Van smalle marges tot brede lanen. Naar een nieuwe linkse Doorbraak.
Voor de vierde keer in zijn leven probeerde Salvador Allende zich in 1970 te laten verkiezen tot president van Chili. Zijn tegenstander: de christen-democraat Frei, die de steun genoot van Chilis rijken, de middenklasse en niet te vergeten de VS. Een van de christen-democratische leuzen luidde: Onder Frei krijgen de armen te eten. De linkse alliantie rond Allende antwoordde: Onder Allende zullen er geen armen meer zijn. Drie jaar lang mocht de ditmaal succesvolle socialist proberen om deze en andere revolutionaire pretenties te realiseren. Toen beëindigde een staatsgreep het ongehoorde experiment dat marxisme, democratie en geweldloosheid had trachten te verenigen. En alsnog leek Allendes geestverwant Joop den Uyl gelijk te krijgen, met zijn nadruk die hij in datzelfde jaar 1970 legde op de smalle marge van democratische politiek. Onder Pinochet zouden de armen niet alleen vertrouwd weinig te eten hebben, ze hadden nu ook niets meer te zeggen. Drieduizend Chilenen werden vermoord, miljoenen anderen kregen een dictatoriaal dieet voorgeschreven van lage lonen, hoge winsten en veel, heel veel repressie. Dat alles is een tragedie op zichzelf, die bovendien gedeeltelijk het gevolg was van linkse overmoed en onenigheid.In dit artikel draait het om de wijze waarop in Nederland aan het begin van de 21e eeuw een evenwicht te vinden valt tussen stappen en sprong, matiging en radicaliteit, hervorming en – jawel – revolutie. Het is een pleidooi voor een alternatief akkoord van de drie linkse partijen, gedragen door een buitenparlementaire beweging en binnen bereik gebracht door de vele kiezers die nu nog zweven, thuisblijven of tegen hun eigen gevoel in op rechts zijn beland.
Problemen
Maar laten we voor we voluit en met open ogen aan het dromen slaan, eerst stilstaan bij de vraag waarom zon alternatief noodzakelijk is. Het antwoord: Nederland mag dan in al zijn vrijheid en rijkdom het Wassenaar van deze wereld zijn... het maakt deel uit van een mondiale maatschappij waarin bittere armoede voortbestaat; de natuur ten onder gaat, en solidariteit gaandeweg verdwijnt. Problemen die ook hier door velen worden gevoeld, en op een dag voor iedereen onontkoombaar zullen blijken. Problemen, tot slot, die steeds sterker de vraag oproepen of ze wel oplosbaar zijn binnen de bestaande kaders. Met het huidige beleid van vrije markfundamentalisten en bekeerde socialisten lijken ze hoe dan ook niet te verdwijnen. Oog in oog met tastbare crises is de schreeuwerige overmacht van rechts slechts schijn.
Links lijkt op zijn beurt bevangen door een overmaat aan bescheidenheid die misschien begrijpelijk is na de maakbaarheidfantasieën en totalitaire misbaksels van weleer, maar absoluut ontoereikend blijft, willen we echt een betere samenleving realiseren. Dat is des te opmerkelijker, nu uitgerekend de neoconservatieven rond Bush als revolutionaire idealisten opereren – of poseren – en in Nederland na Fortuyn vandaag Wilders zich aandient als de man met Een Radicaal Verhaal. En het is des te triester, omdat de tekortkomingen van McWorld en zijn Nederlandse filiaal in de richting wijzen van een stevige hervorming van of zelfs een uitweg uit het kapitalisme. De kunst is de alternatieven van links op elkaar af te stemmen, via een programma dat gedurfde dromen van gepaste stappen voorziet.
Het startpunt van zon alternatief akkoord van PvdA, SP en GroenLinks zou een gevoel van urgentie dienen te zijn. Geen opiniepeiling-gestuurde zoektocht dus naar issues waarop gemakkelijk gescoord kan worden en al evenmin ingevroren standpunten die na maanden moeizaam onderhandelen lauw worden opgediend als compromis, maar het besef dat links nooit zal regeren als het niet eerst tot eenheid komt, en – veel belangrijker nog – het bewustzijn dat sommige problemen zó ernstig zijn dat hun aanpak prioriteit verdient boven wat verder nog van importantie is.
Ik onderscheid vijf fundamentele problemen: de vernietiging van het milieu, ofwel de natuurarmoede die de hele mensheid raakt; de absolute armoede waarin ruim een miljard wereldbewoners leeft; de relatieve armoede waarin honderdduizenden Nederlanders zich bevinden; de wijze waarop groepen mensen tegen elkaar worden opgezet om etnische en religieuze redenen; en de machteloosheid die zowel bestuurders als bestuurden uitstralen, geconfronteerd met globalisering. Vijf crises die niet alleen miljoenen individuen het leven zuur of zelfs stuk maken; maar die ook hele samenlevingen bedreigen, inclusief de onze.
Beginselen
Wil je voorkomen dat je slechts marginale reparaties presenteert voor deze problemen, dan is een positieve en samenhangende visie vereist op een sociale samenleving die in de bestaande wortelt, maar er ook voorbij reikt. Om met het beginselprogramma van GroenLinks te spreken: een leefbaar milieu en herstel van het ecologisch evenwicht, in het besef dat natuurlijke hulpbronnen eindig zijn; een rechtvaardigere verdeling van macht, kennis, bezit, arbeid en inkomen, zowel in Nederland als op wereldschaal. We herkennen – in geamendeerde vorm – Den Uyls befaamde spreiding van inkomen, kennis en macht. Die anno 2005 een grandioze comeback verdient, nu de ongelijkheid nationaal en mondiaal nog verscherpt is.
De SP bepleit in haar Heel de mens eveneens een duurzame en eerlijke delende maatschappij. Voor alle duidelijkheid benadrukt de partij in deze Kernvisie ook het essentiële verschil met een kapitalistisch Brutopia; evenals het feit dat uiteindelijk een mondiale aanpak geboden is: Via internationale verdragen moet de wereldwijde wedloop om de goedkoopste arbeidskrachten en de gunstigste belastingtarieven worden beëindigd.. De PvdA tenslotte biedt in haar Beginselmanifest van januari dit jaar haar eigen update van Den Uyl: Het bieden van kansen, de spreiding van macht en inkomen en het investeren in kennis. Selectieve en duurzame groei en een gemengde economische orde worden genoemd als alternatief voor een samenleving waarin de lasten van onze economische groei worden afgewenteld op ontwikkelingslanden en toekomstige generaties.
Zou het te veel gevraagd zijn voor de linkse drie, om met in achtneming van hun onderlinge verschillen, op basis van dergelijke overeenkomsten tot een gedeelde visie te komen op het Nederland dat ze samen dromen? Zo zouden zich de contouren aftekenen van een natie die binnen en buiten de eigen grenzen welvaart helpt herverdelen; haar economie duurzaam maakt en haar burgers inspireert tot gezamenlijke actie, wat ook hun afkomst of geloof mag zijn. Zon Nederland zou, veel beter dan het huidige, in staat zijn te antwoorden op de uitdagingen van deze eeuw (de eerder geschetste crises, maar ook de noodzakelijke hervorming van de verzorgingsstaat of de opkomst van China en India als concurrerende economieën) – niet in de laatste plaats als we samenwerking zoeken met de miljoenen mensen in andere landen die evenzeer beseffen dat de sociale samenleving van de toekomst alleen mondiaal kan worden gerealiseerd.
Voorstellen
Maar eerst zetten we stapjes binnen de afzienbare termijn van vier jaar. Ik doe enkele voorzetten, vanuit de meest recente verkiezingsprogrammas van de drie partijen. Op het vlak van milieubehoud: invoering van de ecotax voor grootverbruikers en investering van de inkomsten ervan in milieuvriendelijke technologie. Op het vlak van internationale armoedebestrijding: verhoging van het budget voor ontwikkelingssamenwerking tot 1% van het Bruto Nationaal Product. Op het vlak van de herverdeling van inkomen in Nederland: een kleptocratentax voor graaiers aan de top, loonsverhoging voor lagere inkomens zoals die bijvoorbeeld in de zorg worden betaald en invoering van een basisverzekering voor alle noodzakelijke gezondheidszorg, waarbij de premie met het inkomen stijgt. Op het vlak van de solidariteit: een even resolute aanpak van discriminatie als van terreur en een positieve focus op de gezamenlijke aanpak van gezamenlijke problemen. En op het vlak van democratie: nu even geen cosmetische vernieuwingen, maar een alternatief dat de kiezer het besef geeft dat hij door te stemmen ook iets aan de machtsverhoudingen kan veranderen, zoals het PvdA-Beginselmanifest zegt.
Zon alternatief vertegenwoordigt een breuk met hetgeen achtereenvolgende kabinetten sinds 1977 hebben gepresteerd en vooral met wat Balkenende & Co zo imposant impopulair heeft gemaakt. Tegelijkertijd zal het tegenstand oproepen, veel meer nog dan Den Uyl destijds oogstte bij Wiegel, Telegraaf en de mensen in het land. Geen ramp, zolang polarisatie de communicatie met het gros van de bevolking maar niet verhindert. Wel dringt zich de vraag op wat eigenlijk het noodzakelijke verschil wordt met Keerpunt 1972, het gezamenlijke verkiezingsprogramma van PvdA, D66 en PPR uit 1972. Er zijn immers 33 jaar verstreken waarin niet alleen Den Uyl, maar ook linkse leiders elders in de wereld hun tanden hebben stukgebeten op de weerbarstige werkelijkheid en waarin het falen van dwangmatig socialisme de deugden van een flinke dosis sociaal-liberalisme aan het licht heeft gebracht. Het klassieke links verhaal zal plaats moeten maken voor een radicaal maar modern alternatief: een dat een evenwicht vindt tussen markt en overheid, individualisme en schaalvergroting, sociale verworvenheden en economische competitiviteit. Anders dan in 1972, bestaat nu bovendien de kans dat een progressief programma het bijpassende kabinet krijgt. Want moest destijds met twee christen-democratische partijen worden samengewerkt, en gold ook D66 als een van de linkse drie, anno 2005 ligt een onvervalst linkse meerderheid in het verschiet. Of niet?
Kiezers
De recente campagne rond het referendum over de Europese Grondwet waarin links ouderwets verdeeld optrad, lijkt de uitzondering op een inmiddels ontstane regel: dat de drie linkse partijen aan dezelfde kant staan en zelfs samen optrekken. Ze heeft ten overvloede verduidelijkt dat er wezenlijke verschillen blijven tussen met name SP en PvdA. Waarom dan zouden beide partijen met GroenLinks tot samenwerking komen, en dat al vóór de verkiezingen?
Los van de eerder geschetste urgentie of de kans om lang gekoesterde linkse idealen te realiseren, ligt er voor de drie partijen een electoraal belang. Een PvdA die opnieuw in zee moet met CDA, D66 of VVD zal een akkoord kunnen sluiten op details, maar dient progressieve prioriteiten eens te meer naar de verre toekomst te verwijzen. Het gevolg zal zijn dat menig linkse kiezer de volgende keer zijn stem maar weer als straf hanteert en overstapt naar GroenLinks of SP. Op hun beurt zullen deze twee partijen merken dat zij bij verkiezingen de PvdA wel stemmen afhandig kunnen maken, maar hiermee zelf geen regeringsmacht veroveren. De progressieve kiezer is gebaat bij een uitweg uit het dilemma dat al decennia heerst: de keuze tussen een potentiële regeringspartij die beloften voor compromissen inruilt en een irrealistische principepartij die precies weet hoe het moet, maar dat alternatief nooit realiseert.
De niet per se linkse maar wel progressieve kiezersgroep is groter dan ooit. In recente peilingen schommelen de drie linkse partijen samen steeds rond de zeventigf zetels, onlangs stonden zij zelfs voor het eerst op tachtig zetels. Gezien het feit dat ongeveer een derde van het electoraat permanent op drift is en zweeft, moet het mogelijk zijn een nog grotere virtuele meerderheid tot een echte te maken wanneer SP, GroenLinks en PvdA gezamenlijk de verkiezingen ingaan. Dat veronderstelt wel dat deze partijen een akkoord presenteren waarin ze zelfverzekerd uitgaan van de eigen visies en deze tegelijkertijd verbinden met de verwachtingen van grote groepen Nederlanders die zich helemaal niet als links beschouwen. Fortuyn heeft laten zien dat je zelfs vanuit het niets zesentwintig zetels veroveren kan, dat je dit ook in gematigd Nederland kunt doen met een radicale boodschap en dat emoties uiteindelijk voor veel kiezers doorslaggevend zijn. Waarom zou links dan niet terugkeren naar zijn wortels en in de beste traditie van Domela Nieuwenhuis en Joop den Uyl hoofd én hart beroeren?
Protest
Er is natuurlijk, naast het inhoudelijke politieke verschil, één belangrijk onderscheid tussen een radicaal akkoord van links, en de succesformule van Fortuyn. Hier spreken we over drie partijen die al jaren in het parlement zitten en die – vaak huns ondanks – deel zijn gaan uitmaken van het politieke establishment. Dat zal je niet snel een proteststem opleveren van wie Den Haag verafschuwt. Het goede nieuws is dat die stem ook niet nodig is. De Doorbraak waar ik hier op doel, is geen neestem tegen De Politiek, maar een positief protest dat beter gericht en in wezen ook op een gezonde manier radicaler is: een alternatief voor een maatschappijmodel dat simpelweg niet de maat van mens en milieu respecteert, een antwoord ook op elites die zich toeëigenen wat ze de rest ontzeggen, een uitweg, tot slot, uit onze eigen bekrompenheid en egoïsme. Ik ben ervan overtuigd dat velen die beschaamd zwegen of beschaafd maar zachtjes spraken in de gekte na de moorden op Fortuyn en Van Gogh, in plaats van er luidkeels en lukraak op los te kakelen, ditmaal bereid zijn hun stem te gebruiken. Als de term niet al ooit door een misdadige Amerikaanse president bezoedeld was, zou je je hoop bijna stellen op een zwijgende meerderheid.
Nog één punt is van belang, waar het gaat om de haalbaarheid van een Doorbraak tussen nu en 2007. Zoals een spits slechts scoren kan dankzij de aanvoer die hij van achteruit of vanuit de flanken krijgt, zo zal links vanuit het Torentje slechts werkelijk zaken kunnen veranderen, wanneer het steun van buiten het Binnenhof ontvangt. Het gaat dan naast de stem van een electorale meerderheid om een sociale beweging die nu al bestaat, maar waarvan de onderdelen veel beter zouden moeten samenwerken. Greenpeace, Milieudefensie en Natuur & Milieu; FNV, CNV en belangenverenigingen van werklozen; Novib, Solidaridad en Hivos: stuk voor stuk zouden zij kunnen meedenken over een alternatief akkoord, en een buitenparlementaire beweging kunnen vormen die er indien nodig voor in actie komt. Is zon beweging die druk zet op de powers that be achter en rond het Binnenhof er níet, dan loopt een linkse regering het riante risico slechts te mogen optreden als conciërge bij de crises van het systeem. Gevoegd bij een spiraal van overdreven verwachtingen en overtrokken beloftes, garandeert dit een nederlaag in de volgende verkiezingen en – veel belangrijker nog – de definitieve machteloosheid.
Uit Latijns-Amerika kwam onlangs nog een voorbeeld van hoe het anders kan: daar dwong de progressieve regering-Kirchner in Argentinië, gesteund door een massale consumentenboycot, onze eigen gigant Shell zijn prijzen te verlagen. Dat nu is mogelijk wanneer een regering ook ná de verkiezingen nog steunt op een meerderheid van de bevolking en deze meerderheid zich bovendien via buitenparlementaire actie profileert.
Vrijheid
Bijna dertig jaar zijn verstreken, sinds het eerste en enige kabinet-Den Uyl verdween en zijn naamgever een tikkeltje bitter wees op de smalle marges waarover hij al eerder geschreven had. Dertig jaar waarin rechts binnen en buiten Nederland het initiatief herwon en tot op de dag van vandaag de agenda bepaalt. In werkelijkheid is de rechtse overmacht wankel, en zijn er kansen te over voor een Doorbraak. Vlak voordat hij omkwam in het Moneda-paleis, die dinsdag 11 september 1973, zei Allende iets wat werd opgevangen door een radiostation en voor de eeuwigheid werd vastgelegd: Eerder vroeger dan later zullen zich opnieuw de brede lanen openen die de vrije mens bewandelt, onderweg in de opbouw van een betere samenleving. Ik vermoed dat ergens in de hemel Joop den Uyl met een knorrig knikje het laatste woord aan Salvador Allende gunt.
Remko van Broekhoven is politicoloog en werkt aan een boek over de sociale samenleving als alternatief voor fundamentalisme en neoliberale globalisering. Dit stuk verscheen eerder in Socialisme & Democratie 7/8, 2005, pp. 75-80.
