Een echte man is een wijf
Wouter Bos. Camiel Eurlings. Dat zijn nou echte mannen. Een echte man kiest voor zijn gezin. Hij gaat gelijktijdig met zijn kinderen aan tafel, en kiest voor betrokkenheid bij zijn nageslacht. Ja, een echte man kiest voor de liefde. Wen er maar vast aan. "Een man is niet als man geboren, maar als man gemaakt," zou ik bijna zeggen (vrij naar Simone de Beauvoir). De man van nu zoekt zijn nieuwe wezen achter het aanrecht. De echte man is een wijf geworden.
Is dat erg? Moeten wij treuren over deze teloorgang van de ouderwetse man? Nee, ik vind eigenlijk van niet. Om te beginnen is de bestiale mannelijkheid van weleer eindelijk ingetoomd. Ik bedoel de neiging om oorlog te voeren, naar zweet te stinken, op te scheppen over eigen kunnen, oeverloos over autos te praten of over voetbal, schuine moppen te tappen. Een man moet zich tegenwoordig schamen als hij dit soort platvloersheid ten toonspreidt. De priemende ogen van de vrouw dwingen hem tegenwoordig in elk domein tot matiging van dit soort oermannelijkheid.
Je zou bijna denken dat de man het slachtoffer is geworden van het militante feminisme uit de jaren zeventig. Maar dit is slechts de halve waarheid. De man heeft namelijk zelf actief bijgedragen aan zijn verwijving. Wat dacht u van zijn toegenomen gebruik van deodorant? En gezichtscrème? Wetenschappers hebben inmiddels bewezen dat het gebruik van mannencosmetica een negatief effect heeft op zijn zaadproductie. En wat dacht u van die andere bedenkelijke trend? De gladgeschoren torso. Het kale scrotum.
Je kunt er lacherig over doen, maar zo dom is het niet van de man om zich te willen transformeren tot vrouw. Als kostwinner had hij al een tijdje afgedaan. En inmiddels, nu de arbeidsdeelname van vrouwen rond de 70 procent ligt en de Nederlandse vrouw aan de top van de Europese emancipatieladder staat, hebben vrouwen allang bewezen dat zij kunnen functioneren in het mannendomein. Kijk naar een gemiddelde rechtbank waar voornamelijk vrouwen in toga te vinden zijn, kijk naar een collegezaal. Inmiddels studeren in het hoger onderwijs twintig procent meer vrouwen dan mannen. Of neem een huisartsenpraktijk, een lerarenkamer, de Tweede Kamer. Vrouwen hebben definitief de macht gegrepen. Misschien functioneren ze zelfs beter in het traditionele mannendomein, omdat zij trouwer zijn, en meer toekomstvisie hebben en empathie, omdat ze gedisciplineerder zijn, beter kunnen multitasken, en minder zuipen. In elk geval hebben zij de traditioneel mannelijke eigenschappen als competitiedrang, daadkracht, moed en slagvaardigheid zich moeiteloos eigengemaakt.
Dacht je nu dat mannnen zich verslagen voelen, of gepasseerd? Nee hoor, ze halen er hun schouders over op. Zo interessant was die kantoorbaan nu ook weer niet.
Mannen willen wel weer eens iets nieuws, ondernemend en explorerend als ze van nature zijn. En waarom niet uitgerekend het terrein dat de laatste twintig jaar in verval is geraakt: het aanrecht, het domein dat vrouwen achterlieten?
Sommige mensen rouwen nu om het einde van de man. Ze spreken met spijt over het onderwijs dat volledig gefeminiseerd is en dat jongetjes niet tot hun recht zou doen komen. Kinderen zien voornamelijk vrouwen voor de klas staan en het zijn vrouwen geweest die het onderwijs hebben hervormd met hun vrouwelijke normen en waarden, zoals gehoorzaam zijn, samenwerken , stel je voor: jongens worden gedwongen tot inlevingsvermogen en communicatievaardigheden! Jongetjes mogen zich niet meer als soldaatjes uitleven op het schoolplein en zij moeten zelfs leren plassen als meisjes: zittend, zodat ze de w.c.s niet bevuilen.
Je kunt ervan denken wat je wilt, maar als je het pragmatisch bekijkt en in het licht van de toekomst, dan is het zo gek nog niet dat jongens op school feminiem worden gevormd. Tenslotte zullen ze later, áls ze überhaupt nog aan de bak komen, in een vrouwenbolwerk moeten functioneren. En vergeet niet, de emotiecultuur rukt op. Ooit gold de beheersing van emoties als een belangrijk burgerlijk ideaal. Maar in een vrije en gedemocratiseerde samenleving is het uiten van heftige emoties niet langer taboe. Je ziet het aan de media, hoe die meer geïnteresseerd zijn in emoties dan in feiten. Wat ging er door je heen - of een variant daarop - is op dit moment de meest gestelde vraag door journalisten.
Een huilende man op tv is allang geen uitzondering meer. Een man mág zijn emoties laten zien, sterker nog: een man móet zijn emoties laten zien, wil hij nog sympathiek overkomen. Werd de aankondiging van Wouter Bos, dat hij de politiek ging verlaten, niet standaard vergezeld van de mededeling dat hij dit had aangekondigd op een zeer emotionele bijeenkomst? Die bijkomstige mededeling over geplengde tranen maakte zijn motieven - dat hij zijn drie jonge kinderen graag wilde zien opgroeien - in elk geval een stuk waarachtiger.
De opkomst van de emotiecultuur heeft alles te maken met de vrije samenleving waarin we functioneren. Normen voor het gedrag worden niet meer van bovenaf opgelegd door dominee, politieagent, of schoolmeester. De moraal moet van binnenuit komen. Ieder mag toch zelf weten hoe hij zich gedraagt. Dat lijkt ultieme vrijheid, maar misschien is het ook wel een loden last. Het vrije individu moet voortdurend aan zelfbeperking doen. En daarvoor is kennis van emoties een vereiste geworden.
Sorry voor de man, maar ook op het terrein van emoties zijn vrouwen in het voordeel. Juist omdat ze eeuwenlang kinderen hebben opgevoed en rond de domus hebben gescharreld. De kunst om emoties te herkennen, te vertalen en in goede banen te leiden is in de vrouwelijke genen opgeslagen. Voor de bescherming en overleving van het nageslacht is die kunst van groot belang. Maar ook vanwege hun fysieke zwakte zijn vrouwen altijd genoodzaakt geweest hun overredingskracht en manipulatieve vaardigheden in te zetten om hun zin te krijgen.
Kortom, een echte man heeft in deze verwijfde samenleving eigenlijk geen andere keus om voor zijn voortbestaan de vrouw te imiteren. Zijn opdracht is misschien zelfs wel om een bétere vrouw te worden. Want de moderne vrouw heeft - in haar streven het glazen plafond te doorbreken - het aanrecht danig verwaarloosd. Zij heeft het moederinstinct willen onderdrukken omdat zij is gaan geloven dat dat een lastig obstakel voor haar zogenaamde zelfontplooiing was.
Zoals mannen zijn: zij nemen in situaties waarin gevaar dreigt hun verantwoordelijkheid. Dat moment is nu klaarblijkelijk aangebroken, als je tenminste naar de cijfers kijkt. Nederlandse mannen besteden meer tijd aan de huishouding en het verzorgen van kinderen dan ooit. Inmiddels heeft al 17 procent van de mannen in Nederland een pappadag. Dat is uniek in de wereld. Van de werkende Nederlandse mannen heeft 23 procent een deeltijdbaan, in de Europese Unie is dat gemiddeld 15 en in de VS is dat 10 procent. De Nederlandse man kiest steeds vaker voor zijn taak thuis.
En dat is trouwens maar goed ook, want - zoals ik al schreef in mijn boek Leve de Burgertrut - naar mijn idee wordt het belang van de opvoeding van de volgende generatie flink onderschat. Ouders hebben het drukker dan vroeger, en binnenkort zullen zij als tweeverdieners ook nog even de vergrijzing moeten opvangen. Daarnaast scheiden zij vaker. Bijna 18 procent van de gezinnen is nu een eenoudergezin. Dat betekent dat een op de acht kinderen opgroeit zonder beide ouders, in praktijk meestal zonder vader.De opvoeding van kinderen is intussen veeleisender en complexer geworden in een vrije samenleving. Ouders zijn in toenemende mate de bewakers van de kinderziel. Neem de commercie die langs allerlei slinkse wegen het kinderleven wordt binnengeloodst: via tv, computer, mobieltje en lesmateriaal op school.
Verzorging en disciplinering alleen zijn niet toereikend meer als opvoedideaal. Ouders zijn genoodzaakt hun kinderen te begeleiden naar zelfstandigheid, door ze te begrenzen, cognitief te stimuleren, emotioneel te vormen en aan hun leeftijdsgebonden behoeftes tegemoet te komen. Intensieve betrokkenheid van ouders is ook van groot belang om kinderen het onderwijs te geven waar ze recht op hebben. Deze uitgebreide ouderlijke verantwoordelijkheid is nooit vijf dagen in de week over te dragen aan de professionele kinderopvang, hoe goed die kinderopvang ook zijn mag.
Nu moeder de domus definitief heeft ingeruild voor haar maatschappelijke functies, ligt dáár dus de taak van de man. Hij zal het gat moeten invullen dat zij achterliet. Dat hebben Wouter Bos en Eurlings goed ingezien. Zij kunnen het zich niet permitteren om alleen op zondag het vlees te komen snijden. Thuis wacht hun een Taak: de begeleiding van hun eigen nageslacht tot verantwoordelijke burgers.
Nu de vrouw zich als een vent gedraagt, toont de echte man zich een wijf. Er zit gewoon niets anders op.
