Femke Halsema: Mensen zijn het hyper-consumentisme moe
Benader milieu als een ordeningsprobleem, niet als een moreel vraagstuk.
In discussies en debatten over de crisis, gaat het vooral over de financiële crisis, niet de klimaatcrisis of de energiecrisis. Het is bepaald nog niet vanzelfsprekend om duurzaamheid te integreren in maatregelen tegen de crisis. Halsema: "De Pavlov-reactie is heel sterk: nu even niet, dat kunnen we ons nu niet veroorloven. Dat is een traditionele reactie, waarbij milieubeleid wordt beschouwd als een luxe. Maar dat is een misvatting: goedkoop is duurkoop. Verwaarloos je nu het klimaat, dan ben je later veel duurder uit. Als je nu met een goedkope oplossing komt voor de kredietcrisis, zul je zien dat je geen weerstand opbouwt tegen de volgende crisis, die het gevolg zal zijn van klimaatverandering ".
Het is nu al duidelijk dat die volgende crisis, de klimaatcrisis, ons diep zal raken. De Engelse wetenschapper Stern becijferde ruim twee jaar geleden dat de winst van een vroege en stevige reactie op de klimaatcrisis vele malen groter is dan de kosten. Halsema: "Grijp je nu niet in, dan zullen de kosten van een klimaatcrisis de pan uit rijzen en dan zal de werkloosheid gigantisch toenemen, zeker als veel banen nog in de oude industrie zitten. Dus als je economisch duurzaam wilt zijn, investeer je nu in een oplossing voor de klimaatcrisis, en zorg je ervoor dat werkgelegenheid met name in klimaatinnovatie zit. Maar je moet niet alleen wijzen op de economische nadelen van niet handelen, ook op de economische voordelen van nu wel handelen. De Green New Deal: je moet laten zien hoeveel werkgelegenheid er zit in projecten die goed voor het klimaat zijn: windenergie op zee, elektrische autos, duurzame bouw, de aanleg van trams in alle middelgrote steden. Investeren in duurzame technologie levert economisch voordeel op en bevordert de werkgelegenheid".
Dat heeft gevolgen voor je strategie. Halsema: "Je moet de klimaatcrisis eerder benaderen als een groot sociaal en economisch ordeningsprobleem dan als een moreel vraagstuk. Als je de moraal telkens benadrukt, dan appelleer je wel aan ons schuldgevoel, maar je weet hoe dat werkt: daar lig je s nachts van wakker en overdag doe je er niets aan. Natuurlijk, het is wel een morele kwestie omdat het gaat over de omgang met de allerarmsten en allerkwetsbaarsten in de wereld, een eerlijke verdeling van lasten en de schade die je aan anderen mag toebrengen. De oplossingen schuilen echter niet in een afgedwongen moreel reveil, maar deze moeten praktisch zijn: herordening van de economie en van de sociale verhoudingen".
Je kunt niet van de consument vragen dat díe de omslag alleen bewerkstelligt.
Maar voor wat betreft ontwikkelingssamenwerking ontkom je bijna niet aan een moreel appel omdat de opbrengst voor mensen van bijvoorbeeld eerlijke handel, dáár wel groot is maar hier veel minder. Geldt dezelfde strategie dan ook voor Ontwikkelingssamenwerking? Halsema: "Oneerlijke handel heeft ook hier in Nederland een aantal economische nadelen. Het in stand laten van grote ongelijkheid wereldwijd veroorzaakt migratie. En klimaatverandering jaagt mensen op de vlucht die door droogte of overstromingen bedreigd worden. Wij krijgen daar dus mee te maken. Geen enkel land kan zijn grens dichthouden. Er is maar één persoon die dat gelooft en dat is Geert Wilders. Mensen zijn altijd slimmer dan de douane als ze echt op de loop zijn omdat elders een economische toekomst voor zichzelf zien, of een dictator willen ontvluchten. Ik ben in de Spaanse enclave Melilla geweest waar een enorm hek omheen staat. Mensen lopen zich er letterlijk op stuk, maar er komen altijd mensen doorheen. Massale migratie veroorzaakt economische problemen op termijn. En eerlijke handel zal misschien betekenen dat onze welvaart nu iets vermindert maar het kan ons welzijn vergroten".
"Anderzijds: je moet de tegenstelling tussen moraal en economische herordening ook niet te groot maken. De wens om de economie te herordenen is natuurlijk ingegeven door morele afwegingen. We zijn het rijkste deel van de wereld, vervuilen het meest en putten de rest van de wereld uit. Daarmee gedragen we ons immoreel en asociaal. Alleen, een moraliserende overheid is een zwakke overheid als zij niet tegelijkertijd de omstandigheden creeërt waarin iemand zich moreel kan gedragen. Het gaat erom, beleidsmaatregelen te nemen waardoor je het aantrekkelijk maakt te kiezen voor duurzaamheid, in aankopen, productie en in leefwijze".
Elders in deze Waterstof betogen Frans Bieckmann en Roeland Muskens dat organisaties die zich met ontwikkelingssamenwerking bezig houden zich meer moeten richten op lobby en beleidsbeïnvloeding. Halsema: "Daarbij hebben ze ook structurele subsidies nodig, je kunt het niet alleen maar hebben van donaties. En datzelfde geldt natuurlijk voor milieu-organisaties. Je ziet dat organisaties in toenemende mate bang zijn dat ze in de kou komen te staan als ze engagement vertonen. Dat vind ik buitengewoon kwalijk want elke regering moet ook zijn tegenmachten in het maatschappelijk middenveld durven organiseren. Organisaties die subsidie ontvangenen, moeten daarmee niet onderwerp van censuur worden. Maar die afhankelijkheidsverhouding is wel ontstaan. Ontwikkelingsorganisaties zijn daardoor bang en soms laf geworden".
Zelfs het CDA vindt nu dat er iets moet met milieu.
De kilometerheffing wordt vertraagd en de vliegtax teruggedraaid: milieu líjkt op het moment het tij tegen te hebben. Maar Halsema is niet somber: "De ontwikkelingen in Den Haag en ook in het internationale beleid vind ik niet slecht. Obama bijvoorbeeld, opereert na een campagne waarin protectionisme een grote rol speelde nu wel degelijk als multilateralist en wereldleider. En in Nederland zie je dat voor het eerst in jaren ook in het politieke midden is doorgedrongen dat we iets moeten - zelfs bij het CDA. Veel te weinig, af en toe beschamend, maar toch. Drie jaar geleden kwam het Stern-rapport uit en heb ik gevraagd om een fractieleidersdebat met de Minister-President. Ik was de enige fractievoorzitter die op kwam dagen en Balkenende maakte zich ervan af met de meest verschrikkelijke clichés. Dat is niet meer zo. Hij heeft niet meer het gevoel dat als ik over milieu begin, hij even innerlijk kan migreren en niet meer mee hoeft te doen. Hij heeft nu het gevoel dat hij op moet letten. Er is heel langzaam iets aan het gebeuren. Een motie van mij, mede ondertekend door Mariëtte Hamer, om in de crisismaatregelen klimaat veel meer te integreren, is aangenomen - er is echt wat meer politieke urgentie dan een aantal jaren geleden. Toen hadden we nota bene een staatssecretaris van milieu (Pieter van Geel -red.) die zei dat de volgende staatssecretaris zich maar met milieu bezig moest houden. Nu hebben we een minister die in ieder geval zègt dat milieu belangrijk is. Alleen mist zij daadkracht en kan ze niet tegen de ministers van economische zaken en Verkeer en waterstaat opboksen".
Veel milieubeleid wordt internationaal gemaakt. Je moet als milieubeweging en als regering dus vooral de internationale agenda proberen te beïnvloeden, zoals nu de klimaattop in Kopenhagen. Is het dan nog wel zo hard nodig om hier maatschappelijke steun voor klimaatbeleid te mobiliseren? Halsema. "Het één houdt verband met het ander: het nationale kabinet moet wel doordrongen zijn van het belang om iets te doen, en vooral om Europa te beïnvloeden. Want als Europese Unie bereik je echt wat in Kopenhagen. Je moet op twee niveaus, met twee snelheden, milieupolitiek bedrijven: hier steun mobiliseren; en in Kopenhagen stappen proberen te zetten".
Dat valt niet mee: als je naar de populisten in de Nederlandse politiek luistert, is milieu even helemaal taboe. Halsema: "Ik word er af en toe tureluurs van dat Nederland zo godsgruwelijk klein is - niet geografisch maar mentaal. Iemand noemde ons ooit een klein land met een grote ziel maar we zijn een kleinzielig land geworden. Het is verschrikkelijk dat politici wakker worden als er ergens een lampionnentocht wordt verknoeid door drie Marokkaanse jongens. Die xenofobie en het naar binnen gekeerd raken, dat is voor milieubeleid op nationaal niveau het meest bedreigend. Daarbij komt dat je in Nederland niet zo veel merkt van de gevolgen van klimaatverandering. Volgens berekeningen zijn de gevolgen voor ons alleen op de lange termijn negatief. Voorlopig is het alleen maar plezierig als de zomers warmer worden. De urgentie lijkt dan minder; milieu lijkt al gauw gezeur, of een abstract probleem, behalve als de rivieren weer grootschalig gaan overstromen. Halsema: Bovendien zeggen mensen wel dat ze milieu belangrijk vinden, net zoals ze zeggen de derde wereld belangrijk te vinden, maar uiteindelijk stemmen ze toch met hun portemonnee. Daarom is het ook zo noodzakelijk om klimaat en economie met elkaar in verband te brengen."
We hebben ongelooflijk veel welvaart, alleen besteden we die slecht.
De financiële crisis zal effect hebben op de welvaartsgroei. En ook de maatregelen met betrekking tot de klimaatcrisis en de voedselcrisis gaan ten koste van andere investeringen. Investeren in CO2 reductie en duurzame energie, het rechttrekken van problemen met betrekking tot eerlijk handel levert groei op maar kost ook geld. Halsema: "Zelfs de experts weten nu nog niet welke gevolgen de financiële crisis zal hebben. Het kan een V-crisis zijn - diep erin, snel eruit - of een L-crisis, waarbij we veel langer met krimp worden geconfronteerd. Ik denk wel dat het reëel is om voor jaren lang rekening te houden met minder welvaartsgroei. Er zal wel welvaartsgroei zijn, maar minder groot dan die was. We hebben hier natuurlijk ongelooflijk veel welvaart, alleen besteden we die slecht. Een veel te groot deel van onze welvaart gaat naar private consumptie. En de private consumptie is oneerlijk verdeeld; je zult mij niet horen over de consumptie van mensen op het sociaal minimum. Minder welvaartsgroei is alleen maar draaglijk - en de maatschappelijke vrede is alleen te bewaren - als je zorgt dat de welvaart eerlijker verdeeld is dan nu. Daarnaast moet je meer in de publieke sfeer investeren. Mensen verdragen het dat ze minder te besteden hebben, dat ze niet naar de Media-Markt kunnen rennen voor de zoveelste flatscreen, als onderwijs en gezondheidszorg goed zijn en als de buurt prettig is. Als je, kortom, perspectief in je leven hebt en toekomst voor je kinderen. Dat is toch wat in een mensenleven het belangrijkste is".
"Maar ik ben beslist geen krimp-aanhanger: dat is me te onverantwoord en simplistisch. Als je krimpt en je hebt geen geld meer om te investeren in onderwijs, heb je natuurlijk een nieuw probleem. De belangrijkste kwestie is niet hoeveel groei er mag zijn, het is de aard van de groei. Zodra groei duurzaam en groen is en het welzijn van mensen tegelijkertijd vermeerdert is er geen probleem. De tweede vraag die je moet beantwoorden is: waaraan besteed je de groei? Aan private consumptie of publieke voorzieningen? We geven inmiddels jaarlijks 11 miljard uit aan de hypotheekrenteaftrek van de beter gesitueerden, terwijl het aandeel van onze welvaart dat naar onderwijs gaat sinds de jaren zeventig terugloopt. Dat vind ik niet acceptabel."
De fixatie op economische groei is nog altijd heel sterk.
De neoliberale invloed die de afgelopen decennia zo sterk was, verbrokkelt nu snel. Halsema: "Als nota bene de VVD gaat roepen om marktmeesterschap, dan is er inderdaad wel iets aan de hand. In de wereld van het financieel kapitaal zie je al verandering. En voor wat betreft de liberalisering - de uitverkoop van de publieke sector is voorbij. Het laatste energiebedrijf gaat met moeite nog de deur uit. Al die grote marktwerkingsorganisaties zijn klaar en wat overblijft is spijt."
"Maar waar je geen correctie op ziet is op de fixatie op maximale economische groei. We zijn tien, vijftien jaar geleden in de EU en in Nederland de weg naar een Angelsaksische economie ingeslagen, met eenzijdige nadruk op maximale welvaartstsgroei en arbeidsproductiviteit. Balkenende heeft wel recent zijn liefde betuigd aan het Rijnlandse model maar in het beleid zie je dat nog niet terug. Dan zou er namelijk veel meer aandacht moeten komen voor de verhouding tussen arbeid en zorg, voor verlofregelingen en voor de arbeidsparticipatie van mensen met een lage arbeidsproduktiviteit. We zouden een voorbeeld kunnen nemen aan de Scandinavische landen waar beleidsmakers een optimum zoeken tussen welvaart en welzijn."
Geluk en welzijn koppelen aan economie? Een paar jaar geleden waren het enkel nog zweverige types die in Bhutan waren geweest, die dat deden. Halsema: "Onlang heeft een Britse denktank (New Economics Foundation, Red.) daar in opdracht van premier Brown een serieuze studie naar gedaan. Sarkozy huurt Amartya Sen en Stiglitz in om een rapport te schrijven over een ander groeimodel en gelukseconoom Richard Layard raakt in zwang. Dat alles wijst wel op een verandering van het politiek-wetenschappelijke discours. Maar die verandering zie je nog niet terug in de poilitiek. Bij de macro-economische verkenningen van vorig jaar zat bijvoorbeeld een mooie bijlage over geluk en welzijn, maar die vond niet haar weg naar de politieke besluitvorming. Tot dusver ben ik de enige politicus die dit verband legt. Maar zoiets vergt tijd. Politici hebben jarenlang hun kiezers verteld dat hun geluk veilig gesteld is als er niet aan de hypotheekrente-aftrek getornd wordt. Maar je moet nu volstrekt andere politieke antwoorden hebben".
De wal gaat het schip keren.
"Dus de overgang is er nog niet, maar de wal gaat het schip keren. In de VS neemt men nu meer een voorbeeld aan Europa voor wat betreft de besteding van welvaart. Je ziet dat Obama zich omringt met economen die sterk Europees georiënteerd zijn. Armoede heeft een kleur in de VS. De armste, meest problematische delen van Amerika zijn zwarte stadswijken: grote werkloosheid, geen perspectief, slechte publieke voorzieningen, scholen en politie die goochelen met cijfers om nog iets van publieke middelen binnen te krijgen. Obama is volstrekt helder over de noodzaak om belastingmiddelen in te zetten voor publieke welvaart".
Dat betekent niet dat de verandering alleen uit de VS moet komen. Halsema ziet juist ook Europa als inspiratiebron "Ik houd niet zo van het Calimero-gedrag van Europa. Vooral West-Europa zou een belangrijke soevereine kracht kunnen zijn met een grote economische en sociale traditie. Misschien niet in heel Europa verankerd maar die traditie - het Rijnlandse model van de geleide markt en een ontwikkelde verzorgingsstaat - kan als voorbeeld worden gesteld. Mensen zijn gehecht aan de sociale en maatschappelijke veiligheid die West-Europa biedt".
"De grote omslag moet nog komen. Maar die zàl komen, daar ben ik van overtuigd. Ik keer terug bij de moraal: het is oneerlijk om te verlangen van de consument dat hij die omslag maakt in een samenleving en economie die op competitie en vechten gestoeld zijn. Je kunt niet moraliseren als de politieke randvoorwaarden niet gegeven zijn. Daar zal de politiek de leiding in moeten nemen. Het politieke primaat moet daarmee weer heruitgevonden worden, dat is onvermijdelijk. En deels gaat de wal het schip keren. De hypotheekrente-aftrek wordt bijvoorbeeld gewoon onbetaalbaar. Stel je voor dat je dat geld grotendeels naar het onderwijs kunt loodsen? Het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd was onbespreekbaar voor de verkiezingen. Toch zie je dat het nu verandert en de AOW deels wordt gefiscaliseerd. De samenleving en de economie dwingen soms gewoon tot politieke veranderingen".
De crisis dwingt ons opnieuw vast te stellen wat van waarde is. De maatschappelijke waarde van je bestedingen en de waarde van bijvoorbeeld een schone leefomgeving en een goed milieu, van goed voedsel. Halsema: "Ik denk dat er in de hoofden van mensen iets aan het gebeuren is. Mensen worden voorzichtiger en stellen zich meer vragen. In die zin kan het ook nog wel eens een waardevolle crisis zijn. Ik denk ook dat we over het hoogtepunt van de hyperconsumptie heen zijn. We raken vermoeid van de druk om steeds weer te consumeren - van het Gucci-kapitalisme zoals Noreena Hertz het noemt. En je ziet ook verandering in het bedrijfsleven - Dick (Pels, red.) gaf dat bijvoorbeeld aan in zijn boek "De Economie van de Eer". Er zijn toch veel managers die zich achter hun oren krabben bij de zoveelste bonus, en zich afvragen wat hun maatschappelijke rendement is. Ik denk dat mensen de verandering zullen verwelkomen, omdat die behoefte er heel sterk is. Dit zijn interessante tijden".
