Discrimineert Nederland andersgelovigen? Een kerstoverdenking
Een boeiend experiment. Bij elke winkel of kraam die kaarsen in de vorm van een boeddhabeeldje verkocht, heb ik geïnformeerd of er ook Mariabeelden met een lontje waren. Neen? Een kaars in de vorm van een crucifix dan? Stomme verbazing, zelfs weerzin riepen mijn vragen op, één uitzondering daargelaten. Natuurlijk verkopen we die niet! Merkwaardig genoeg was die als vanzelfsprekende weerzin het grootst bij mij in de buurt in Amsterdam Oost, waar bijzonder weinig christenen wonen en werken. Om een Kaaba of Rotskoepelmoskee van stearine durfde ik dan ook niet te vragen. Ik ben ook maar één keer in discussie gegaan en toen luidde het geïrriteerde antwoord van de verkoopster: Ach meneer, volkomen onschuldig toch, zon gezellige dikkerd? Echte bijenwas!
De enige handelaar die ontspannen op mijn vraag reageerde was een vrolijke kerststandhouder in de bijbelgordel. Desgewenst kon hij wel een kaarsengel leveren, maar naar de rest was volgens hem geen vraag. Misschien reageerde hij zo laconiek omdat voor reformatorische christenen gesneden beelden van hun messias of diens (volgens de concurrentie) onbevlekt ontvangen moeder taboe zijn. Het maakt daarbij niet uit of die gelijkenissen van steen, hout of kaarsvet zijn vervaardigd.
Alle gekheid op een stokje: boeddhisten laat die stearineversie (tuincentra en huishoudwinkels staan al jaren vol met boeddhas zonder lont) van hun gezellige dikkerd niet koud. Maar wij staan daarboven, vertelde een boeddhistische kennis mij. Zij was het dan met mij eens dat al die decoratieve boeddhas illustreren dat respect voor gelovigen een zeer beperkte actieradius heeft. Weliswaar kent de Nederlandse grondwet de (overbodige, want volledig gedekt door andere artikelen) vrijheid van godsdienst, maar in de praktijk blijft het respect kennelijk louter voorbehouden jegens de drie religies die de publicist J.B. Charles placht aan te duiden als de woestijngodsdiensten.
Als je er op gaat letten, wemelt het van situaties waarin dit gebrek aan respect zichtbaar wordt. De drank Southern Comfort adverteert met de hindoegod Shiva die zijn vele handen vol alcoholische flessen heeft. Je kunt de Egyptische god Horus kopen in de vorm van een kandelaar (en daar dan meteen een bijenwas-boeddha opsteken: syncretisme). Zelfs academici in programmas als Tussen kunst en kitsch duiden een beeld van de Polynesische godin van de schaaldieren aan als afgodsbeeldje. En spreken badinerend over de Germaanse goden uit Wagners Ring en de goden uit de Griekse en Romeinse pantheons (die ze overigens vaak verwisselen). Anderen doen lacherig over Australische Aboriginals die bezwaar maken tegen poepende en pissende toeristen op hun heilige grond. Eveneens op de lachspieren werkt de zuster van ons staatshoofd die met bomen spreekt, net als de verschillende gebedsgenezeressen die haar vader naar Soestdijk haalde. Bijzonder grappig ook blijkt de echtgenote van de Japanse premier, die verklaart naar Venus te zijn gevlogen en elke dag een stukje van de zon te consumeren.
Terzijde. Hoe zit het met de echtgenote van de Amerikaanse president (en hijzelf bovendien) die meent na haar dood naar een hemel of hel te verhuizen - locaties die in tegenstelling tot Venus niet op een astronomische kaart zijn te vinden? Dat is natuurlijk heel iets anders! Net als het feit dat christenen regelmatig een stukje van Jezus lichaam eten. Wie hun avondmaal en heilige mis als interessante voorbeelden ziet van pseudo-kannibalistische rituelen, die getuigt wel van een onaanvaardbaar gebrek aan respect voor godsdienstige gevoelens.
Het radioprogramma Goedemorgen Nederland stuurde onlangs een reporter naar de Paranormale Beurs in Rotterdam. Wat smalend aangekondigd door anchorman Sven Kockelman, die ooit verklaarde christen te zijn. Vervolgens horen we de verslaggever kritische vragen stellen aan de aanwezige healers en andere handelaars op de spirituele markt. Vragen van het soort dat de publieke omroep nooit aan rabbis, paters, imams of dominees voorlegt en zeker niet op zon lullige, badinerende toon.
Ja, ik weet wat je nu gaat tegenwerpen, beste lezer. Als advocaat van de duivel, want je bent het inmiddels volkomen met mij eens. Maar misschien werden toon en keuze van die vragen ingegeven door een gezonde journalistieke afkeer van kwakzalverij? Helaas, ook bij kwakzalverij is sprake van een uitzonderingspositie voor de woestijngodsdiensten. Onlangs vertelde een vrouw aan Kockelmans publieke omroep dat haar ongeneeslijke eczeem is verdwenen - als sneeuw voor de zon - door de bijeenkomsten van het medium Jomanda Damman die ze al twintig jaar bezoekt. Onmiddellijk moest ik denken aan Benedictus XVI, die een paar jaar geleden Anna Maria Tauscher, stichter van de Karmelitessen, heeft zalig verklaard. Waarom? Er was een dame in Heerlen die al twintig jaar aan een ongeneeslijke schimmelinfectie tussen de tenen leed. In 1996 bad zij tot Tauscher en het wonder geschiedde: de infectie verdween als sneeuw etc.
Medium Damman heeft sinds enige tijd als disclaimer steevast een bord met Raadpleeg altijd een arts op haar podium staan. Wat het effect daarvan ook moge zijn. Veel christelijke gebedsgenezers en handopleggers doen dat haar niet eens na. Zelfs niet als het gaat om heavy stuff, exorcisme bijvoorbeeld. Duivel uitdrijven geldt als een religieuze praktijk die volgens internationale gezondheidsorganisaties als de WHO tamelijk schadelijk kan zijn.
Wij kennen in Nederland de PKN. Een kerkelijke organisatie die dicht bij het vuur zit van de christelijke coalitie Balkenende IV. Volgens de media die dit kabinet centrumlinks noemen, is deze protestantse kerk progressiever dan zijn rooms-katholieke concurrent. Hoe verklaren wij dan dat PKN-dominees in de bijbelgordel duivels uitdrijven bij gemeenteleden? Rob Kranen, predikant te Putten, is zon bevrijdingspastor en hem wordt geen strobreed in de weg gelegd. Desgevraagd deelt de PKN mee dat er geen algemene richtlijn bestaat voor het uitdrijven van demonen. Dit is het moment om die op te stellen: een absoluut verbod van exorcisme en een resolute uitdrijving van al die zelfbenoemde bevrijders van de kansels.
Deze kerstoverdenking is geen pleidooi voor andersgelovigen, ietsisten en andere spirituelen. Integendeel, natuurlijk maak ik net zo vrolijk over deze groepen als over bisschoppen die in de flow van Kopenhagen het vrijdags eten van vis in ere willen herstellen of dominees die boekjes schrijven waarin ze zeggen niet in hun god te geloven. Dit alles leidt immers, zoals de schrijver José Saramago stelt, tot onbedaarlijke hilariteit van ongelovigen. Maar laten we niet selectief lachen en vooral niet selectief spreken van kwakzalverij.
August Hans den Boef is auteur en docent-onderzoeker aan de Hogeschool van Amsterdam.
