Het St. Joseph Hospice in Dindigul
Het hospice is in 2006 opgezet door Father Thomas. Hij vangt iedereen op, ongeacht kaste, geloof, leeftijd, geslacht of kleur. In het begin verbleven er zestig mensen. Inmiddels zijn de nodige vleugels aangebouwd en momenteel wonen er 325 mensen. Zij worden verzorgd door vijftien medewerkers. Ongeveer tachtig bewoners zijn psychiatrisch patiënt. Zij slapen in een aparte eenheid, maar mengen overdag met de andere bewoners. Iedereen die dat kan en wil helpt mee in het huis, maar als je een dutje wilt doen of van de grote bloementuin genieten kan dat ook.
Zorg, liefde en waardigheid
Dat zijn de kernwaarden van dit opvanghuis. De bewoners worden opgehaald na een tip van buitenaf. Mensen die verlaten zijn, op straat leven of het ziekenhuis worden uitgezet omdat niemand voor ze zorgt. Het hospice wast en kleedt hen, verbrandt de oude lorren en verzorgt zo nodig de wonden. Per week gaan er gemiddeld vijf mensen dood. Degenen die opkrabbelen gaan terug naar een plek waar ze verder kunnen leven - of blijven in het hospice.
Tijdens mijn bezoek liet een jonge vrouw op verzoek van de leiding haar wond zien en vertelde haar verhaal. Haar man verdacht haar van overspel en had haar een klap in haar nek gegeven met groot mes of een bijl. Zij keek me met droevig berustende ogen aan; we hielden even elkaars handen vast. Het jongetje dat bij haar was, speelde vrolijk op de zaal. Ze zocht, samen met de stafleden, een weg terug naar buiten om zelfstandig te leven.
Ontroerend vond ik ook de liefde en het pragmatisme waarmee men een baby in het hospice is opgenomen. Een jong, verstandelijk gehandicapt meisje had zich verscholen in een rioolbuis aan de rand van Chennai; alleen s nachts kwam ze er uit om voedsel te zoeken. Father Thomas wist haar vertrouwen te winnen en nam haar op in het hospice. Zij is daar bevallen van een gezonde baby. Ze kan niet zelfstandig voor haar kindje zorgen, dus moeder en kind blijven in het hospice wonen. Hoe lang? Dat weet niemand. We zien wel, no problem.
Duurzaam ondernemen
Het Hospice wordt gerund als een ecologisch bedrijf. De varkenshouderij levert extra inkomsten, omdat mest wordt omgezet in biogas. Alle afval wordt gerecycled en er wordt niet onnodig energie verbruikt. Zelfs het begraven gaat via een recycling methode, waarbij de natuur haar werk doet. Daar komt geen duur brandhout of elektriciteit aan te pas. Omdat veel mensen incontinent zijn, wordt er constant gewassen en gedroogd. De zonnecollectoren op het dak zijn omringd door een waaier aan dagelijks wasgoed.
Een euro per dag
Father Thomas stelt dat het succes van het hospice gedeeltelijk aan de patiënten zelf te danken is. De overheadkosten zijn laag omdat de bewoners zoveel mogelijk zichzelf - en medepatiënten - helpen. Je ziet overal bewoners tuinieren, koken, vegen, wassen of de varkens en de vogels verzorgen. Daar tussenin liggen mensen te dutten in de grote tuin of op hun comfortabele bed. In Nederland zou het model kunnen staan voor Eigen Kracht of doe-het-zelf-isme.
Men is in staat dit bedrijf te runnen voor één euro per dag per bewoner, all in. Het resultaat: liefdevol verzorgde bewoners, schone woongebouwen en slaapzalen, drie gezonde maaltijden per dag en een prachtige tuin. Het is indrukwekkend.
Tweede hospice in aanbouw
In de omgeving van Chennai - Madras in onze oude aardrijkskundeboekjes - valt er, met achttien miljoen inwoners, nog het nodige te doen. Father Thomas heeft zestien hectare grond gekregen van een Indiase weldoener. Het tweede hospice is in aanbouw. Het gaat volgens dezelfde principes functioneren. De ruimten voor 130 van de 500 geplande bedden zijn al gebouwd en bewoond. Men wacht hier niet tot alles klaar is maar gaat onmiddellijk open, want de nood is hoog. Omdat de tuin nog geen beschermende muur heeft die behoedt voor verdwalen en weglopen, gaan de deuren hier s nachts op slot. Dit hospice is, net als St. Joseph, voor de bouw en inrichting afhankelijk van giften en liefdadigheid. Father Thomas is druk aan het fondsen werven. Met de oude bedden en versleten matrassen die, goedbedoeld, gedoneerd worden, kan hij niets. Om de rustige uitstraling in de grote slaapzalen te behouden, moet er eenheid en kwaliteit in de inrichting zijn, zo vindt hij. Ik wil dat deze mensen eenmaal in hun leven een warm en zacht bed hebben. Ze zijn gewend om op straat te slapen, op het harde teer of in de berm. Laat ze hier vooral comfortabel leven en sterven.
Ontroering
Ik was al onder de indruk toen ik hier in 2010 voor het eerst kwam. Tijdens mijn recente sabbatical in India bezocht ik hospice St. Joseph drie keer. Als ik de balans opmaak, werd ik vooral geraakt door de serene rust die er heerst, met dat ondefinieerbare vleugje opgewektheid - ondanks of juist dankzij het feit dat er geen schotten zijn. Geen schotten tussen geestesziek, gewoon verlaten, oud en moe en al-dan-niet opzettelijk verminkt. Iedereen wordt met dezelfde liefdevolle benadering verzorgd, ook onderling zorgt men voor elkaar. Iedereen krijgt hetzelfde waardige afscheid en dezelfde respectvolle begrafenis. Dit alles gecombineerd met een pragmatische, doordachte en bedrijfsmatige benadering. Er is geen verstikkende regelgeving, indicatiestelling, paperassenwinkel of bouwbesluit en toch staat dit gebouw met parktuin er prima bij en verspilt men geen energie. Duurzaamheid en comfort voor de bewoners staan centraal.
Je zou eigenlijk zelf een keer moeten gaan kijken hoe het ook kan. Een blik op de site van de Indiase hospices (www.lightfortheblind.org.uk) of de Nederlandse stichting van Carin Middendorp (www.stjosephshospice.nl) geeft een goede eerste indruk. Wil je meer weten, zelf een bijdrage leveren of als vrijwilliger op bezoek, bel dan gerust Toby Frielink, 06 50 684 195.
Toby Frielink is socioloog http://tobyfrielink.com/
