De PvdA: opdracht tot pessimisme
Het zou een grote fout zijn om het probleem klein te maken. Het probleem onderschatten en de verkeerde oplossingen aandragen, maakt het alleen maar groter. Mijn opdracht in dit korte stuk is: wees pessimistisch, en laat het probleem in zijn ware dimensies naar voren komen. Het is overigens niet moeilijk om pessimistisch te zijn over de toekomst van de PvdA. Kijk naar de peilingen. Maar belangrijker: kijk ook naar de neerwaartse trend in de gunst van de kiezers. Deze trend is zichtbaar door de opkomst van partijen als SP en PVV, waaraan de PvdA een deel van haar kiezers moet afstaan. Zij wordt ook in de cijfers zichtbaar als de uitslag in 2003 als een uitschieter wordt gezien. Wouter Bos en de PvdA vormden een kristallisatie van onvrede en verzet tegen de zittende kabinetten. De uitslag in 2003 en de peilingen tot en met 2006 maskeerden deze trend. Zij is ook zichtbaar in andere landen, waar het electoraat zich van sociaaldemocratische partijen afkeert. Kortom, er is geen ruimte om nog méér fouten te maken. Vandaar de opdracht tot pessimisme.
Structurele ontwikkeling: voltooide emancipatie
Men zou kunnen zeggen dat de PvdA worstelt met het eigen succes. De electorale trend is onlosmakelijk verbonden met de emancipatie van grote groepen en de opheffing van achterstanden voor die groepen. Meer nog dan in het land van de Amerikaanse droom is Nederland in staat de betekenis van afkomst te beperken en ervoor te zorgen dat het sociaal-economische lot van de zoon niet nauw verbonden is met dat van de vader. Goed (basis)onderwijs is daartoe een sleutel. Dit heeft velen grote voordelen gebracht. Zo kunnen veel jongeren de opleiding van hun keuze volgen. Zo lijken werknemers vaak op opdrachtnemers die zelfstandig en autonoom opereren en niet van één werkgever afhankelijk zijn. Deze en andere voordelen laten onverlet dat er ook nadelen zijn.
Door de-traditionalisering kan een plek in de samenleving niet langer worden ontleend aan de familie, de buurt of het bedrijf. De familie is kleiner dan ooit, de buurt of het dorp veranderen steeds, mede door de toestroom van migranten, en de werkgever voor het leven is achterhaald. De onthechting is versterkt door de verdergaande arbeidsverdeling, waardoor meer dan voorheen relaties via de markt lopen en als gevolg daarvan inwisselbaar zijn. Zo zullen de werkende mensen de verzorging van hun ouders aan anderen overlaten. Door de onthechting is de plek die men heeft in de samenleving onzekerder geworden. Het gevoel van eigenwaarde en status kan niet langer aan die plek worden ontleend.
De eigen verantwoordelijkheid is gegroeid, althans zo wordt dat aangevoeld. Het individu kan zich niet langer verschuilen achter barrières die hem of haar weghouden van mogelijkheden. Eigen verantwoordelijkheid gaat niet zelden gepaard met zelfoverschatting: men heeft het succes aan zichzelf te danken. Zo vinden mensen dat ze het geld op hun bankrekening verdienen. Ze voelen zich niet langer bevoorrecht. Dat aan eigen succes onbeïnvloedbaar toeval en gegeven talent ten grondslag liggen, en dat het niet los is te zien van andermans inspanningen in verleden en heden, wordt niet langer erkend. Deze zelfoverschatting heeft een keerzijde: dat mensen met relatief lage inkomens die eveneens verdienen.
Succes wordt bovendien in de regel uitgedrukt in geld. Het gevoel van eigenwaarde en status kan door de onthechting minder worden ontleend aan relaties, maar wordt meer bepaald door zichtbare kenmerken, waarbij geld direct en indirect van belang is. Het gaat om werk, en het gaat om de goederen die met dat werk gekocht kunnen worden. Daarbij jagen we elkaar op: meer zichtbare consumptie en minder vrije tijd. Keynes had als lid van de Bloomsbury groep het idee dat groei in materiële welvaart zou worden aangewend voor besteding in termen van vrije tijd. Dat idee uit het begin van de twintigste eeuw is aan het begin van de eenentwintigste eeuw verdwenen.
Onthechting, zelfoverschatting, geld als maat voor (eigen) succes: dit alles staat haaks op het gedachtegoed van de PvdA. De gevolgen kunnen niet uitblijven.
De gevolgen voor de PvdA
De PvdA was groot doordat emancipatie van het individu samenviel met solidariteit met de samenleving. Het was een tijd waarin nog barrières bestonden: als je voor een dubbeltje geboren was werd je geen kwartje. Toch werd dit zowel voor het dubbeltje als het kwartje aanvaardbaar geacht. Het dubbeltje zag niet onmiddellijk kansen voor zichzelf, maar wel voor zijn of haar kinderen. Onderwijs was een weg om kinderen de horden te laten nemen en een beter leven te krijgen. Het kwartje voelde zich bevoorrecht, en wist zich verbonden in die zin dat de één bestond door de ander. Het maatschappelijke verhaal ging over vooruitgang door barrières af te breken en daarmee gelijke kansen te bieden.
De Nederlandse opvattingen over solidariteit zijn in feite Amerikaanser geworden. Er is minder oog voor de rol van toeval en talent, laat staan voor de rol van het team. Bovendien vermindert het onderlinge vertrouwen naarmate de samenleving diverser is en meer migranten herbergt, zoals de Amerikaanse socioloog Putnam heeft laten zien. In een Amerikaanse opvatting wordt inkomen bepalender voor het gevoel van eigenwaarde en status, en worden . inkomensverschillen gevoeliger dan ooit. Zij vormen niet langer een barrière die mensen belemmert in hun mogelijkheden tot ontwikkeling. De verschillen zijn tekenen van verdienste, of juist van het gebrek daaraan. Hierdoor kunnen de discussies over topinkomens zo hoog oplopen. Want het is moeilijk om je voor te stellen dat een topman 100 keer meer waard is dan Jan Modaal. Hierdoor voelen mensen met een laag inkomen zich weinig waard want weinig gewaardeerd.
Dat traditionele relaties minder houvast bieden, bijvoorbeeld doordat families kleiner worden en buurten verkleuren, en dat een gebrek aan inkomen wordt gelijkgesteld aan gebrek aan succes, moest wel leiden tot verzet. Dat verzet richt zich tegen een PvdA die niet iedereen een plek in de samenleving heeft weten te bieden en daardoor mensen in de steek heeft gelaten. Verzet van laagbetaalde, laagopgeleide, blanke mannen. Maar ook van onderwijzers, verpleegkundigen en agenten die in hun lage inkomen in toenemende mate een gebrek aan waardering hebben gevoeld. Daarmee is de PvdA veranderd in een amalgaam van vrouwen, allochtonen en hoogopgeleiden die nog steeds kunnen of willen geloven in het oude verhaal van solidariteit door emancipatie.
De reacties van de PvdA
Het is niet zo dat de PvdA verzuimd heeft om te reageren op de structurele veranderingen in de maatschappij. Het is alleen niet gelukt - zeg ik pessimistisch - om daarop succesvol te reageren.
Onder Paars heeft men de markt omarmd. Dit is mogelijk geworden doordat de aloude tegenstelling tussen kapitaal en arbeid is vervaagd en werknemers in een betere positie tegenover werkgevers zijn komen te staan. Hiermee is ingespeeld op de ontwikkeling dat de markt beter dan de overheid in staat zou zijn om maatwerk te leveren in een meer heterogene samenleving. De dynamiek van de markt beloofde bovendien een nieuw perspectief van vooruitgang. Maar de discussie over markt en overheid werd in technocratische termen gevoerd. In het interview in Waterstof #47 gaf Jan Pronk daarvan een te rooskleurige voorstelling. Dit was de periode waarin Frances Fukuyama het einde van geschiedenis afkondigde en Wim Kok - onbedoeld? - de ideologische veren afschudde.
Na Fortuyn en in de oppositie kwam er geen breuk met de Derde Weg en geen bezinning. Houvast in onzekere tijden werd gezocht in sociaal-economische zekerheden. Deze zekerheden waren zelf niet zo zeker. Zo werd er een graduale modernisering van publieke arrangementen voorzien. Bovendien werd de houvast niet gezocht in nieuwe vormen van waardering. Integendeel, de PvdA begreep nog niet dat Nederland als deel van een identiteit houvast biedt. Er was bij de burgers angst voor de Poolse loodgieter, afkeer van Brussel, vrees voor de opkomst van China. Maar die angst werd door die generatie van PvdA-politici niet begrepen. Dat leidde onder meer tot een échec bij het Europese referendum.
Kortom, in Nederland heeft zich een individualistische, bijna Amerikaanse kijk op de samenleving ontwikkeld. Dit is terug te zien in de opkomst van de nationaal-individualisten (via de PVV) en van de mondiaal-individualisten (via D66). Het aloude verhaal van solidariteit heeft voor hun geen wervingskracht. Dat betekent nog niet dat aan solidariteit of aan de PvdA een einde is gekomen. Integendeel, individuen zoeken naar een plek in de samenleving, en hopen daarbij juist op solidariteit. Maar plekken met een gevoel van waarde en waardering zijn nog niet door de PvdA aangereikt. De periode van Paars en van de oppositie zijn mislukt.
Het nieuwe verhaal zal krachtig stelling moeten nemen tegen de zelfoverschatting waarbij alle eigen succes verdiend is en niet langer door toeval en talent wordt bepaald. Hierdoor wordt de uitkomst van de markt leidend en is er voor herverdeling geen ruimte, ook al zijn de kansen en omstandigheden nog zo ongelijk. Het verhaal zal ook krachtig stelling moeten nemen tegen geld als maat van succes. Dat betekent dat de strijd aangebonden moet worden met de jacht op geld en met de jaloezie in consumptie. Er moet juist een breder begrip van welvaart worden ontwikkeld. Hierin moet plaats zijn voor geluksfactoren zoals gezondheid en de kwaliteit van de woonbuurt, en voor maatschappelijke factoren als de stand van het milieu en het klimaat. Dit zijn de voorwaarden om te komen tot een samenleving waarin status niet wordt ontleend aan geld maar aan de inzet tot ontplooiing, van onszelf en van elkaar. Dit zijn ook de voorwaarden voor het herstel van de PvdA.
Paul Tang is lid van de Tweede Kamer voor de PvdA.
