturele grens tussen Bulgarije en Griekenland aan de ene kant en Turkije aan de andere? Of had Samuel Huntington toch gelijk toen hij een botsing van beschavingen voorspelde, vaak langs religieuze lijnen, en ligt Turkije aan de verkeerde kant van de grens? Of is dat land gewoon te groot en te arm en moet de EU die grens van behapbaarheid niet oversteken op straffe van verlamming en ineffectiviteit?
Tot 2005 was ik ondanks alle moeilijkheden vol vertrouwen dat het met de Balkan en Turkije wel goed zou komen. Dat mensen eigenlijk automatisch zouden begrijpen dat het ook in ons belang is als in die landen democratie en stabiliteit de overhand krijgen. En dat de EU als hoofdrolspeler in dat proces af en toe zijn eigen interne regels moet vernieuwen om effectief te blijven en meer democratisch te worden. Toen was er het referendum over die nieuwe regels, de Grondwet. Dat was in meerdere opzichten een breuk met het beeld dat ik had van Nederland. Zelfs na Fortuyn en de LPF dacht ik dat de meeste Nederlanders te overtuigen waren met goede argumenten. Het werd een pijnlijke confrontatie met wantrouwige burgers, populistische politici en vooral een maatschappelijk klimaat dat niets moest weten van Europese vergezichten, laat staan van procedures en instellingen die die plannen binnen handbereik moesten brengen. Wij, voorstanders van verdere Europese samenwerking, waren gestuit op de grenzen van het politieke project Europa zoals zich dat sinds 1957 had ontwikkeld. Grenzen aan begrip, grenzen aan bevattingsvermogen, grenzen aan de bereidheid om een steeds invloedrijkere bestuurslaag te accepteren zonder hem werkelijk te begrijpen. Natuurlijk was dat gewijzigde klimaat deels bewust gecreëerd door populistische politici. Maar het zou veel te simpel zijn het daarmee af te doen. In Nederland maar ook in de rest van Europa moet dat mooie, succesvolle Europese project opnieuw doordacht worden.
Nieuwe scheidslijn
Of wij het nu leuk vinden of niet, er dreigt in Europa een nieuwe scheidslijn. Zoals Michael Zeeman het pas mooi omschreef in de Volkskrant: Naarmate in heel Europa de verticale scheidslijnen tussen nationale staten zijn verdwenen, lijkt er een nieuwe horizontale scheidslijn voor in de plaats te komen. Boven die lijn leven de mensen die baat hebben bij het vervagen van de staatsgrenzen, eronder de mensen die er bang voor zijn en er werkelijke of denkbeeldige hinder van ondervinden. Om te voorkomen dat Europa blijvend verdeeld wordt tussen hen die blij zijn met minder grenzen (de pro-Europeanen, de kosmopolieten) en hen die bang zijn voor het verdwijnen ervan (de Euro-sceptici, de nationalisten) zal Europa op twee vragen een helder en overtuigend antwoord moeten geven. De eerste vraag betreft de ultieme grenzen van de EU – wie hoort er bij en wie niet? Dat is nodig om een einde te maken aan de diepe onzekerheid die het gevolg is van grenzeloosheid en onbepaaldheid. Veel Europeanen kunnen moeilijk leven met de gedachte dat de grenzen van de EU onduidelijk zijn of dat het niet handig is daar nu al definitieve uitspraken over te doen. Veel mensen willen nu weten wie in de toekomst bij de club hoort en wie niet. Eerlijk gezegd is het antwoord op die vraag een stuk makkelijker dan politici en wetenschappers soms willen doen geloven. Mijn voorstel:
- de Balkan hoort er zeker bij. Dat is geografisch onontkoombaar en cultuurhistorisch onomstreden. Een morele plicht ook na het falen van Europa in de jaren negentig.
- de Oekraïne en Wit-Rusland. Weinig principiële bezwaren, wel heel veel praktische. Dat betekent dat beide landen nog lange tijd in de wachtkamer zullen zitten. Ook omdat de EU zijn handen de komende tien jaar vol heeft aan de meest omstreden uitbreiding ooit: die met Turkije.
- de Turkse dichter Nazim Hikmet zei: Turkije is een groot paard met zijn hoofd in Europa en zijn lijf in Azie. Over de geografie, en over de cultuurhistorische toenadering tussen Turkije en de rest van Europa die al 150 jaar gaande is, valt natuurlijk veel meer te zeggen dan ik hier kan doen. Voor mij is de doorslaggevende reden om Turkije lid te laten worden van de EU de expliciete wens van de meeste Turken zelf (de mensenrechtenactivisten, de Koerden, de democraten) om hun land democratischer en stabieler te maken. De wens om deel uit te maken van een gemeenschap van landen waarvan men de waarden en normen onderschrijft. Die wens negeren uit arrogantie of onwetendheid zou een blunder van formaat zijn die Europa nog zwaar zal opbreken.
Grenzen van bevoegdheden
De tweede vraag is die naar de grenzen aan de bevoegdheden van de EU, de mogelijkheid om effectief maar ook op basis van voldoende vertrouwen van de Europese burgers handelend op te treden. Met andere woorden: wat kan de EU beter doen dan de landen van Europa en wat kunnen de landen van Europa beter zelf blijven doen?
Het was het sterkste argument van de tegenstanders van de Grondwet, links en rechts, dat bijvoorbeeld door columnist Ronald Plasterk keer op keer werd aangevoerd. Waarom bemoeit de EU zich hiermee, kan dat niet wat minder en vooral, wat garandeert mij dat de EU zich in de toekomst, ondanks alle mooie beloften, toch niet gaat bemoeien met zaken waar ze volgens ons niets mee te maken heeft? Het is ook het sterkste punt op de lijst die het kabinet hanteert bij de huidige onderhandelingen over een nieuw verdrag. Natuurlijk hebben juristen gelijk als ze zeggen dat het maken van een strikt onderscheid tussen taken van de EU en taken van de lidstaten nog niet zo makkelijk zal zijn. Maar uiteindelijk moet het mogelijk zijn een grens te trekken, hoe soepel soms ook, tussen zaken waarvan iedereen snapt dat je die beter op Europees niveau kunt regelen en beslissingen die beter op een lager niveau getroffen kunnen worden. Niemand zal in twijfel trekken dat klimaatverandering toch echt beter door een samenwerkende EU kan worden aangepakt, het liefst op wereldniveau. Maar ook dat de inrichting van de sociale zekerheid in hoofdlijnen beter in Den Haag kan worden vastgesteld dan in Brussel.
Door het stellen van die nieuwe grenzen zou de tweedeling van Zeeman in ieder geval bestreden kunnen worden. Volledig voorkomen lijkt me een illusie. Ook in een Europa met duidelijke grenzen, een selectief Europa dat zich alleen (maar dan ook effectief) bezig houdt met zaken die op dat niveau thuis horen, zal niet iedere Europeaan een blije, overtuigde Europeaan zijn. Veel mensen verlangen diep in hun hart terug naar de overzichtelijke samenleving die Nederland ooit was. Zij hebben niets met mede-Europeanen die ze niet kunnen verstaan. Wel overschrijden ze regelmatig de geografische grens van Nederland voor een zonvakantie, maar toch richten ze zich bij voorkeur op het vertrouwde, het eigene dichter bij huis.
Is dat erg? Ik denk het niet. Ik ben het eens met Bas Heijne wanneer hij schrijft dat het een denkfout is van de Europa-fans om te geloven dat een sterk Europa met een krachtig buitenlands beleid uitsluit dat sommige Europeanen het dichter bij huis zoeken. Sterker, ik denk dat de behoefte aan overzichtelijkheid, historisch gegroeide banden en regionale en nationale verwantschap alleen maar zal groeien naarmate Europa en de rest van de wereld economische en cultureel steeds sterker met elkaar vergroeien. Het is volstrekt contra-productief en kortzichtig om dat herontdekte nationalisme te veroordelen of af te doen als xenofobie. Om Heijne te citeren: Het moment dat er van bovenaf ruimte wordt gemaakt voor het verlangen naar een kleine, herkenbare leefwereld binnen een grotere wereld, binnen een verenigd Europa, binnen een geglobaliseerde wereld, zullen de populisten aan kracht verliezen.
Oude en nieuwe grenzen
Dat is wat mij betreft de grote uitdaging. Ook na de knal van 2005 ben ik nog steeds een overtuigd Europeaan. Maar ik heb wel meer oog gekregen voor de angst, de onzekerheid, de vraagtekens die een steeds grotere en complexere EU oproept. Het is nodig en mogelijk die beide inzichten te combineren. Het is mogelijk een fan te zijn van Blof, om hun muziek maar ook vanwege hun Zeeuwse roots. En tegelijkertijd om weg te dromen bij de sufi-jazz van de Turkse muzikant Mercan Dede. Het is mogelijk te genieten van Pierre van Hooijdonk als hij Fenerbahce voetbalkampioen van Turkije maakt. Vanwege zijn onnavolgbare vrije trappen, maar ook omdat hij ooit begon bij mijn eerste clubje, RBC uit Roosendaal.
Daarmee ben ik terug bij mijn persoonlijke grenzen. Inmiddels woon ik in Brussel, heb een pied-à-terre in Amsterdam en kom gemiddeld een keer per maand in Turkije. Mijn moeder woont nog steeds in Roosendaal maar heeft in de tussentijd de wereld voorbij Antwerpen en Rotterdam ontdekt. Ze is een grote fan van Istanbul sinds ik daar vorig jaar trouwde. Na al die jaren hebben sommige grenzen, met name de landsgrenzen binnen Europa, hun belang definitief verloren. Voor iedereen. Andere grenzen, bijvoorbeeld die van taal en cultuur, zijn voor sommigen voorgoed weggevallen. Maar voor anderen bieden diezelfde grenzen nog wel degelijk houvast. Het enige dat ons rest is het afbreken van die grenzen die belemmeren in een open samenleving, een open wereld. En het behouden of soms creëren van die grenzen die beschermen in diezelfde wereld vol onzekerheden en chaos. Weg met de oude grenzen! Leve de nieuwe!
Joost Lagendijk is Europarlementariër voor GroenLinks. Dit is een bewerking van zijn openingsspeech bij Happy Chaos 'Grenzeloos' in de Amsterdamse Stadsschouwburg op 24 mei 2007.
