Vaderland, Moederland en Onze Jongens
De uitspraak van Prinses Máxima dat dé Nederlandse identiteit niet bestaat, onlangs bij de presentatie van het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) Identificatie met Nederland is een markante nieuwe toevoeging aan het debat over nationale identiteit. Máxima: Zon zeven jaar geleden begon mijn zoektocht naar de Nederlandse identiteit [...] Maar "de" Nederlandse identiteit? Nee, die heb ik niet gevonden. Nederland is veel te veelzijdig om in één cliché te vatten. "De" Nederlander bestaat niet. Als troost kan ik u zeggen dat "de" Argentijn ook niet bestaat. [...] Om de identiteit en loyaliteit van een mens zijn geen hekken te plaatsen. [...] We denken nog te veel in scheidslijnen. Ook nieuwkomers doen dat. Soort bij soort. Maar Nederland is geen Artis. Het was mede een bijzondere uitspraak omdat deze komt van iemand wier status vooral wordt bepaald door een van de pilaren van het Oranje-gevoel, het Koninklijke Huis.
Dat was voor sommige conservatieven en nationalisten even slikken. Zoals voor Trouw-columnist Sylvain Ephimenco die Prinses Máxima persoonlijk aanviel: Het is omwille van identiteit en traditie dat Máxima nooit zelf achter een winkelwagen haar boodschappen in de supermarkt hoeft te halen en als theaterprinses door het leven gaat, omringd door luxe, privileges en lakeien. Dan moet je heel voorzichtig zijn alvorens de talloze mensen te schofferen die zich aan dit instituut vastklampen alsof het hun eigen identiteit betreft. [...] Het beledigen van haar groupies is dom. En niet een beetje ook. Bart Jan Spruyt vond de toespraak beledigend en banaal, Paul Scheffer noemde het hooghartig, Rita Verdonk was van slag, Halbe Zijlstra (VVD) noemde de WRR wereldvreemde Rode Rakkers en Geert Wilders kwalificeerde de toespraak van Máxima als goedbedoelde politiek correcte prietpraat. Deze kwalificaties laten zien dat het onderwerp een zeer gevoelige snaar raakt. Het debat in Nederland over identiteit is de laatste jaren niet alleen verhard en verruwd, bij vlagen is de discussie zelfs zeer onfris geworden. Het is onderwerp geworden van populistische stemmingmakerij, pressie en dwingelandij, een sterk opgevoerd wij-zij denken en soms zelfs regelrechte haat.
Nation by design
Vanuit politiek-populistische overwegingen is het dwingend voorschrijven van de nationale identiteit een verleidelijke keuze. De fantasie van de nation by design met de Nederlander als maakbare verlichte mens creëert een illusie van rust en zekerheid voor degenen die worden aangesproken op hun vermeende superioriteit. Een dwingende nationale identiteitspolitiek heeft echter een oneindige behoefte aan controle en purificatie. Afwijkingen van de Nederlander als verlichte norm(aliteit) worden dan ervaren als niet ingeburgerd, of zelfs achterlijk en potentieel gevaarlijk. De andersdenkende, de eldersgeborene, de andersogende worden verdacht en mikpunt van angst. Bij een vermeende toename van het aantal Anderen ontstaat dan al snel het gevoel de controle te verliezen.
Illustratief is dat in de verharde debatten over migratie wordt gesproken over stromen, hordes, massas. Een enkeling buiten het kabinet spreekt zelfs van een tsunami, waartegen dijken moeten worden opgeworpen om niet overstroomd en overspoeld te worden. Het is een wateranalogie die in Nederland zeer effectief lijkt te zijn. Het verleidt sommigen er zelfs toe het nationale huis volledig af te sluiten. Maar in een huis met alleen spiegels en geen vensters ontbreekt het zicht op de werkelijkheid. Dan wordt de Ander een spook, een indringer met niet te vertrouwen drijfveren. Zijn wandaden worden gezien als typisch voor zijn cultuur, en de wandaden van het vermeende eigen volk toegeschreven aan overmacht of de omstandigheden. Een naar binnen gekeerde gemeenschap wordt uiteindelijk puristisch en vertrouwt geen enkel vreemd element meer. Een repressieve geopolitieke fabricatie van een natie creëert wat socioloog Zygmunt Bauman noemt wasted lives (afvalmensen), zij die als afvalligen worden gezien. Een dergelijke dwang en verharding produceert potentieel disidentificatie, het terugtrekken of rebelleren, waartegen dan vaak weer dwang wordt ingezet. Zo ontstaat een cyclische grens- en identiteitspolitiek die de onzekerheid die permanent aanwezig is in een open samenleving, niet opvangt of reduceert, maar juist prikkelt en bewust vergroot. Het geloof in de als eigen gedefinieerde gemeenschap is in een dergelijke politiek een fundamentalisme geworden.
Tegenover het beeld van de Nederlander en de Nederlandse identiteit stelt de WRR de principiële meervoudige betrokkenheid en identificatie van de mens met zijn afkomst en omgeving voor. Dan geldt niet dé Nederlandse identiteit als absolute en enige norm(aliteit), maar worden ook zij geaccepteerd die meervoudige identificaties hebben. Tegenover een containerbegrip nationale identiteit dat voor iedereen en altijd hetzelfde moet zijn, stelt de WRR de dynamiek van het scheppen, onderhouden en verbreken van identificaties. In dat kader stelt de Raad terecht voor om de dichotomie van allochtoon-autochtoon af te schaffen. Deze termen komen voort uit een denken in territoriale containers. Allochtoon betekent letterlijk afkomstig van een andere (=allos) bodem (=chtonos) en autochtoon verwijst naar van dezelfde (=auto) bodem. De term allochtoon wordt in het dagelijks spraakgebruik onterecht verengd tot niet-westerse eldersgeborenen, en aan de andere kant onterecht verbreed om er de hier geboren tweede en derde generatie immigranten mee aan te duiden. De terminologie heeft daarmee een sterk discriminerende dimensie gekregen, die de functionele identificatie met Nederland belemmert.
Het meest problematisch is dat door dit dichotome denken de geboortegrond van mensen een levenslang brandmerk wordt. Analoog daaraan is het klassieke denken waarbij de natie als een natuurlijke familie wordt opgevat waarin je als kind van de natie wordt geboren (van het Latijnse nasci). De eer van het Vaderland (dat trots, mannelijkheid, strijd moet verbeelden) wordt verdedigd door Onze Jongens, doorgaans gekleed in een nationaal uniform – of dat nu van het leger is of van het nationale elftal. De term Moederland komt van het koloniale hoeden over overzeese gebieden, de kinderen van de natie. In dit politieke denken in vaderland, moederland, de natie als familie, en het nationale geboorterecht dat ten grondslag ligt aan de termen autochtoon en allochtoon, word je pas echt Nederlander als je je natuur verandert en als het ware opnieuw geboren wordt door je te laten naturaliseren. Iedere andere vorm van inwonerschap van de buitenlander wordt de facto beschouwd als een verleende, tijdelijke en minderwaardige status. Een dergelijke klassieke grondpolitiek die natuurlijke Nederlanders bevoorrecht in termen van lidmaatschap, discrimineert op basis van het lot van geboorte en dwingt de buitenlander een achterstandspositie in te nemen dan wel de ondergrondse politiek en economie in te gaan.
Maar een natie is geen familie. Nederlanders zijn geen familie van elkaar waartussen een natuurlijke band van bloed en bodem bestaat. Die gedachte is de onwenselijke restant van geodeterminisme, de idee dat een natie als ware het een familie groeit en bloeit en ook levensruimte nodig heeft. Het denken en het vocabulaire over lidmaatschap van en identificatie met een territoriale gemeenschap zijn hoognodig aan herziening toe. In een land dat zo afhankelijk is van internationale openheid en zo sterk globaliseert, is het niet meer dan logisch dat de samenstelling van de bevolking in hoog tempo verandert. Daarbij past een ander politiek verhaal dan 19de-eeuws geboortegrondnationalisme. Een compromisloos afdwingen van nationale identiteit doet onrecht aan de nationale pluriformiteit en transnationale netwerken en gemeenschappen die zijn ontstaan.
Een identiteit laat zich niet fixeren, dwingend boetseren of tentamineren. Het is een interactief en ruimtelijk meervoudig proces van participatie, erkenning en internalisering dat nooit stopt. Nederland scoort al vele jaren hoog in de top-20 van de globaliseringsindex, een maatstaf voor de globaliseringsgraad van een staat. Ook onze veelbesproken ABN-Amro was de facto al jarenlang geen puur Nederlands bedrijf meer, maar een transnationaal concern, ingebed in transnationale allianties en samenwerkingsverbanden. Terwijl het ene bedrijf in Nederland wordt overgenomen, doen Nederlandse ondernemingen soortgelijke investeringen in het buitenland in dezelfde of andere branches.
Onze Jongens
De WRR heeft een lezenswaardig wetenschappelijk rapport geschreven. Ook de door de Raad geïnitieerde Tegenlicht-documentaire Onze Jongens over de meervoudige identiteiten in het Nederlandse leger die aan den Vaderland Getrouwe strijden, is zeer de moeite waard (). Wetenschappelijk gezien bevat het rapport wellicht weinig nieuws. Al veel langer domineert binnen de politiek-geografische wetenschap het standpunt dat er niet zoiets bestaat als een eenduidig definieerbare en afgrensbare identiteit van een land. In Máximas woorden: Om de identiteit en loyaliteit van een mens zijn geen hekken te plaatsen. De grote meerwaarde is erin gelegen dat de WRR iets wat al langer leefde in fundamenteel politiek-geografische wetenschappelijke discussies nu ook naar de politieke arena vertaalt. Bezien in de huidige politieke context neemt de WRR fris en gedurfd stelling tegen het dwingend voorschrijven van nationalisme als norm. Het advies gaat derhalve lijnrecht in tegen de post-Fortuynse kabinetten en de verruwing van het publieke debat van de afgelopen jaren.
Het rapport laat nog vele vragen open. Zoals: wat is identificatie, hoeveel collectieve identiteit heeft een mens nodig, hoeveel identificatie heeft een territoriale samenleving nodig voor haar functioneren en hoeveel collectieve identiteit kan ze verdragen, en wat is de prijs van de uitsluiting? En ook: hoeveel meervoudige identiteiten kan een mens verdragen, waar ligt de grens van keuze en dwang bij identificatie, en hoe ligt de verhouding tussen nationale en religieuze identiteit bij verschillende generaties migranten? Ze vereisen een scherpere en diepgaandere analyse dan het rapport nu biedt. Maar de verdienste van het WRR-rapport is zonder meer dat het een belangrijke brugfunctie vervult tussen wetenschap en politiek. Het rapport maakt onmiskenbaar duidelijk dat een open samenleving niet zozeer haar identiteit verliest, maar die voortdurend verandert. Dat is inherent aan de dynamiek van een democratische mensenmaatschappij.
De realiteit van vandaag vraagt om transnationale politieke antwoorden en vooruitgangsidealen. Waartoe dit rapport wellicht ook uitnodigt, is na te denken over de spiegel die de WRR en met haar het nationale koningshuis (sic!) bij monde van Prinses Máxima de nationale politiek voorhoudt. Het kan ons helpen te ontsnappen aan de waan van de dag, weg van hen die zichzelf in toenemende mate overschreeuwen in de wens de stemming te maken. Het rapport vertraagt de discussie en poogt ruimte te maken voor meerstemmigheid en meer reflectie. Dat verdient steun. Tot slot, ik ben in het algemeen geen voorstander van macht op basis van geboorterecht, maar het is duidelijk dat de importbruid Máxima de Nederlandse monarchie zolang we die nog hebben wel een stuk boeiender maakt.
Henk van Houtum is verbonden aan het Nijmegen Centre for Border Research, Radboud Universiteit Nijmegen.
