Is het Momentum voor nieuwe leiders aangebroken?
Spannende tijden in de politiek. Er komen extra bezuinigingen en Wilders test herhaaldelijk zn speelruimte. Toch staat de coalitie van VVD, CDA en PVV behoorlijk sterk. Waarom? De huidige progressieve oppositie is niet overtuigend. Men is teveel met zichzelf bezig om gezamelijk een vuist naar het kabinet te maken. Terwijl er zoveel problemen zijn die het kabinet laat liggen, waar het zn vingers niet aan wil branden, of voor Rutte & Co simpelweg niet lijken te bestaan.
Moet tegengas misschien niet van gevestigde partijen komen, maar juist van onderop, uit de samenleving?
Daar broeit het wel. Er duiken bewegingen op, zoals de global Occupy en de onlangs aangekondigde nieuwe paarse partij. Een ander initiatief, waar ik zelf bij betrokken ben, heet Nieuwe Leiders (NL). NL is "een groep jonge mensen - beginnende wetenschappers, politici, ondernemers en journalisten - verenigd door een pragmatisch idealisme, die hebben besloten hun gezamenlijk schreeuwen in de woestijn te kanaliseren en de kroeg te verruilen voor de publieke arena." We vinden dat progressieve twintigers zich weinig laten gelden in het publieke debat en proberen die apathie (boeiuh) te doorbreken.
Als onderdeel van deze missie organiseerden we afgelopen december een bijeenkomst over de progressieve onderbuik. We wilden daarmee stem geven aan de frustratie over het beleid van het huidige conservatieve en rechtse kabinet en de onmacht van de oppositie om zich hier effectief van te onderscheiden. Rechts/conservatief scoort met populisme, fact-free politics, onderbuikgevoelens, waar links/progressief geen goed weerwoord op heeft. Is dat er eigenlijk wel, vragen veel progressieve jongeren zich af? NL zegt volmondig ja: wij zijn ervan overtuigd dat er een modern, aantrekkelijk progressief alternatief is, gericht op de échte uitdagingen van de 21e eeuw, met zn toenemende inkomensongelijkheid, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, nadelige gevolgen van globalisering, duurzame economie en noodzakelijke hervorming van het financiële systeem. Hoe kunnen wij, twintigers, eraan bijdragen dat de wereld in 2050 is zoals wij die willen zien?
Het heerlijk politieke avondje in december was geslaagd. Mei Li Vos trapte af met een vooruitblik naar het jaar 2025, waarin zij door een parlementaire enquêtecommissie ter verantwoording wordt geroepen. Haar wordt verweten als lid van het kabinet Samsom 1 (visionair?) bewust een diplomatieke crisis te hebben laten voortduren, omdat het duurzaam economisch (energiezuinig) gedrag bevorderde. Tsja, is haar verweer, uiteindelijk zijn we er met zn allen wel beter van geworden. Met andere woorden: progressievelingen moeten, om iets te bereiken, juist politieke spelletjes spelen: "het doel is heilig, niet de middelen".
Rutger Bregman, opkomend opiniemaker (en twintiger), hield juist een betoog voor populisme van de feiten. Hij ontkrachtte handig en gevat de argumenten die tegen linkse/progressieve politici worden gebruikt - dat ze moralistisch zouden zijn, dat ze te weinig ideeën zouden hebben. Hij stelde dat het noodzakelijk is om oude linkse idealen te verbinden met "een voortdurende stroom aan praktische voorstellen die met overtuiging én kennis van zaken worden gepresenteerd". Alleen nieuwe leiders die dat kunnen, zullen echt iets kunnen veranderen, aldus Rutger Bregman.
Tot slot hield cabaretier en columnist Johan Fretz een door Obama geïnspireerd betoog, waarin hij zichzelf fictief verkiesbaar stelde in (ook al) 2025. De huidige staat van de politiek maakt hem niet somber, maar juist hoopvol: het kan echt, een modern, open, tolerant Nederland! Zijn pleidooi voor sociale politiek bevatte geen greintje cynisme of linkse zelfkastijding, wel humor en energie: een mooi einde van de avond.
Duurzaamisme
Het moet en het kan dus, nieuwe progressieve politiek, en we moeten vooral niet bang zijn ons te profileren en idealistisch te zijn. Maar wat wil NL eigenlijk? In hoeverre zijn de onderbuikgevoelens meer dan een vage, brede emotie dat het niet de goede kant op gaat en dat we ons zorgen maken?
Een van onze grootste frustraties is het gebrek aan visie in de politiek, die zich in toenemende mate kenmerkt door focus op de korte termijn en op non-issues. Wij willen juist de andere kant op: met bijvoorbeeld duurzaamisme op alle fronten als visie voor de 21e eeuw. Niet alleen met betrekking tot energie/milieu en duurzame economie, maar ook in het hervormen van de verzorgingsstaat (pensioenen, gezondheidszorg). Dat gaat om het voorkomen van uitbuiting, of het nu gaat om de aarde (grondstoffen, oerwouden) of van mensen in Bangladesh die voor een schijntje onze goedkope kleding en smartphones in elkaar zetten en daarmee grote gezondheidsrisicos lopen. We willen ons sterk maken voor een wereld waarin niet het recht van sterkste geldt, bijvoorbeeld een consortium van invloedrijke banken, maar waar beleid wordt bepaald op basis van overwegingen van wat in de toekomst het beste is voor iedereen.
Hoe krijgen we dat voor elkaar? Een voorbeeld van een boodschap die wij de huidige politieke leiders willen sturen is dat ze, in plaats van de huidige economische en financiële crisis te gebruiken als aanleiding voor een staaltje politiek paniekvoetbal, de kans moeten aangrijpen om de economische hervormingen door te voeren die de toekomst van Nederland veiligstellen.
Happy Chaos
Hiermee blijkt NL op dezelfde golflengte te zitten als Happy Chaos, de club die onlangs een avond organiseerde met als thema Momentum. Ook Happy Chaos stelt dat we de crisis moeten aangrijpen als kans voor economische hervormingen, die voorkomen dat grote uitdagingen als grondstoffenschaarste, klimaatveranderingen en verschuivende internationale verhoudingen zullen zorgen voor een drastische neergang in welzijn van toekomstige generaties.
De bijeenkomst van Happy Chaos was groter dan die van NL en omvatte zowel politieke als kunstzinnige elementen. De ambitie was hoog: het liefst had Happy Chaos dat het publiek na de bijeenkomst de straat op zou rennen om een revolutie te starten, zo liet de organisatie weten in het openingswoord. De potentie was er in ieder geval: een paar honderd aanwezigen (het evenement was uitverkocht), vrijwel iedereen onder de 40. Zij maken zich dus, net als NL, zorgen en waren ook op zoek naar het momentum voor echte politieke verandering. Hoe kunnen we dat bereiken?
Hoogleraar milieueconomie in Tilburg, Reyer Gerlach, zette de toon. Hij legde in een decor van overspoelde duinen en drijvende meubelen (Amersfoort aan zee) uit dat er inderdaad veel bewijs is voor klimaatverandering, uitputting van de aarde en groeiende inkomensongelijkheid en dat de vrije markt economie hier aantoonbaar niet in alle gevallen een oplossing voor biedt. Zijn goede nieuws: als we investeren in duurzame economie, kunnen we nog steeds blijven groeien, zij het een jaartje langzamer dan nu. Actie vereist dus van politieke leiders.
Ook Johan Fretz was weer van de partij, ditmaal met zijn broeder, het andere deel van de cabaretduo. Hij begeleidde Johan muzikaal bij het opnieuw houden van de ik stel me verkiesbaar toespraak. Ook het grotere publiek hier kon het waarderen: het stel kreeg een daverend applaus.
Leuk in de rijkelijk gevulde avond was ook de discussie tussen Ewald Engelen (hoogleraar financiële geografie), Ingrid Robeyns (hoogleraar praktische filosofie) en Klaas van Egmond (hoogleraar geowetenschappen), die als opdracht hadden meegekregen de toekomst van de huidige twintiger te schetsen. Er werd er daadwerkelijk een uit het publiek geplukt en neergezet op een bank op het toneel en de academische kopstukken namen één voor één naast hem plaats en hielden hun verhaal.
Het verhaal van Engelen was het leukst, maar ook het meest pessimistisch. Hij suggereerde dat het met deze twintiger - een student uit Delft die de duurzaamheidsbusiness in wilde - heus wel goed zou komen: in de toekomst zat hij met zn gezin en goede baan bij een Chinese multinational, ver weg van het oude Europa, waar men nog altijd van de ene in de andere politiek-economische crisis viel. Als hoogopgeleide had hij een toekomst voor zichzelf weten te verzekeren waar de toekomst te halen viel. Anders dan een groot deel van de rest van de wereld, waar het een stuk minder prettig toeven was, aldus Engelen. Een collectieve oplossing voor de huidige problemen is ver weg, zei hij.
Robeyns schetste het meest utopische maar desalniettemin realistische scenario, dat zag er wat rooskleuriger uit voor de wereld. Helaas benadrukte ze dat het progressieve ideaalbeeld - een wereld met meer vrijheid, mogelijkheid tot ontwikkeling, minder uitbuiting, meer duurzaamheid, meer gelijkheid, met een overheid die sterk investeert in onderwijs en toekomst en corrigeert waar dat markt de fout inging - dus utopisch was; of het ervan zou komen wist ze niet.
Positiever was Van Egmond (tegen de twintiger: "Ik ben jaloers op je, jongen"). Hij voorspelde dat jonge mensen van nu deel zullen nemen aan een van de grootste revoluties in de geschiedenis, de duurzaamheidsrevolutie, die juist in tijden van crisis vorm kan krijgen. Waar in de jaren 90 "niks gebeurde, oersaai", omdat iedereen het zo goed had, krijgen we nu de kans geschiedenis te schrijven. Om dit voor elkaar te krijgen, moeten we er wel voor zorgen dat de banken, die nu zoveel macht hebben, ingeperkt worden: weg met de huidige financiële instellingen, terug naar regulering door de overheid. Dan ligt de weg naar de duurzaamheidsrevolutie open.
In een spelshow, waarin drie jonge ondernemers een plan passend binnen een ander soort economie presenteerden, bleek wat jongeren concreet kunnen doen om deze omwenteling te bewerkstelligen. In een met glitter overgoten setting won het plan om een maand niks te kopen en op zoek te gaan naar nieuwe vormen van hergebruik. Andere plannen waren: alternatieve geldsystemen opzetten en zo minder afhankelijk worden van de grote economie, en in plaats van bezit van materiaal juist het gebruik ervan te bevorderen, door bijvoorbeeld huishoudelijke apparaten, in het bezit van de producent te houden en slechts tijdelijk in gebruik te laten nemen door consumenten.
En nu?
Het afsluitende feest was revolutionair gezellig, maar het gevoel van momentum onder de jonge aanwezigen was nog niet alomtegenwoordig. Happy Chaos loopt wat dat betreft tegen hetzelfde probleem aan als NL. Ja, we kunnen ons verenigen, we kunnen problemen benoemen, we kunnen zorgen delen en frustraties uiten. Maar hoe nu verder? Hoe kanaliseren we de losgemaakte woede en vormen we die om tot een kracht die verandering teweegbrengt?
Belemmerende factor is dat wij, progressieve jongeren, het te goed hebben. We hebben allemaal prima levens en ondanks de doemscenarios die wetenschappers en politici schetsen, lijkt de toekomst nog ver weg. We willen ons wel voor een paar minuten laten inspireren door een Obama of een Fretz, we willen er wel over babbelen op een avond met infotainment, maar verder dan dat gaat het nog niet.
Dus, wanneer gaan we de straat op, de politiek in, de barricades op om de progressieve onderbuik van de daken te schreeuwen? Doen we dat samen met Occupy en met oud-actievoerders als Wijnand Duyvendak en Diederik Samsom of blijft het voor ons, twintigers van nu, voorlopig toch bij gezellig bier drinken en dan weer op de fiets naar ons eigen warme bedje?
De ingrediënten zijn er: jonge mensen die zich zorgen maken, crises die de urgentie onderstrepen, intellectueel kapitaal en een honger naar een andere toekomst. Om die te bereiken moeten inspirerende leiders progressieve idealen koppelen aan praktische doelen. We zetten in op een heuse revolutie. Ik ben er klaar voor - in de woorden van Happy Chaos "laat die shit maar komen". Doe mee!
Iris Groen is redacteur van Waterstof en lid van Nieuwe Leiders.
