Migratie: plusminus plus!!!
Nederland heeft een lange en goede traditie op het terrein van de economische kosten-baten analyses. Toen na de stormvloedramp in 1953 een ongeëvenaard deltaplan moest worden ontwikkeld, werd eerst bezien wat de kosten en opbrengsten waren van de verschillende infrastructuurmaatregelen en met welke waarschijnlijkheid miljoenen Nederlanders wonend in de lage landen bij de zee blootgesteld mochten worden aan toekomstige overstromingsrisicos. Ook in de afgelopen jaren is het volstrekt normaal geworden om de plussen en minnen van diverse grootschalige ontwikkelingen en/of beleidsalternatieven op hun economische merites te bezien. Er zijn voorbeelden te over: de raming van studierendementen van studenten in het hoger onderwijs, de berekening van de maatschappelijke kosten en baten van een vergrijzende samenleving ten gevolge van een groter aantal senioren, de economische aspecten van kinderopvang of van schooluitval, of de voor- en nadelen van de naderende klimaatverandering. Elke respons vanuit de samenleving of het beleid vraagt nu eenmaal een inzet van schaarse middelen en daarom is het goed van te voren een uitgebalanceerde afweging te maken, waarbij recht wordt gedaan aan de plussen en minnen. Op deze wijze kan in een democratie een rationele basis worden gelegd voor een verstandige en evenwichtige keuze.
Des te verrassender is het dat er één thema is waarover de meningen sterk verdeeld zijn, namelijk de economische aspecten van immigratie in Nederland. De emoties hierover blijken soms hoog op te lopen, niet alleen in de publieksreacties naar aanleiding van pleidooien een evenwichtige economische analyse van het migratieverschijnsel te maken (bijv. naar aanleiding van mijn bijdragen hierover in Trouw en De Volkskrant), maar ook in de parlementaire discussie hierover. Sommigen vinden het verwerpelijk de economische waarde van migranten te bepalen (als zou dat ooit de bedoeling van economen zijn geweest), anderen vinden het verschijnsel niet-westerse allochtonen - met name allochtonen van Islamitische huize - op voorhand reeds een verachtelijke zaak (over discriminatie gesproken!), weer anderen vinden onderzoek naar de economische betekenis van migranten overbodig (want de negatieve uitkomst staat voor hen reeds vast), en tenslotte menen velen dat de economie niet in staat is zulke berekeningen te maken (een mening die overigens vooral door niet-economen wordt geventileerd).
Er is verwarring alom in ons land over het thema migratie, een verwarring die is aangewakkerd door recente PVV-vragen over de kosten van niet-westerse migranten. Helaas heeft de politiek er zich toe laten verleiden het discriminerende karakter van deze vragen te gebruiken als een middel om de PVV voor schut te zetten door de nadruk te leggen op de economische onzinnigheid van deze vragen. Maar daarbij werden vaak economisch onjuiste argumenten gebruikt; economie gaat helemaal niet over het waarderen van mensen, en economie kan bij lange na niet alle aspecten van het migratieverschijnsel onderzoeken laat staan op geld waarderen. Maar naar mijn besliste overtuiging kan economie wel onderzoeken welke economische bijdrage immigratie levert aan de welvaart van ons land. Er is inderdaad behoefte aan een nuchtere analyse, die niet door emotie of politiek, maar door wetenschappelijke uitgangspunten wordt beheerst. Economische analyse kent uiteraard vele beperkingen (economen zijn zich daarvan doorgaans goed bewust), maar wie het uitvoeren van een economische analyse van het migratieverschijnsel a priori reeds als immoreel meent te kunnen kwalificeren plaatst zich buiten een discussie die van groot belang is voor de toekomst van ons land.
In de afgelopen maanden hebben diverse buitenlandse collegas op het terrein van migratie-onderzoek mij in verwondering gevraagd wat er in Nederland aan de hand is met de uit de hand gelopen migratiediscussie. In veel andere landen is het reeds lang volstrekt gebruikelijk over de economische betekenis van het migratieverschijnsel gedegen en toegepast onderzoek te doen. Dat geldt niet alleen voor traditionele immigratielanden zoals Canada, de VS, Australië of Nieuw Zeeland, maar ook voor landen als Finland of Zweden. Daar heerst blijkbaar geen taboe op het verrichten van solide onderzoek over dit moeilijke thema. Helaas wordt in ons land vaak over het hoofd gezien dat in een open economie - met een sterk globaliserend karakter - migratie een normaal verschijnsel is geworden, met grote sociaal-economische consequenties. Momenteel bedraagt de geschatte omvang van het aantal migranten in onze wereld meer dan 200 miljoen mensen. Tevens dient opgemerkt te worden dat Nederland geleidelijk aan - maar onmiskenbaar - van een emigratieland een immigratieland is geworden. Overigens, heeft iemand zich wel eens afgevraagd wat de plussen en de minnen zijn geweest van de massale uitmigratie van economisch vitale Nederlanders in de afgelopen decennia?
Nu zijn er verschillende soorten migranten. Allereerst zijn er arbeidsmigranten, die vanwege schaarste op de arbeidsmarkt naar ons land werden gehaald (soms zelfs geronseld). Hier gaat het veelal om economische gelukszoekers. De omvang daarvan werd door de conjunctuur bepaald, en leidde tot een grote pluriformiteit qua land van herkomst. Sommige gastarbeiders keerden na verloop van tijd weer terug (bijv. Grieken, Spanjaarden en Portugezen), zeker toen de economische situatie in hun thuisland sterk verbeterde. Anderen (bijv. Turken, Marokkanen) bleven in Nederland, hoewel er geen duidelijk sociaal-economisch en cultureel vangnet voor hem werd geschapen: Nederland verzuimde op tijd te erkennen dat immigratie een structureel verschijnsel was geworden dat vroeg om effectieve en passende integratie- maatregelen (zulks in tegenstelling tot bijv. Canada, de VS en Nieuw Zeeland).
Een andere groep migranten werd gevormd door vluchtelingen en asielzoekers. Hier gaat het om mensen die - in tegenstelling tot economische gelukszoekers - tegen hun zin hun huis en haard moesten verlaten. Hier betreft het dus een noodsituatie - hetzij tijdelijk hetzij structureel - waarbij humanitaire hulp een absolute must is voor elk geciviliseerd land. In tegenstelling tot arbeidsmigratie zal een economische calculatie niets afdoen aan de morele plicht mensen in nood te helpen, ongeacht religie, etniciteit of land van oorsprong.
Een andere - en sterk stijgende - groep wordt gevormd door migranten die op grond van gezinshereniging naar ons land komen. Het verschijnsel importbruiden vormt daarvan een deelverzameling. Daarover wordt wel eens denigrerend gesproken, maar vele van deze zgn. sociale migranten blijken na verloop van tijd toch goed in staat te zijn een plaats op de arbeidsmarkt te veroveren. Maar het is duidelijk geworden dat voor deze groep nog steeds een beter functionerend support- systeem dient te worden ontwikkeld.
Tenslotte zijn er nog een aantal bijzondere groepen, waaronder kennismigranten en pensionados. Het verschijnsel kennismigrant neemt snel in belang toe en vormt voor Nederland een belangrijke groep, omdat voor een hoog ontwikkeld innovatieland de import van geavanceerde kennis een absolute voorwaarde is voor een hogere concurrentiekracht. Het blijkt bovendien uit diverse internationale studies dat de economische baten van migratie toenemen met het scholingsniveau van migranten. De andere groep, de pensionados, is als immigrantengroep voor Nederland niet interessant, maar als emigrantengroep wel van economisch belang. Het gaat hier vaak om redelijk welvarende mensen die een groot deel van hun tijd en geld elders spenderen, meestal in meer zonnige en warme oorden.
Migratie is inderdaad een zaak - en een zorg - van alle tijden en plaatsen. Steden als Amsterdam en Leiden hebben hun stedelijk allure mede te danken aan de komst van stromen vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden, Frankrijk en Portugal. Nederland heeft inderdaad een boeiende migratiehistorie, met de nodige dynamiek. In de Gouden Eeuw bijvoorbeeld, was het percentage immigranten zelfs hoger dan dat in de jaren negentig van de vorige eeuw. In die tijd vormden de religieuze tolerantie en de welvaart in ons land belangrijke aantrekkingsfactoren voor vluchtelingen en economische gelukszoekers, vaak met een goede opleiding. Tijdens de stagnatie na de Gouden Eeuw daalde de immigratie overigens sterk. In de tweede helft van de negentiende eeuw en de eerste helft van de twintigste eeuw werd Nederland een emigratieland: grote stromen van de bevolking verlieten ons land, vooral richting Noord-Amerika. In de turbulente jaren rond en na de Eerste Wereldoorlog kwamen echter ook veel Belgen en Joden naar ons land. Na de Tweede Wereldoorlog trad een massale emigratie op, vooral naar Noord-Amerika, Zuid-Afrika, Australië en Nieuw Zeeland.
Migratie hoort bij een open internationale arbeidsmarkt. Onze economie zou er slecht voorstaan als er geen vrij verkeer van personen en goederen zou bestaan. In Europa is dit reeds meer dan vijftig jaar geleden in het Verdrag van Rome vastgelegd en daarna herbevestigd in het Verdrag van Maastricht. Het Schengen Accoord heeft vervolgens het vrije verkeer van personen binnen de EU grenzen geregeld. Maar ondanks grote welvaartsverschillen tussen de regios en de landen in de EU is er geen sprake geweest van massale migratie binnen Europa, zulks in tegenstelling tot vele horrorscenarios die in de loop van de tijd zijn ontwikkeld. Afgezien van tijdelijke sprongen in migratiepatronen (Duitse hereniging, entree van nieuwe lidstaten in de EU) is Europa redelijk honkvast gebleken en gebleven.
Wat Nederland betreft, is in de naoorlogse periode geleidelijk immigratie op gang gekomen, waarbij in de jaren zestig het aantal immigranten voor het eerst hoger was dan het aantal emigranten. Die immigrantenstromen omvatten destijds globaal drie groepen: migranten uit de voormalige koloniën, gastarbeiders en vluchtelingen. Nederland verzuimde echter deze nieuwe realiteit te erkennen en daaruit politieke en beleidsmatige consequenties te trekken. Beleidsinspanningen waren tamelijk passief en gericht op het reduceren (of normaliseren) van deze wassende stroom en, waar mogelijk, op het verbeteren van de doorgaans zwakke sociaal-economische positie van migranten, ervan uitgaande dat de meeste migranten wel weer zouden terugkeren.
Het is van belang hier te signaleren dat arbeidsmigratie een regulier verschijnsel is dat onderhevig is aan de logica van de economie. Arbeidsmigratie is een speurtocht van gelukszoekers die hun heil elders zoeken. Bij een analyse van de maatschappelijke kosten en de baten van arbeidsmigranten dient dus belang voor de samenleving voorop te staan, en dus niet exclusief de vraag naar kosten van migranten laat staan de vraag naar de financiële waarde van een migrant. Zon brede maatschappelijk-economische evaluatie vergt geen retoriek, maar praktische economische calculatie. Een aanpak die ook in landen als Nieuw Zeeland, Canada en de VS wordt gevolgd. Uiteraard kan men discussiëren over de gewenste reikwijdte van een migratie-impact-analyse (MIA). Duidelijk is dat de economische bijdrage van migranten aan de maatschappij - gemeten in termen van hun bijdrage aan het Bruto Nationaal Product - bestaat uit diverse onderdelen:
- Direct: arbeidsinkomen (minus WW-uitkeringen etc.) en winsten (van migranten- ondernemers)
- Indirect: bijdrage aan innovatie, internationale handel en toerisme (afhankelijk onder meer van opleiding)
- Extern: sociale kosten (bijvoorbeeld criminaliteit van een kleine subgroep), maar ook sociale opbrengsten (bijv. creatief stedelijk milieu, internationale contacten).
Economie gaat niet in eerste instantie over geld, maar over het verstandig omgaan met schaarse middelen. Diverse effecten van arbeidsmigratie zullen zeker niet op geld te waarderen zijn, maar over veel effecten valt wel degelijk wat te zeggen. Een quick scan op basis van de internationale literatuur leidt tot de onomstotelijke conclusie dat doorgaans internationale arbeidsmigratie - en de daaruit voortvloeiende economische activiteiten - veel positieve effecten opleveren voor een gastland, effecten die de kosten meestal verre overstijgen. Er is weinig reden aan te nemen dat dit in Nederland totaal anders zal zijn. In Nederland betreft het economisch belang van migranten een bedrag van vele miljarden euros. Dat valt als volgt kort te beredeneren. Veruit de meeste arbeidsmigranten - tijdelijk of permanent - hebben een baan (daarvoor zijn ze doorgaans ook gekomen). Hun arbeidsinzet levert een miljardenbijdrage aan het BNP op, ook na correctie voor WW-uitkeringen. Daaraan moet worden toegevoegd de economische bijdrage van de vele migranten-ondernemers in ons land (naar schatting tussen de 50.000 en 60.000), met eveneens een bijdrage aan het BNP van diverse miljarden. Daarnaast zijn er nog vele indirecte positieve effecten, zoals het feit dat wereldwijd regios met een culturele diversiteit een veel hogere innovatiegraad hebben (gemeten onder meer in aantallen patenten) en veel sterker gepositioneerd zijn in internationale handel en toerisme. Voor een faire berekening dient men uiteraard de eventuele bovengemiddelde kosten van bepaalde groepen van arbeidsmigranten (zoals uitkeringen, kosten criminaliteit, etc.) hiervan af te trekken. Maar op geen enkele wijze heeft iemand hard gemaakt dat deze externe kosten de positieve baten zullen overstijgen. En deze baten zullen hoger zijn naarmate men meer inzet op geschoolde migranten. Arbeidsmigratie dient dus in het algemeen als een positieve ontwikkeling te worden toegejuicht. Uiteraard is er juist in Nederland behoefte aan meer fundamenteel en toegepast onderzoek op dit terrein, op basis van een gedegen fact-finding.
Er wordt steeds meer gesproken over de eeuw van de migratie. Natuurlijk zullen er altijd ook negatieve sociale effecten zijn die direct en indirect samenhangen met internationale arbeidsmigratie. En deze zullen ook goed in kaart moeten worden gebracht. De economische oplossing voor het omgaan met negatieve externe effecten lijkt me redelijk eenvoudig en volgt het standaard principe van internaliseren van externe kosten op basis van de gebruiker betaalt. Als een bedrijf buitenlandse arbeidskrachten in dienst wil nemen, dient er door dat bedrijf een opslag te worden geheven (bijv. tien procent op de loonsom) die aan het rijk wordt afgedragen. Op basis van zon migratie-tax kan een fonds worden gevormd om de extra sociale kosten van arbeidsmigratie voor de samenleving te dekken. En op deze wijze kan tevens een balans worden gevonden tussen private en maatschappelijke belangen. Toegegeven, economie kan niet het laatste woord hebben in een moeilijke migratiediscussie, maar kan wel helpen meer helderheid te verschaffen over vele plussen en minnen.
Peter Nijkamp is hoogleraar economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is bezig met een kosten-baten analyse van de immigratie in Nederland in opdracht van Multicultureel Instituut Forum.
