Het immaterieel erfgoed van UNESCO: identiteit en conflict
In november 2010 heeft de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization (UNESCO) de lijst van het Immateriële Erfgoed van de Mensheid uitgebreid. Onder andere de (Spaanse) Flamenco, Chinese acupunctuur en de Franse keuken zijn toegevoegd en mogen zich nu rekenen tot het culturele immateriële erfgoed der aarde. De Argentijse Tango, de Chinese kaligrafie, het orale erfgoed en de culturele manifestaties van het Zápara-volk (Peru) hebben deze status al langer.[1]
Maar hoe bepaal je in een tijd van globalisering wat erfgoed is? En wat zijn de effecten van deze benoeming? In dit korte essay probeer ik een antwoord te vinden in de tegenstrijdigheden in het UNESCO-vertoog over cultureel immaterieel erfgoed. Eerst sta ik kort stil bij wat UNESCO onder erfgoed verstaat en wat zij ermee wil bereiken.
Doelen
Onder immaterieel verstaat UNESCO een breed scala aan "orale uitingen en tradities", "performing arts", "sociale praktijken, rituelen en feesten", "kennis en praktijken met betrekking tot de natuur en het heelal" en "traditionele ambachtelijkheid", voor zover deze door "gemeenschappen, groepen en individuen als hun erfgoed worden gezien". Deze lijst is in het leven geroepen om bescherming van immaterieel cultureel erfgoed mogelijk te maken. Concreet betekent dit financiële, wetenschappelijke en promotiegerelateerde ondersteuning verlenen aan natiestaten die worden geacht lijsten te maken. Maar waarom moet cultureel erfgoed beschermd worden?
UNESCO geeft hier meerdere antwoorden op. Ten eerste is cultureel erfgoed belangrijk voor identiteit en thuisgevoel. Ten tweede wordt cultureel erfgoed gezien als iets dat kan helpen bij een interculturele dialoog en het stimuleren van wederzijds begrip voor andere manieren van leven. Ten derde is cultureel erfgoed van economisch belang, en, ten slotte, helpt cultureel erfgoed mensen zich deel te voelen van een gemeenschap of een samenleving in bredere zin.
Wat ten grondslag ligt aan deze doelen is UNESCOs missie om te zorgen voor een vredige wereld. UNESCO stimuleert internationale samenwerking "...in order to ensure a more peaceful world." Kort gezegd, bescherming van erfgoed moet - in een keten van ontwikkelingen - leiden tot meer vrede op aarde.
Dynamisch erfgoed
We zijn geneigd om beschermen direct in verband te brengen met een nostalgische houding, die cultuur en erfgoed wil hervinden of bevriezen in hun oude, oorspronkelijke, niet door de moderniteit geperverteerde vorm. Bescherming moet in deze zin geïnterpreteerd worden als conserveren, restaureren en fixeren. Het interessante is dat de UNESCO niet alleen een andere opvatting van bescherming van erfgoed lijkt te hanteren. Zij zet zich ook expliciet af tegen de nostalgische fixatie van cultuur en erfgoed:
"Safeguarding does not mean protection or conservation in the usual sense, as this may cause intangible cultural heritage to become fixed or frozen. Safeguarding means ensuring the viability of the intangible cultural heritage, that is ensuring its continuous recreation and transmission."
Bescherming is dus niet het fixeren of bevriezen.[2] Het bevriezen van erfgoed door folklorisering en het zoeken naar authenticiteit wordt door de UNESCO zelfs expliciet als gevaar gezien. Het gepresenteerde alternatief van beschermen van erfgoed is "het verzekeren van het onophoudelijke herscheppen en overdragen" van erfgoed. De erfgoedopvatting is dus niet statisch en nostalgisch, maar dynamisch en procesmatig. Hieruit volgt dat niet elk immaterieel erfgoed beschermd of hernieuwd moet worden, omdat, net als elk ander levend lichaam, "immaterieel erfgoed een cyclus volgt waardoor sommige vormen verdwijnen na nieuwe vormen van expressie te hebben gebaard." Uit het voorgaande volgt logischerwijs - en dat is een duidelijk teken van realisme - dat de UNESCO de realiteit van de moderniteit omarmt: "...as the world changes, modernisation and mechanisation are part of this living process - in many cases they might even assist and promote creativity."
Het toekennen van de status van Immaterieel Erfgoed van de Mensheid is onmogelijk zonder definitie en afbakening van de cultuuruitingen die het object van UNESCO-beleid zijn. Immers, om iets te beschermen moet je weten wát je wilt beschermen.[3] De bovengenoemde definitie van immaterieel erfgoed - "orale uitingen en tradities", "performing arts", etc. - is breed. Het immateriële karakter ervan maakt het afbakenen ook niet makkelijker. Maar het is vooral de dynamische visie op erfgoed, als een "actieve, altijd veranderende, levende vorm", die de vraag naar hoe te bepalen wát beschermd moet worden, relevant maakt.
Op basis van welke cultuuropvatting stel je vast wat (beleidsmatig) te beschermen, gegeven het feit dat cultuur nooit een vaststaande entiteit is? Waar en hoe grenzen te trekken tussen wat erfgoed is en wat niet?
Toch authenticiteit?
Voordat ik hierop inga, is het interessant een ambiguïteit op te merken. De UNESCO ziet de modernisering en de ermee gepaard gaande verandering van culturele vormen enerzijds als een natuurlijk proces; anderzijds heeft ze een uitgesproken mening over moderniseringstendensen. Een mooi voorbeeld is de bespreking van de nadelen voor immaterieel erfgoed als gevolg van toenemende aandacht (van toeristen) er voor:
"However, care must be taken to make sure this increased attention does not have a harmful effect on the intangible cultural heritage. For instance, increased tourism could have a distorting effect, as communities may change heritage to suit tourists demands."
Wat hier als schadelijk wordt gezien is wanneer gemeenschappen die het erfgoed dat ze uitdragen aanpassen aan de wensen van toeristen. Ironisch genoeg is dat precies wat de UNESCO wil dat er met immaterieel erfgoed gebeurt. Het aanpassen van erfgoed aan toeristen is een voorbeeld van "levend" erfgoed, met mensen die "zich aanpassen aan de onophoudelijk veranderde omgeving".
Dit is één voorbeeld van de vele noties van schadelijkheid, ververvormingen, gevaren en dreigingen in het UNESCO-vertoog. Iets als een schadelijk effect of dreiging bestempelen, vereist een al dan niet expliciet, contrast tussen een wenselijke en onwenselijke manifestatie van erfgoed. Met andere woorden, wil je iets als een vervorming, verdraaiing of gevaar zien, dan is er een perspectief nodig van waaruit je het onderscheid vervorming versus origineel kunt maken. Om een verandering als verdraaiing te zien, of een vorming als vervorming, is een vertrekpunt nodig. Het is duidelijk dat UNESCO, ondanks de dynamische definitie van erfgoed, precies die houding aanneemt die ze verwerpt, namelijk een zoektocht naar het authentieke. Dat wil zeggen een oorspronkelijke vorm die niet alleen échter is, maar ook, in morele termen, waardevoller.[4]
De oorspronkelijke vorm moet beschermd worden, de nieuwe vorm niet. UNESCO kan zich dus moeilijk ontrekken aan de romantische houding ten opzichte van oorspronkelijkheid. Die is superieur aan de nieuwe cultuurvormen, die als gedegenereerd worden beschouwd. Modernisering moet volgens UNESCO dus wel degelijk bestreden worden. Soms, niet altijd. UNESCO verwerpt modernisering vooral wanneer de bron van verandering extern is. Of het moderniseringsproces, of culturele verandering, van binnen of van buiten komt, het verandert weinig aan de problematische betekenis van bescherming. Het verwijst zowel naar het "het mogelijk maken van de levensvatbaarheid van erfgoed" als naar bevriezing en/of restauratie van erfgoed, waarvan UNESCO zich juist distantieerde. De interne spanning is zowel moreel als analytisch. Aan de ene kant heeft UNESCO het verlangen om erfgoed af te bakenen, specificeren en fixeren, terwijl we aan de andere kant een open houding ontwaren, met poreuze grenzen. Dezelfde spanning zien we ook terug in UNESCOs focus op identiteit.
Identiteit
Zoals gezegd is een van UNESCOs redenen voor bescherming van erfgoed de bijdrage aan identiteitsontwikkeling. Die maakt zelfs deel uit van de definitie ervan: erfgoed is iets dat "provides a sense of identity and beloning in relation to our own cultures." UNESCO legt geen identiteiten op, maar laat aan mensen zelf over hoe zij deze definiëren. Wanneer we kijken naar de subcategorieën van immaterieel erfgoed (b.v. orale praktijken), dan zien we dat alleen erfgoed zijn wanneer ze door "gemeenschappen, groepen en individuen als hun erfgoed worden gezien". Dus wat erfgoed is wordt niet van bovenaf, maar van onderop bepaald:
"The value of intangible cultural heritage is defined by the communities themselves - they are the ones who recognise these manifestations as part of their heritage and who find it valuable [...] The communities which bear and practise intangible cultural heritage are the people best placed to identify and safeguard it. However, outsiders can help with safeguarding."
Mensen zelf laten bepalen wat erfgoed is, heeft als voordeel dat het object van UNESCO-beleid bepaald kan worden. Als de gemeenschappen zelf zeggen dat iets hun erfgoed is, dan is dat zo. Deze grassroots-benadering van UNESCO maakt het mogelijk erfgoed te definiëren en te beschermen en doet dat bovendien op een respectvolle, niet paternalistische, of van Westerse superioriteit doordrenkte manier. Omdat UNESCO niet zelf bepaalt wat erfgoed is, kan dat erfgoed ook gedeeld worden:
"A community might share an expression of such heritage that is similar to one practised by others. Whether they are from the neighbouring village, from a city on the opposite side of the world, or have been adapted by peoples who have migrated and settled in a different region, all are intangible cultural heritage." (cursivering toegevoegd)
Het is maar de vraag in hoeverre de gemeenschappen in kwestie UNESCOs standpunt over het delen van erfgoed onderschrijven. Dat UNESCO niet zelf definieert wat erfgoed is, betekent overigens niet dat bevriezing en fixering van erfgoed afwezig of onmogelijk wordt. Wat als de mensen zelf hun erfgoed proberen te bevriezen en toe-eigenen? Wat als - bijvoorbeeld - de Fransen vinden dat bepaalde wijn- of kaassoorten tot de Franse keuken behoren, of de Grieken stellen dat het woord Macedonië alleen door Grieken gebruikt mag worden? In de praktijk zien we dat erfgoed bijna altijd strikt wordt afgebakend en toegeëigend, waarbij het cruciale is dat het juist niet gedeeld wordt door anderen, maar gepresenteerd als iets dat exclusief bij een bepaalde groep hoort.
Als de betreffende gemeenschappen zich een romantisch-conservatieve houding aanmeten en hun erfgoed tot een statische entiteit maken, dan past dat binnen het kader van UNESCO. UNESCO prefereert immers culturele uitingen die onaangeraakt zijn door de modernisering en globalisering. Bovendien, maakt UNESCO claims van authenticiteit en bevriezing van erfgoed mogelijk door gemeenschappen zelf te laten beslissen wat erfgoed is, door het toekennen van een officiële status en vooral door de nadruk op identiteit. Of, preciezer geformuleerd: UNESCO maakt bevriezing van erfgoed niet alleen mogelijk, maar stimuleert dat zelfs. Identiteit is immers juist gestoeld op het verschil, of het trekken van grenzen. Als wij X zijn, dan zijn wij dus niet Y. Identiteit is per definitie iets wat we niet zijn. Flamenco is dus geen Tango, en de Franse keuken is niet Spaans. Chinese acupunctuur is anders dan de Thaise. Identiteit kan alleen bestaan bij de gratie van afbakening, grenzen en verschil.
Samengevat, de gemeenschappen zelf laten bepalen wat erfgoed is, helpt bij het creëren van beschermingsbeleid, maar werkt bevriezing en toe-eigening in de hand, iets waarvan de UNESCO zich probeert te distantiëren. Of is het verschil tussen theorie en praktijk nog groter?
Contraproductief
Het bestaansrecht van UNESCO is het streven naar mondiale vrede. De redenering die erfgoed en vrede met elkaar verbindt, luidt als volgt: erfgoed is nodig voor identiteit en sociale cohesie, wat weer een voorwaarde is voor ontwikkeling, en zonder ontwikkeling is vrede onmogelijk. Bescherming van immaterieel cultureel erfgoed moet "conflicten voorkomen en oplossen". Of, andersom geredeneerd, kan cultureel erfgoed conflicten veroorzaken.
"The erosion or interruption of the transmission of the intangible cultural heritage might deprive the community of its social markers, lead to marginalization and misunderstanding, and cause identity fallback and conflict [...] Learning about different forms of intangible cultural heritage also promotes respect for others and intercultural dialogue.
Deze doel/middelrelatie is als volgt: erfgoed (het middel) leidt - via identiteit en ontwikkeling - tot meer wederzijds begrip en interculturele dialoog, kortom, tot meer vrede (het doel). Deze doel/middelrelatie kent echter ook andere kanten. Vanuit het middel geredeneerd: een sterke eigen identiteit is zeker geen garantie voor wederzijds begrip en vrede. De doelen - i.e. dialoog, respect en vrede - kunnen ook zonder deze middelen worden bereikt (en misschien wel eerder). Het tegenovergestelde van deze doelen, conflict, is daarentegen nauw verbonden met erfgoed en identiteit. Men kan wederzijds respect hebben zonder een sterke, in erfgoed belichaamde eigen identiteit, terwijl ieder (inter)cultureel, -etnisch of nationalistisch conflict, gestoeld is op een idee van culturele eigenheid (zie het werk van cultuurhistoricus Joep Leerssen, die laat zien dat politiek nationalisme altijd wordt voorafgegaan door en gepaard gaat met een culturele verbeelding van de identiteit).
Aangezien het beschermingsbeleid van UNESCO zich concreet manifesteert in institutionele en financiële ondersteuning van regeringen van natiestaten die nooit cultureel neutraal zijn, stimuleert UNESCO een bepaalde visie op wat de nationale cultuur[5] zou (moeten) zijn. Bijvoorbeeld, de staat Turkije zal culturele tradities van Turkse Armenen of Turkse Koerden niet snel op de erfgoedwensenlijst zetten, en wanneer wel, dan zullen ze waarschijnlijk als Turks bestempeld worden. Zoals Walter Benjamin in zijn indrukwekkende essay On the Concept of History (1940) stelt, wordt de geschiedenis, en dus erfgoed, altijd door overwinnaars geschreven. Ieder document van beschaving is altijd óók een document van barbaarsheid. In de - soms bloedige, soms subtiele - strijd om wie wat toebehoort, zijn er altijd individuen en groepen van wie de stem niet gehoord wordt. Net zoals identiteit alteriteit veronderstelt, kan culturele toe-eigening niet zonder onteigening.
Het beschermen van cultureel immaterieel erfgoed door UNESCO heeft niet alleen een onbedoeld effect, namelijk het bevriezen van erfgoed en het zoeken naar authenticiteit. Zij bereikt, sterker nog, een volledig tegengesteld effect van de doelen die als zijn eigen bestaansrecht fungeren. Daarom moet de UNESCO de politisering van cultuur, dat wil zeggen de sociaal-politieke effecten van het culturele erfgoeddenken over eigenheid en oorspronkelijkheid, onderkennen en benoemen. Dat is wél een stap dichter bij vrede.
Alle citaten komen uit (één van) de volgende officiële UNESCO-documenten:
What is Intangible Cultural Heritage? http://www.unesco.org/culture/ich/doc/src/01851-EN.pdf
Identifying and Inventorying Intangible Cultural Heritage http://www.unesco.org/culture/ich/doc/src/01856-EN.pdf
Implementing the Convention for the Safeguarding of ICH http://www.unesco.org/culture/ich/doc/src/01853-EN.pdf
Questions and Answers http://www.unesco.org/culture/ich/doc/src/01855-EN.pdf
Josip Kesic is redacteur van Waterstof
[1] Voor de volledige UNESCO-lijst van het immateriële cultureel erfgoed, zie Intangible Heritage Lists (http://www.unesco.org/culture/ich/index.php?pg=00011)
[2] "Can documentation lead to freezing intangible cultural heritage? No, if it aims at showing the state of this heritage at the moment documentation is undertaken."
[3] "However, communities should be actively involved in the inventorying processes, and the intangible cultural heritage elements should be well defined in the inventories to help put into practice safeguarding measures."
[4] Met andere woorden, het concept authenticiteit omvat zowel een ontologische claim (X is anders Y) als een morele (X is beter, waardevoller dan Y).
[5] "Als het gaat om de nationale cultuur, dan gaat het ook altijd om hoe regionale/lokale culturen in te delen, en hoe deze zich verhouden tot de desbetreffende nationale cultuur."
