Weg met de partocratie!
De PvdA-blokkade van de gekozen burgemeester in de Eerste Kamer was in alle opzichten een weergaloos staaltje van oude politiek. De Graaf had groot gelijk om de PvdA de kampioen van de behoudzucht te noemen. Maar ook de andere linkse partijen hebben vuile handen gemaakt. De progressieve samenwerking neemt voorlopig de perverse vorm aan van een gezamenlijk negativisme: het tegenhouden van een door iedereen gewenste democratisering van de grondwet. Is dit wat SP-woordvoerder Van Raak en GroenLinks-woordvoerder Platvoet, beide ook initiatiefnemers van het platform Een ander Nederland, verstaan onder linkse samenwerking? De stemming in de Eerste Kamer en de paascrisis lieten een frontale botsing zien tussen het oude partijenstelsel en het nieuwe idee van de personendemocratie. De directe verkiezing van gezagsdragers op alle niveaus is hard nodig om de Nederlandse politiek te revitaliseren. De mediademocratie, de culturele individualisering en de naschokken van Fortuyn vragen om een zekere institutionalisering van het populisme binnen het gevestigde representatieve bestel. Maar het Eerste Kamer-débacle liet nog eens zien dat de bestaande partijlogica elke vorm van politiek individualisme effectief de kop indrukt. Twijfel en verdeeldheid blijven binnenskamers. De fractiediscipline is heilig. PvdA-fractievoorzitter Han Noten stond na afloop met het zweet op zijn voorhoofd: hij was er niet blij mee, hij zag er tegenop om het in het land te moeten uitleggen, maar alle PvdA-senatoren inclusief hijzelf hadden als makke schapen met hun woordvoerder meegestemd. Die botsing van beginselen wordt treffend geïllustreerd door de commentaren van GroenLinks-senatoren Jos van der Lans en Leo Platvoet in de Volkskrant (26 en 30 maart). Volgens van der Lans wilde minister De Graaf de Nederlandse democratie verbouwen van een partijenstelsel naar een personendemocratie. Die verpersoonlijking van de politiek is natuurlijk leuk voor de media en voor liefhebbers van amusement en spektakel, maar het bestuur wordt er volgens hem niet beter van. Het primaat van de lokale democratie moet blijven liggen bij de gemeenteraad. Het dualisme heeft dat primaat al aangetast, en het systeem moet niet verder uit het lood worden getrokken door het wezensvreemde element van de direct gekozen burgemeester. Dan probeer je twee systemen te verenigen die elkaar niet verdragen. De huidige burgemeester dankt zijn populariteit niet aan zijn persoonlijke verkiezing, maar aan het feit dat hij boven de partijen staat. Als hij zich aan de hand van een eigen politiek programma profileert, wordt hij zelf partij. Ook Platvoet beschouwt de personificatie van de politieke macht als een uitholling van de parlementaire democratie. Maar er is niemand (ook Fortuyn niet) die de vertegenwoordigende democratie wil afschaffen en door een personenstelsel wil vervangen. Alle voorstellen gaan over het invoegen van elementen van directe democratie in het bestaande stelsel, met als doel een scherpere scheiding der machten die zowel de uitvoerende als de controlerende lichamen versterkt. Om dan te spreken van een wezensvreemd element, of van systemen die elkaar niet verdragen, is een vorm van essentialistisch redeneren (denk aan het islamdebat) die het experimenteren met mengvormen principieel buiten de orde verklaart. Dat de huidige, in feite door de partijen benoemde burgemeester boven de partijen zou staan is een goedgelovige illusie. Dat een meer persoonlijke politiek het ambt zou uitleveren aan een partijdig populisme is conservatieve spokenjagerij. Van der Lans en Platvoet onderschatten in hoeverre de media de klassieke debatfunctie van politieke partijen inmiddels hebben overgenomen, en hoezeer zij nieuwe persoonsgerichte vormen van politieke representatie mogelijk maken. De lessen van de Fortuyn-revolte zijn aan hen niet besteed. Onze democratie is een lijstjesdemocratie. We worden niet door volksvertegenwoordigers maar door partijvertegenwoordigers geregeerd. Eerste Kamerleden zoals Van der Lans en Platvoet worden niet door de burger gekozen maar door de Provinciale Staten benoemd, op grond van lijstjes die door hun partijen zijn opgesteld. Ook de Staten zelf worden via dergelijke lijstjes gekozen, net als de Tweede Kamer, waarbij zoals bekend velen in de slipstream van de lijsttrekker (die niet voor niets zo wordt genoemd) de Kamer binnenkomen. Ook bij de gemeenteraadsverkiezingen komen de partijen weer met hun lijstjes aanzetten. Het voorstel van een door de raad gekozen en vooral niet te onafhankelijke burgemeester past daarmee naadloos in deze gesloten partocratie. Partijen zijn de hoekstenen van de democratie, aldus het SP-programma. Ook GroenLinks houdt vol dat volksvertegenwoordigers moeten worden gekozen als lid van een partij en op basis van het gedachtegoed van die partij. Men wil inhoud en ideeën in plaats van vorm en stijl. Maar de tegenstelling tussen personen en ideeën is vals. Het voorbeeld van de Maastrichtse CDA-burgemeester Leers, die de verkiezingen in wilde als onafhankelijke kandidaat met een eigen programma, laat andere, interessantere mogelijkheden zien. Leers wilde zonder zijn CDA-achtergrond te verloochenen afstand nemen van zijn partij, en een eigen programma inbrengen dat zich niet aan gevestigde partijgrenzen en partijthemas zou hoeven te houden. Niet voor niets stonden de oude partijbonzen meteen op hun achterste benen. Leers kondigde daarmee een nieuwe vorm van politiek individualisme aan, een nieuwe onpartijdige partijdigheid. Het heeft niet zo mogen zijn. Nu beklijft alleen de verzuchting van PvdA-fractieleider Noten: Ten diepste heb ik het Haagse systeem niet willen accepteren. Een bekorte versie van dit stuk verscheen eerder in de Volkskrant, 31 maart 2005. Zie ook Wouter Bos, Democratie: over partijen, populisten en personen, op deze site.
