Links-liberaal laat zich depolitiseren door Wilders dichotomie-tactiek
De dag nadat Hans van Mierlo stierf, de politicus die ooit hartstochtelijk pleitte voor het zoveel mogelijk betrekken van burgers bij de keuze voor publieke functies, wees PvdA-leider Wouter Bos in een persconferentie Job Cohen aan als zijn opvolger. Hoe reageerde de burgemeester van Amsterdam daarop, vanuit zijn ambtswoning of het hoofdstedelijke stadhuis? Met de observatie dat over zon toekomstig PvdA-leiderschap eerst maar eens moest worden nagedacht door het partijbestuur? Waarna een wellicht sterk vervroegde ledenraad de resultaten van zon denkproces aan een kritisch oordeel moest onderwerpen? Want natuurlijk geen stalinistische Agnes Kant-Emile Roemer-toestanden bij onze democratisch socialisten! Geen achterkamertjesgedoe als het CDA met Balkenende die direct na de voor zijn partij negatief uitgevallen gemeenteraadsverkiezingen door zijn voorzitter op het schild wordt geheven.
Maar nee. Geen vervroegde ledenraad, noch een evaluatie van het partijbestuur. Cohen deelde wat later die dag in een eigen persconferentie mee dat hij ontslag had genomen en reproduceerde vervolgens het deel van het PvdA-concept-verkiezingsprogramma waaraan Bos s ochtends niet was toegekomen. Even aanpoten dus voor Hans Kamps en zijn commissie, waarin even merkwaardige als illustere leden als Maarten van Rossem, die een nieuw programma voor de PvdA mocht ontwerpen, en daar tot volgend jaar de tijd voor had. Na de val van Balkenende IV bleek Kamps zon klus dus kennelijk in drie weken te hebben geklaard.
Terecht signaleren media dat met de komst van Cohen het veronderstelde antagonisme Bos-Balkenende kan transformeren in dat van Cohen-Wilders. De PVVer zelf reageerde uiteraard direct als de geblondeerde hond van Pavlov met theedrinken en te soft beleid. Het zou echter uiterst onverstandig zijn en ook schadelijk voor de Nederlandse democratie wanneer media tussen nu en 9 juni een antagonisme Cohen-Wilders als leidend principe voor de verkiezingssfeer hanteren. Extra onverstandig ook wanneer zij zich daarbij beperken tot attitudeverschillen jegens de islam en suggesties over de betrouwbaarheid van politici met een islamitische achtergrond.
Geert Wilders probeert namelijk met zijn PVV het conglomeraat van politiek en media in Nederland te perverteren door de methode waarop hij kwesties aansnijdt. Waardoor die kwesties voortaan als besmet gelden. Gezien de reacties van sommige politici en media lukt dat hem vaak. Misschien ook omdat dit besmet verklaren anderen juist goed van pas komt. Daarmee zijn we beland in de paradoxale situatie dat Wilders strategie van polariseren juist leidt tot een verder proces van depolitisering. Dit, terwijl wij een grote behoefte hebben aan politisering. Na een periode dat vrijwel alle partijen een variant van het neoliberalisme aanhingen en/of de daarbij behorende consensusdemocratie uitdroegen die bekend werd als poldermodel. Liefst uitgesproken met het accent van Bill Clinton. Sindsdien is ook GroenLinks onder Halsema voortvarend tot het neoliberale model toegetreden en lijkt de SP in het Roemer-tijdperk concessies te gaan doen aan het poldermodel.
Beide ontwikkelingen zijn zorgwekkend. Succesvolle populistische politici slagen er altijd in het politieke debat zodanig te sturen dat er - wat de Engelse politicoloog Paul Taggart noemt - een dichotomie over brandende kwesties ontstaat. Een simpele tweedeling waarin alleen maar het voor of tegen telt. De bezwaren tegen zon tweedeling zijn niet zozeer dat de waarheid altijd in het midden ligt, dat het best de gulden middenweg kan worden gekozen of dat de flanken niet kunnen regeren, zoals onze partijen uit het politieke centrum graag doen voorkomen.
Zon reductie tot louter voor of tegen is weliswaar gemakkelijker en overzichtelijker voor de media, maar die houden wel degelijk hun eigen verantwoordelijkheid. Bijvoorbeeld in het deconstrueren van die populistische dichotomieën tot overzichtelijke politieke standpunten, die niet alleen voor of tegen, maar ook verschillende combinaties daarvan inhouden. Een voorbeeld van deconstructie tot vijf verschillende situaties.
1. Populisten hebben ongelijk, bijvoorbeeld omdat hun unieke gelijk is gebaseerd op slecht onderbouwde argumenten, onjuiste generaliseringen of (bewust) onmogelijke -bijvoorbeeld in juridisch opzicht - politieke eisen.
2. Populisten hebben ongelijk, maar delen dat ongelijk met bepaalde politieke concurrenten.
3. Populisten hebben weliswaar ongelijk met het formuleren van oplossingen, maar gelijk in het benoemen van de problemen.
4. Populisten hebben gelijk en delen dat met concurrenten.
5. Populisten hebben gelijk, in tegenstelling tot concurrenten.
Hieruit blijkt onmiddellijk dat die dichotomisering in the long run schadelijk is voor populisten die regeringsmacht willen veroveren. Want politieke concurrenten zullen uiteraard proberen de categorieën 3 en 5 te verbinden met 1 en pogen om categorie 2 en 4 te verbloemen. Met name politici uit het centrum en links daarvan laten zich hierbij behalve door distinctiedwang vooral ook leiden door ethische en moralistische motieven waarvan ze verwachten dat die hun achterban aanspreken. Sommige media volgen hen daarin of gaan hen daarin zelfs voor. Het conglomeraat blijft steken in steekwoorden als buitensluiten, gebrek aan respect, discrimineren, angst voor de islam en in al dan niet besmuikte eufemismen - nieuw rechts-extremisme - van fascisme.
Dit louter focussen op Wilders islamofobisch nationalisme belemmert het zicht op andere reactionaire PVV-standpunten. Juist die andere standpunten tonen aan dat er een glijdende schaal bestaat tussen de PVV en andere partijen, zoals ik met die vijf situaties wilde aantonen. De kiezers begrijpen dat uitstekend. Een electorale keuze voor de PVV is dan ook, zoals onderzoekers als André Krouwel al jaren aangeven, gewoon een variant van een stem op bijvoorbeeld CDA, VVD of TON. Vastgoedlieden die Pim Fortuyn steunden, keerden na het echec van de LPF terug naar VVD en CDA, maar houden nu TON en PVV in de gaten. Maar door de dichotomisering staat de partij van Wilders aan de ene kant en staan de partijen van Balkenende, Rutte en Verdonk met alle andere aan de kant van de respectabele partijen. Ofschoon Verdonk net als Marco Pastors een onduidelijke relatie jegens Wilders programma vertoont.
Neem het enghartige nationalisme van de PVV. Volgens het bovengenoemde scala van worden de posities 2-5 gedeeld door verschillende concurrerende partijen en visies. We zien dus dat binnen TON, VVD, CDA, ChristenUnie en SGP verschillende gradaties van die bekloppenheid te vinden zijn, om van het Oranje supportersvolkje nog maar te zwijgen. Voorts deelt de PVV haar radicale pro-Israël standpunten en klimaatscepsis met de Krant van Wakker Nederland en de navenante rechtse partijen. In kwesties als stamcelonderzoek, abortus, euthanasie en family values staat Wilders zeer dicht bij de christelijke partijen.
Maar Wilders protesteert toch ook tegen de onderdrukking van vrouwen en homoseksuelen? Die protesten zijn slechts instrumenteel voor zijn islamkritiek. De hoofddoek moge niet oncontroversieel zijn, maar ook vrouwen zonder hoofddoek worden onderdrukt. De PVV viel nooit de ondervertegenwoordiging van vrouwen aan in de toppen van bedrijfsleven en universiteit. Noch de homofobie van de roomse clerus. Aan een tendentieuze identificatie van homoseksuelen met pedoseksuelen doet de PVV gezellig mee. En aan de helaas gebruikelijke buitenproportionele politieke hetze jegens de laatste groep zelfs met hartelust. Behalve over de RK zwijgt Wilders voor een atheïst dan ook oorverdovend over de eindelijk ook internationaal gegispte vrouwendiscriminatie door de SGP. Wellicht omdat deze bevindelijke partij eveneens van een - zij het minder rabiaat getoonzette - islamofobie getuigt? En laten we niet vergeten dat ook Pim Fortuyn in bijvoorbeeld in De verweesde samenleving de family values krachtig verdedigde. Laten we ook niet vergeten dat binnen de traditionele partijen uit het midden heel vaak gebruik wordt gemaakt van een populistische stijl. Kijk eens naar de populistische uitstraling van de Maastrichtse burgemeester Gert Leers. Hij heeft de kluit enigszins belazerd, maar André Rieu verheft hem met het Maastreechter volkje op het schild en de man solliciteert vrijwel schaamteloos naar een CDA-ministersrol. Leers als een Limburgse Berlusconi: lieve katholieke schurk. Maar kijk nog eens wat nauwkeuriger naar de esthetica van André Rieu en Geert Wilders. Die dansen toch als zwei Herzen im Dreiviertel-Takt?
Ten slotte laat de glijdende schaal zien hoe de PVV een aantal punten aan de SP en de vakbonden heeft ontleend, zoals de zinnige bezwaren tegen de verhoging van de AOW-leeftijd. Hiermee vormt de PVV een voorbeeld van de al enige tijd door Europese politicologen gesignaleerde tendens dat de huidige generatie neo-populistische partijen, in tegenstelling tot hun voorgangers, minder gemakkelijk in het klassieke linksrechtsschema kunnen worden gesitueerd dan de traditionele partijen. Neo-populisten zijn niet [links] of [rechts], maar vooral instrumenteel, tactisch en strategisch. Daarom is het voor de media cruciaal - ik heb het al betoogd - om populistische dichotomieën te reduceren tot het zeer diverse scala van standpunten en tegelijkertijd andere politieke partijen op vergelijkbare posities aan te vallen. Het CDA bekritiseert het populisme van de PVV, maar Balkenendes partij zit in het Europese Parlement samen met die van Berlusconi in één fractie. De Italiaanse premier is niet alleen een raspopulist, maar bovendien een maffiose antidemocraat.
Zoals Napoleon van de dienstdoende paus in 1804 de keizerskroon afpakte en die zelf opzette, heeft Wilders zijn best gedaan om een cordon sanitaire als een sieraad om de nek van zijn PVV te hangen. Dit tot groot genoegen van een aantal concurrenten en tot ergernis van degenen die van plan zijn hem na de verkiezingen als bijwagen te gebruiken. En eventueel weer te lozen, zoals in het verleden het lot was van LPF, D66 en CU. Echter, met de bovengenoemde tactieken slaagde Wilders er in veel onderwerpen besmet te verklaren en heeft hij juist zijn politieke tegenstanders een ceinture de chasteté opgedrongen. Een kuisheidsgordel, die moet verhinderen dat zij door de rivaal bezwangerd kunnen worden.
Het geval Wilders is helaas in het dichotomiseren redelijk gevorderd, zonder veel deconstructie van de media tegen te komen. Weliswaar wordt hem terecht verweten dat hij het debat schuwt en ontwijkt. Maar dat betreft een bepaalde vorm van debatteren. De openlijke, traditionele manier, waarin bijvoorbeeld academische wedstrijden worden gehouden, waarbij strenge regels worden gehanteerd. Een vorm die beantwoordt aan klassieke en Verlichte criteria van retorica. In onze dagen opnieuw geformuleerd door denkers als John Rawls en Jürgen Habermas.
Je kunt echter debatteren ook beschouwen als een continu communicatieproces over kwesties, waar en in welke vorm ze maar aan de orde komen. Inclusief roddel, achterklap, dorpspomperij, reaguurders, tabloids, Fox. Binnen dit type debat spelen Wilders en zijn gedachtegoed wel degelijk en actief een grote rol, zowel in de agendasetting als in de (dichotomiserende) framing van kwesties. Dat proces ontwikkelt zich op verschillende manieren.
Een aantal voorbeelden van besmette onderwerpen.
1 De boerka bemoeilijkt evenals de bivakmuts en de integraalhelm zowel de communicatie als de identificatie. Geen bezwaar dus om deze drachten in relevante situaties te verbieden. Bovendien behoort de boerka niet tot de traditionele dameskledij uit de landen van herkomst van vrijwel alle in Nederland wonende vrouwelijke moslims. Kan dus slechts gelden als een politiek statement.
Deze analyse is echter minder acceptabel geworden door het moslimpesten van Wilders. Zijn absurde bezwaren tegen een reguliere hoofddoek maken ook die tegen de boerka verdacht. Wilders bezwaren aanvallen, betekent in deze kwestie feitelijk ook een beperkt verbod van de boerka afwijzen.
2 Er gaan ook in ons land stemmen op om moslims een aantal juridische zaken via de sharia te laten regelen, zodat de rechtelijke macht er niet aan te pas hoeft te komen. Een en ander wordt dan overgelaten aan de imam. Dat is principieel onjuist en praktisch onhandig. Tot steniging zal in ons land niet zo snel worden overgegaan. Maar een vrouw zal wel slechts de helft van het kindsdeel van haar broer erven. De sharia is immers intrinsiek vrouwvijandig.
Parallelle rechtssystemen zorgen ook in ander opzicht voor rechtsongelijkheid. Het geeft geen pas wanneer bijvoorbeeld een priester die van seksueel misbruik wordt beschuldigd, er met een interne sisser vanaf komt, evenals een vader die zijn dochter uit motieven van familie-eer mishandelt, slechts met simpele interne sancties binnen zijn geloofsgemeenschap wordt gestraft, terwijl een onderwijzer op een openbare school of een ongelovige vader voor dezelfde delicten een fikse gevangenisstraf moet uitzitten.
Maar helaas maakt Wilders islamofobie het pleidooi voor een sharia lite wat meer salonfähig.
3 Integratie en emancipatie van kinderen worden zeer problematisch in onderwijsinstellingen waarin alle deelnemers uit één specifieke religieuze denominatie afkomstig zijn en bovendien uit eenzelfde etnische, talige en zelfs regionale minderheid. Een zorgelijke praktijk, ook al beweegt die zich binnen de wet.
Op andere terreinen - echtscheiding, medische behandeling - speelt de keuze van kinderen zelf een steeds grotere rol. Door Wilders drijverij echter zien velen zich opeens gedwongen het ouderwetse recht van de ouders te verdedigen om scholen voor hun kinderen te kiezen, ook als die ouder zijn dan twaalf.
4 Vormen van nationalisme die hier verbazing wekken, bloeien - mutatis mutandis - zowel in Marokko als in Turkije. Er ontstaat daardoor een begrijpelijke irritatie, wanneer belangrijke Marokkaanse en Turkse politici verklaren dat het uiterst onwenselijk is dat Marokkanen, respectievelijk Turken in landen als Nederland definitief integreren.
Naast het feit dat het om landen met een vrijwel islamitische bevolking gaat, maakt Wilders enghartig nationalisme een zelfbewuste Nederlandse kritiek op zowel ongezonde buitenlandse vormen van nationalisme als op het inmengen in onze aangelegenheden verdacht. Wat voor een land is Nederland om kritiek te leveren op nationalistische moslimlanden, terwijl een fors deel van zijn bevolking een islamofobe nationalist steunt?
Marokko weigert bovendien - om financiële redenen - Marokkaanse-Nederlandse burgers de keuze voor slechts de Nederlandse nationaliteit. Overigens kan de keuze voor twee paspoorten heel legitiem zijn - ingegeven door erfrechtelijke en vergelijkbare motieven. Wilders aanval op de twee paspoorten van de bewindslieden Aboutaleb en Albayrak leidde echter niet in brede kringen tot een verdediging van legitieme motieven voor deze keuze, maar tot een koudwatervrees jegens de Marokkaanse regering inzake haar dwang tot het behouden van de Marokkaanse nationaliteit. En jegens de gevolgen daarvan, bijvoorbeeld dat Nederlandse ambtenaren Nederlandse burgers weigeren om een (Berberse) voornaam te registreren voor hun kind. Dit op basis van een lijst die hun door een andere natie werd verstrekt!
5 Religiekritiek is door Wilders islamofobe gedram besmet geworden. Ook degenen bij wie uitdrukkingen als achterbakse refos en/of roomse gluiperds in de mond bestorven zijn, vertonen inhibities om elementen binnen de islam te bekritiseren omdat zij niet wensen te worden uitgemaakt voor verlichtingsfundamentalisten. Dit, terwijl Wilders opvattingen alleen verwantschap vertonen met die uit de Verlichting in de ogen van hen die de Verlichting per definitie afwijzen.
Met de laatsten komen wij op degenen die hun identiteit ontlenen aan Wilders pesterijen. Culturalistische moslimpolitici die met de culturalist Wilders reppen van de islam als één, ondeelbare, homogene gemeenschap, van vreemde smetten vrij. Die net als hij de angsten van een slecht geïnformeerde achterban exploiteren (zoals de arme, oude Rotterdamse moslims die verwachten gedeporteerd te worden als Wilders aan de macht komt). Ook onder veel allochtonen heerst immers onzekerheid en rancune, waarmee zij paradoxaal genoeg meer verwant zijn aan de Modernisierungsverlierer uit het PVV-electoraat, dan aan de kosmopolitische tegenstanders van Wilders islamofobe nationalisme. Een hoefijzer noemt de socioloog Dick Pels een constructie als deze vorm van les extrèmes qui se touchent.
Moslimpolitici die buitenproportioneel afwijkend gedrag van (jonge) moslims - radicalisering en criminalisering - mechanisch verklaren als een onvermijdelijk gevolg van Wilders hetze. De PVV-politicus identificeert immers stelselmatig vertegenwoordigers van etnische groepen - Marokkanen - met een godsdienst - de islam. Terwijl uit onderzoek blijkt criminele jongeren zelden of nooit de moskee bezoeken.
6 In dit proces van dichotomisering raken niet alleen sommige onderwerpen besmet, maar ook worden andere juist van tafel geveegd. Nederland is onder het neoliberale consensusmodel al jammerlijk gedepolitiseerd. Dat wordt nog erger door Wilders polarisering. Een (grote) PVV in een kabinet met CDA en VVD is juist om deze standpunten een ramp, en niet alleen voor links en links-liberaal Nederland. Want op het gebied van islamofobie zullen deze twee respectabele partijen en eventuele gedoogster ChristenUnie eisen dat Wilders veel water in zijn wijn doet. Onlangs heeft hij zich al bij hen geschaard in het behoud van de hypotheekrenteaftrek. Maar ook zijn zinnige bezwaren tegen de verhoging van de AOW-leeftijd en andere punten die hij aan de SP en de vakbonden heeft ontleend, zal hij desgewenst inwisselen.
Het zou erg nuttig zijn wanneer media en politici zich tot 9 juni inspannen het proces van dichotomisering weer terug te draaien. Waarbij de PVV als het nodig lijkt voortaan wordt aangevallen op al haar reactionaire standpunten en daarbij vooral ook de partijen niet worden gespaard die deze standpunten in min of meerdere mate delen. Waarbij een onderbouwde lange termijn visie wordt geëist van politieke partijen en recent beleid kritisch wordt geëvalueerd. En last but not least politieke partijen allerlei kwesties weer zorgvuldig POLITISEREN.
August Hans den Boef is verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam en is o.a. auteur van God als hype (Van Gennep, 2008).
