Hernieuwde samenwerking tussen Zuid-Amerika en Europa
In Zuid-Amerika is de afgelopen jaren de politieke situatie ingrijpend gewijzigd en voeren sociaal-democratische regeringen de boventoon. Men kijkt er al jaren uit naar een intensievere en meer evenredige samenwerking met Europa, waarmee nauwe historische banden bestaan. De reden is vooral pragmatisch: de meeste landen zijn de achtertuinpolitiek van de Verenigde Staten meer dan zat en zoeken naar nieuwe allianties. Europa is echter niet ingesprongen op die veranderingen en voert nog steeds een internationale politiek gestoeld op ongelijke economische en geopolitieke relaties die verzacht worden door ontwikkelingssamenwerking.Nieuwe samenwerking zal gestoeld moeten zijn op wederzijds respect, waarin Zuid-Amerika een gelijkwaardige partner van Europa wordt. Recente mondiale economische en geopolitieke veranderingen vergroten de noodzaak daarvoor, zowel vanuit een standpunt van eigenbelang als vanuit een standpunt van collectief belang. De afhankelijkheid van Europa ten aanzien van natuurlijke hulpbronnen wordt steeds groter, en de huidige Zuid-Amerikaanse regeringen zijn steeds minder bereid om die voor bodemprijzen te verkopen. Zuid-Amerika sluit interne allianties en allianties met andere continenten, terwijl veel landen in Europa - met Nederland voorop - kritiekloos de Verenigde Staten volgen; waarvan, om met Paul Kennedy te spreken, de laatste dagen als (gerespecteerde) wereldmacht geteld zijn
Gemiste kans?
Een concreet voorbeeld van nieuwe samenwerking op wereldniveau is de opkomst van verschillende Zuid - Zuid-allianties. Een interessant voorbeeld is het blok ÍBSA: India, Brazilië, Zuid-Afrika. Deze in 2003 formeel gevormde alliantie heeft principes die een alternatief vormen voor een machtsblok als de G8. De alliantie is gestoeld op drie gedeelde principes: (1) democratische instituties en waarden; (2) het combineren van de strijd tegen sociale ongelijkheid met ontwikkelingsbeleid: (3) multilaterale instituties moeten de politieke en economische onzekerheid bestrijden. De Zuidafrikaanse onderzoekster Lyal White stelt: IBSA is veel meer dan alleen commercie en investering: het biedt een historische gelegenheid om de Zuid-Zuid-dialoog te intensiveren door middel van verschillende vormen van samenwerking en uitwisseling. In een geglobaliseerde wereld is deze benadering een subtielere vorm van ontwikkelingssamenwerking die de overdracht van kennis, technologie en know-how teweegbrengt tussen de centrale landen in het Zuiden.
Het lijkt mij dat Europa dit soort initiatieven niet als een gevaar moet zien; en zelf dergelijke economische paradigmas overstijgende allianties zou moeten vormen met bijvoorbeeld Zuid-Amerika. Op deze manier verplaatst Europa zich weer naar het mondiale middenveld, in plaats van de zijlijn waar het continent nu hard naar op weg is. Er zijn een aantal ontwikkelingen gaande in Zuid-Amerika, ten aanzien waarvan Europa en Nederland nu al een nieuwe positie kunnen kiezen.
Lessen van en voor de Europese Unie
Sinds de democratisering en verlinksing van Zuid-Amerika in de jaren negentig is de belangstelling voor onderlinge samenwerking tussen de landen van dat continent sterk toegenomen. De Europese Unie wordt vaak als voorbeeld genomen. Helaas wordt daarbij de nadruk gelegd op de economische en infrastructurele componenten, terwijl de sociale programmas worden vergeten die er toe hebben geleid dat de economische ongelijkheid binnen de Europese Unie is afgenomen. Zo worden er in Zuid-Amerika momenteel veel infrastructurele projecten gepland en uitgevoerd die de integratie van dat continent moeten bevorderen. Europa en ook Nederland zijn betrokken bij de financiering ervan.
Deze projecten zijn echter vaak schadelijk voor het milieu en zijn vooral voordelig voor een klein, bevoorrecht deel van de bevolking. Positieve en negatieve lessen van de Europese Unie kunnen helpen om de integratie in Zuid-Amerika milieuvriendelijker te maken ten gunste van een groter deel van de bevolking. Evenzo kunnen Europese landen van de Zuid–Amerikaanse integratie leren hoe ze hun eigen crisis van de Europese Gemeenschap te boven kunnen komen. Afgelopen mei tijdens de Europees - Latijns-Amerikaanse top in Wenen waren de Europese regeringen nog niet bereid om op dit niveau te praten. Het lijkt mij interessant als dit onderwerp wel aandacht krijgt tijdens de eerste presidentiële top van de Zuid-Amerikaanse Gemeenschap die aanstaande december in Santa Cruz in Bolivia (mijn woonplaats) wordt gehouden, en gedurende de volgende Europees–Latijns-Amerikaanse top die in 2008 in Lima zal plaatsvinden.
Gelijkwaardige ontwikkelingssamenwerking
Ik betoog niet dat ontwikkelingssamenwerking moet worden opgeheven, maar dat het gelieerd moet worden aan andersoortige internationale relaties en dus vernieuwd moet worden. Echter, in de afgelopen jaren heeft Nederland de ontwikkelingssamenwerking met de meeste Zuid-Amerikaanse landen flink teruggeschroefd zonder dat er nieuwe, andersoortige samenwerkingsverbanden werden opgezet. Dit kwam de relaties met die landen niet ten goede. In een aantal landen, bijvoorbeeld Bolivia, is Nederland nog steeds een belangrijke donor. Het is dus een uitdaging om te onderzoeken hoe huidige, op ontwikkelingssamenwerking gestoelde relaties geleidelijk kunnen worden omgezet in een gelijkwaardige samenwerking.
De positieve ontwikkelingen in Zuid-Amerika worden namelijk overschaduwd door een aantal negatieve factoren. Het verschil tussen rijk en arm is in Zuid-Amerika groter dan in alle andere werelddelen, sociale zekerheid is vrijwel afwezig, democratieën zijn fragiel, stedelijk geweld is alarmerend en de gevolgen voor het milieu van (nieuwe) economische activiteiten zijn enorm. Vorige Zuid-Amerikaanse regeringen namen deze bijeffecten op de koop toe of veroorzaakten ze bewust. Veel huidige Zuid-Amerikaanse regeringen beschouwen ze als nationale kernproblemen, en zijn werkelijk geïnteresseerd om de problemen in samenwerking met andere continenten aan te pakken.
Het grote geld
Europa is de belangrijkste handelspartner van Zuid-Amerika. De handelsakkoorden die nu bestaan zijn overwegend neoliberaal, volgens een klassieke Noord–Zuid-logica. Een grondige verandering van die akkoorden is een eerste stap naar een gelijkwaardiger samenwerking. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt niet alleen bij de regeringen maar ook bij bedrijven. Op commercieel niveau zullen Nederlandse en Europese multinationals hun gedragcodes moeten bijstellen. Deze houding brengt niet alleen op de lange termijn voordelen met zich mee voor zowel de multinational als het land waarin hij actief is, maar kan ook op korte termijn commercieel voordeliger zijn. Multinationals die dit niet doen, worden als gevolg van hun arrogantie steeds vaker in het strafbankje geplaatst.
De eventuele intensievere en meer evenredige samenwerking met Zuid-Amerika gaat ook over veranderende rollen en verschuivende allianties op wereldniveau. Zuid-Amerika zoekt naar samenwerkingsverbanden waarin het samen met Europa en andere delen van de wereld een regulerende rol kan spelen bij themas als internationaal recht, milieuverdragen en vrede. Het verbaast mij dat er in Nederland nauwelijks discussie wordt gevoerd over onze rol in multilaterale en bilaterale verhoudingen, zeker omdat internationale spanningen, maar ook mogelijke nieuwe allianties ons gebieden om nu juist niet te navelstaren.
Het lijkt me dat de discussie vooral duidelijkheid moet scheppen. Het gaat over keuzes: zijn we bereid om gelijkwaardige relaties aan te gaan met het Zuiden; zijn we een kritiekloze of juist kritische bondgenoot van de VS; scharen we ons binnen de EU bij landen zoals Groot-Brittannië, die zich op een Noord-Atlantische alliantie concentreren of bij landen zoals Zweden, die een meer mondiale visie hebben; kunnen we de dominerende rol van ons afzetten; zijn we in staat om te leren van andere maatschappijen; kiezen we in internationale conflicten voor één van de partijen of voor een rol als bemiddelaar?
Overstijgen van paradigmas
Tot voor kort geloofde bijna niemand dat het verkrijgen van sociale gelijkheid op nationaal niveau via democratische weg mogelijk was. In de jaren zeventig bewezen sociaal-democratische bestuurde landen als Nederland en Zweden dat het wel kon. Dezelfde scepsis gold voor het verkrijgen van sociale gelijkheid in Europa. Echter, de sociale politiek van de Europese Unie heeft er mede voor gezorgd dat voormalige arme landen als Ierland en Spanje nu tot de Europese sociale en economische voorhoede behoren. Het volgende paradigma dat we moeten overstijgen is het geloof dat er in de wereld nu eenmaal arme en rijke landen zijn, of, erger nog, dat we onze rijkdom danken aan goedkope grondstoffen en arbeidskrachten uit arme landen. Verder lukt het ons blijkbaar niet om ons gevoel van superioriteit en eurocentrisme te overstijgen
Dit brengt me tot de stelling van Frans Bieckmann dat ontwikkelingssamenwerking zijn grenzen moet overstijgen. Ik denk dat de paradigmas die ik eerder noemde ons ervan weerhouden om ontwikkelingssamenwerking werkelijk te zien als een deel van de complexe relaties tussen landen en niet als de veredelde aalmoes die ze nu is.
Lonken naar een oude man
Ik sluit mijn verhaal af met een Zuid-Amerikaans getinte metafoor. Mijn indruk van de relatie tussen Zuid-Amerika en Europa en Nederland, is die van een mooie jonge vrouw die naar een oude man lonkt. De oude man gaat niet op haar avances in. Hij zou misschien wel willen, maar heeft zijn bril niet op. Dat is jammer, want een nauwere, vernieuwde samenwerking is bevorderlijk voor het welzijn van beide continenten en voor het creëren van een gezonder wereldorde. Uiteindelijk zal het oude continent zijn geest moeten verjongen en Zuid-Amerika niet alleen als een mooie maar ook als een intelligente vrouw moeten zien, wil de relatie kans van slagen hebben.
Henkjan Laats werkt voor de Boliviaanse organisatie CEADES aan conflictbeheersing, institutionele versterking en culturele dialoog. Dit artikel is een bewerking van een eerder artikel dat verscheen in het tijdschrift ID.
