Alledaags culturisme
Inleiding
Racisme, dat is tegenwoordig een saai woord. Over racisme wil niemand het hebben. Discriminatie, dat wordt nog gethematiseerd met obligate veroordelingen en gelijktijdige ontkenningen, maar racisme, daar krijg je zelfs op een sociaal-wetenschappelijke conferentie een verveeld schouderophalen mee. Dat is wel helemaal het geval in Nederland, en dat is precies waarom we het nu in Nederland moeten hebben over de vraag wat de plaats is van racisme.
In de internationale sociale wetenschap is racisme tegenwoordig een voorwerp van hernieuwde reflectie. Nieuwe vormen van racisme worden gesignaleerd, zoals modern racisme (McConahay, 1986) en symbolisch racisme (Tarman & Sears, 2005). Maar de meest saillante vorm van racisme is wat afwisselend nieuw racisme (neo-racisme) (o.a Barker, 1981) en cultureel racisme (o.a. Modood, 1997) wordt genoemd. Daarmee wordt een culturele variant van racisme benoemd - een racisme dat een genormeerd onderscheid maakt op basis van cultuur. In mijn boek Denken in een tijd van sociale hypochondrie. Aanzet tot een theorie voorbij de maatschappij stel ik voor daarvoor de term culturisme te gebruiken. Waarom?
Van racisme naar culturisme
De laatste decennia worden gekenmerkt door wat sommigen een neo-racisme hebben genoemd. Étienne Balibar heeft daarvan de meest theoretisch consistente omschrijving gegeven. Hij ziet neo-racisme als een doorgeëvolueerde vorm van racisme die complexer en meer geraffineerd opereert dan racisme. Waar racisme een differentiële waardering op grond van een biologisch of anderszins natuurlijk onderscheid betrof, is neo-racisme een waardering op grond van een cultureel onderscheid. Neo-racisme gebruikt het traditionele culturalistische argument tegen racisme en draait het om tot een legitimering van exorcistisme. Het culturalistische tegenargument is afkomstig uit de culturele antropologie en is bijvoorbeeld bij de vader van de Amerikaanse antropologie, Franz Boas, en na hem bij Mead, Benedict en Linton te vinden. Het behelst het idee dat verschillen tussen mensen niet natuurlijk maar cultureel van aard zijn, dat er verschillende culturen zijn en dat die niet in een hiërarchie staan. In neo-racisme wordt dit omgedraaid. Er wordt gezegd ja, iedereen is in de grond van de zaak gelijk, er zijn verschillende culturen, en die moeten niet gemengd worden, want dan ontstaan problemen. Daarbij wordt cultuur en passant toch gehiërarchiseerd, want culturen staan onder en dienen zich aan te passen aan een dominante cultuur.
Maar precies omdat de kern van neo-racisme een focus op cultuur met gelijktijdige onderkenning van de biologische gelijkheid (in normatieve zin) behelst, acht ik het noodzakelijk uit de impasse te komen waarin racisme geproblematiseerd wordt. Enerzijds is het terecht dat racisme uit is. Veel urgenter aanwezig is tegenwoordig culturisme, hoewel dat geenszins wil zeggen dat er niet ook racisme in de reguliere zin des woords is. Racisme opereert op basis van een normatieve logica van terranormativiteit: het veronderstelt een natuurlijke grond (terra). Die grond kan biologisch (Blut) zijn en dan betreft het een grond in de overdrachtelijke zin. Hij kan ook bestaan uit een grond in de letterlijke zin (Boden), maar ook dan heeft hij een vooronderstelde natuurlijke hardheid. Daartegenover staat een meer sociale normatieve logica die culturisme kenmerkt. Hier opereert een agranormativiteit, een logica van genormeerde observatie op grond van een cultureel onderscheid. Cultuur, dat is een agrarisch model. Het in cultuur brengen wil zeggen: het bewerken van de grond. Dat is wat in culturisme gebeurt. De neutraliteit van de natuurlijke grond wordt geaccepteerd, en vervolgens worden problemen geattribueerd aan de culturele bewerking van die grond. Dat is waarom de staat tegenwoordig opereert als een tuinman (Bauman, 1989): de staat beploegt de akker van de migrant, die verkeerd bewerkt is en die aangepast moet worden aan de cultuur van Nederland, aan de dominante cultuur.
Culturisme is zo een equivalent voor racisme. Racisme is maar één mogelijk exorcistisch discours en niet ieder discours moet geconceptualiseerd worden als racisme. In plaats van proberen door middel van affixen een nieuwe vorm van racisme te identificeren, moeten we een nieuw exorcistisch discours identificeren - ik stel voor dat we dat doen met de naam culturisme.
Integratieculturisme
Nederland is doortrokken van culturisme. Het kan zich vrijpleiten van de meer zichtbare en platte vormen van racisme en kan zich daarmee een schoon geweten toedichten, maar in de vanzelfsprekendheid van het hedendaagse spreken over integratie is een agranormativiteit aan het werk die het culturistisch karakter ervan verraadt voor wie bereid is sociale wetenschap te beschouwen als het betwijfelen van het vanzelfsprekende. Het integratiediscours kent drie naoorlogse fasen, waarvan de laatste en huidige begin jaren 90 zijn intrede doet. Die fase heeft de volgende vijf kenmerken:
Het heeft een focus op achterstanden en problemen in meer algemene zin. Voorondersteld is een essentialistisch beeld van cultuur als een stabiel geheel van waarden en normen (dit geldt voor zowel de eigen cultuur van allochtonen als voor de Nederlandse cultuur). Het is een niet langer groepsgewijs denken over integratie en emancipatie, maar een individualiserend denken hierover (het zijn individuen die wel of niet geïntegreerd zijn; het zijn individuen die verantwoordelijkheid en schuld hebben in geval van achterstand en/of problemen).Cultuur wordt als verklarende factor gezien voor achterstanden en problemen. Cultuur wordt als potentieel intrinsiek problematisch gezien, en als incompatibel met de dominante cultuur.
Met name punt vier en vijf maken deze fase een culturistische fase. Er is een Eureka-moment geweest in Nederland: eindelijk hebben we de verklarende factor voor die hardnekkige achterstanden: cultuur! Its the culture, stupid! Dat heeft geleid tot een verenging van het integratiedebat tot issues die met Islam of met moslims te maken hebben. Dat is overigens een breder Europees fenomeen. Het is waarom rechts-extremistische partijen in Europa in de jaren 90 het op Joden gerichte antisemitisme uit hun programmas schrijven, Joodse leden aannemen en zich gaan richten tegen moslims. In Nederland heeft het geleid tot de opkomst van nieuwe extremistische partijen, zelfs bewegingen, en een opschuiven in de richting van xenofobie van de reguliere partijen, van Groen Links tot Christen Unie.
De functie van de culturistische associatie tussen bijvoorbeeld de Islam en homo- en vrouwenonderdrukking ligt in het zeker stellen van een identiteit van de gedroomde Nederlandse samenleving. Dat is waarom Judith Butler, in haar commentaar op de Nederlandse situatie, heeft benadrukt dat de rechten van vrouwen en homoseksuelen niet misbruikt moeten worden ten dienste van de uitsluiting van bevolkingsgroepen. Die rechten zijn fundamenteel, maar hun selectieve en instrumentele benadrukking door conservatieven en christendemocraten die er nooit warm voor liepen, duidt eerder op een nog steeds niet serieus nemen ervan dan op een reëel bestaande consensus over de waarde ervan.
Its the culture, stupid! Culturisme als verklaringsmodel
Afwisselend kan zo bijvoorbeeld de cultuur van Marokkanen of de Islam tot verklaring uitgeroepen worden voor allerhande zaken, waaronder criminaliteit. Maar dat leidt tot schijnverklaringen. Onderdeel van het breder culturistisch discours is een criminalisering van diegenen die een andere cultuur (of een religie, gecodeerd als cultuur) hebben. Die verklaring verklaart echter niets. Maar de verklaring van criminaliteit uit cultuur is een tautologische vorm die stelt dat mensen bepaalde gedragingen vertonen omdat ze normen volgen die waarden ondersteunen die behelzen dat het goed is dat dergelijke gedragingen vertoond worden. Of met andere woorden, de verklaring geeft als antwoord op de vraag waarom doet Mohammed X? het antwoord omdat alle Mohammeds X doen. Of, in afgezwakte variant: omdat alle Mohammeds geneigd zijn tot X. Daarmee leren we nog niets en vinden we precies het gezochte niet - een verklaring.
Zo laat ook de politie zich bij de aanpak van criminaliteit van Marokkaanse jongeren in Nederland informeren door een culturistisch denkkader. Nederlandse politieagenten zijn op reis geweest naar Marokko om daar de cultuur van Marokkaanse jongeren in Nederland te leren kennen en zo hun gedrag beter te begrijpen. Hierbij gebeuren in feite twee dubieuze dingen: 1) criminaliteit wordt een reden een cultuur te bestuderen; 2) de cultuur van Marokkaanse jongens in Nederland wordt gelijkgesteld aan de cultuur van Marokko. Aldus wordt in de Marokkaanse cultuur, die in primitieve staat in Marokko zelf te bestuderen is, de reden gezocht van de criminaliteit van bepaalde jongeren. De culturistische koppeling tussen cultuur en criminaliteit gaat bovendien voorbij aan het feit dat de eerste generatie Marokkaanse Nederlanders veel minder in criminaliteitsstatistieken voorkomt dan de tweede generatie. Er is, kortom, alle reden voor een kritiek van het hedendaagse, alledaagse culturisme.
Het multiculturealisme en de nieuwe politieke correctheid
Waarom is die kritiek er zo weinig? Het spreken over integratie, allochtonen, cultuur heeft in de culturistische fase van het integratiediscours een dwingende vorm gekregen die een sterk retorisch karakter heeft. Typisch voor de inmiddels dominante houding ten aanzien van culturisme is het hoofdredactioneel commentaar van het NRC Handelsblad op het recent verschenen rapport over Nederland van de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie. Wat constateert het ECRI-rapport namelijk? Dat Nederland, ten opzichte van het vorige rapport uit 2000 een sterk intolerante wending gemaakt heeft. Dat een discriminatoire politiek gevoerd wordt die zich uit in discriminatoire wetten, zoals de Rotterdamwet (officieel genaamd de Wet Bijzondere Maatregelen Grootstedelijke Problematiek). Nauwgezet traceert het rapport de ontwikkelingen in Nederland, van het integratiediscours tot de juridische codificatie van het door de Commissie geconstateerde racisme - ik zou zeggen: culturisme - daarin. Het hoofdredactioneel commentaar op het rapport spreekt van verouderd denken. Verouderd denken? Sinds wanneer zegt dat iets over de inhoud van het gedachte?! Wat we hier terug zien is wat ik de nieuwe politieke correctheid zou willen noemen. Dat het hoofdredactioneel commentaar van een kwaliteitskrant daarvan doordrongen is, is een illustratie van de dominantie ervan.
De nieuwe politieke correctheid heeft te maken met de eerder genoemde Eureka-ervaring. Feitelijk was die ervaring er een van het type Doornroosje: Nederland werd wakker gekust uit een politiek correcte slaap door Prins Fortuyn. Het land sliep en was jarenlang blind voor de problemen van de multiculturele samenleving totdat het wakker gekust werd. Dat was een louterende ervaring, een verlichting van Zen-proporties. Na Fortuyn was het wakker gekuste land vastberaden om de problemen niet langer te ontkennen maar ze bij de naam te noemen. De verlichting die optrad deed het land herinneren aan haar verlichte wortels, de kern van haar cultuur. Het moest dus uit zijn met het tolereren van intolerante, niet-verlichte culturen. Het multiculturalisme moest voorbij zijn en daadkracht was vereist. Deze vorm van multiculturealisme behelst de a posteriori constructie van multiculturalisme - een multicultureel beleid (bijvoorbeeld à la Kymlicka, Taylor of Modood) heeft Nederland, in tegenstelling tot wat de nieuwe wetenschappelijke multiculturealisten zoals Gabriël van den Brink, Ruud Koopmans, Paul Schnabel, Dick Pels en Paul Scheffer beweren, nooit gehad.
Het multiculturealisme hanteert de volgende stijlfiguren:
- Het doet zich voor als een realisme en daarmee als neutraal.
- Het stelt een breuk met het verleden voor. Er is een duidelijk voor (Fortuyn) en een na aanwijsbaar, een tijd van Doornroosje en een tijd van de wakkere ridder die de strijd om de beschaving aangaat.
- Het opent de aanval op de politieke correctheid. De nieuwe politieke correctheid bestaat uit de verplichte belijdenis - die soms, zoals voor linkse politici, een biecht is - tegen de politieke correctheid te zijn. Wie gehoord wil worden en kredietwaardige ideeën wil overbrengen, moet zeggen tegen de politieke correctheid te zijn.
- Het predikt daadkracht. Er is genoeg analyse geweest. De problemen zijn in kaart gebracht en er moet alleen nog over oplossingen gesproken worden. En dan moet er opgelost worden. Maar: niet alleen is er de afgelopen jaren minder integratiebeleid geweest dan in alle voorafgaande jaren; de populistische nadruk op daadkracht is natuurlijk maar zo lang praktisch plausibel als hij overschreeuwd wordt door... een roep om daadkracht. De harde taal van het vorige kabinet was precies dat: taal. Dat de daadkracht ontbrak, blijkt nu met de nieuwe inburgeringswet, waarover 4 jaar met veel spierballentaal gesproken is maar die niet uitvoerbaar blijkt.
- Het plaatst zich in de rol van underdog. Het multiculturealisme doet het voorkomen alsof er nog steeds een dominante multiculturalistische ontkenning van de problemen bestaat. Het verleden is niet zomaar weg. Sterker nog: er bestaat een hardnekkige poldersamenzwering die de falende multiculturalistische politiek wil doorzetten en die het nieuwe multiculturealisme de kop in wil drukken. Die retorische underdogpositie is strategisch nuttig omdat ze verhult dat de realistische daadkracht voorbij de politieke correctheid inmiddels de dominante discussievorm is. Want wie het waagt nog in pre-Fortuynistische termen over integratie te spreken wordt als fossiel weggezet.
- Het positioneert zich weg van links. Het verouderde denken, dat is het linkse denken. De poldersamenzwering, dat is de Linkse Kerk. Dat ideologische gebrek aan daadkracht, dat is typisch links. Die bureaucratische stroperigheid? Links. En hoewel links natuurlijk nooit aan de macht is geweest, legitimeert de nadruk op het verouderde denken van Links het dominante culturisme.
Op links zijn in de politiek daarom aanpassingsstrategieën te zien. Groen Links en D66 proberen zich het liberalisme toe te eigenen. De SP is van oude naar nieuwe politiek gegaan, en de PvdA kiest voor de biecht: ja, wij waren naïef en multiculturalistisch, maar we zien nu in dat we fout zaten. De recente PvdA resolutie is hier een typisch voorbeeld van. Zo was de Fortuynrevolutie eerst en vooral een retorische revolutie. Het multiculturealisme legitimeert aldus een culturisme dat meerdere maatschappelijke sferen doortrekt. Daarmee staan fundamentele waarden en waarheden op het spel. Hoe vaak wordt bijvoorbeeld niet een selectief toegepast beroep op de vrijheid van meningsuiting gedaan om xenofobie te legitimeren, waarbij conflicten met wetsartikelen tegen discriminatie en belediging a priori uitgesloten worden?
De vrijheid van meningsuiting wordt zo vaak aangehaald omdat dat het enige is dat tegenwoordig nog universeel is: het hebben van een mening. Maar we hebben behoefte aan lucht, aan een doorbreken van de multiculturealistische dwangbuis van het spreken. Gevestigde intellectuelen zijn nooit in staat geweest een links antwoord te vinden als het om integratie gaat. Juist omdat listig ingespeeld wordt op de linkse agenda bijvoorbeeld op het gebied van homo- en vrouwenrechten, hebben ze alleen maar reactief kunnen zijn. Het is daarom tijd het links van links te zoeken. We moeten andere meningen horen. We hebben een nieuwe politieke incorrectheid nodig!
Literatuur
Barker, M. (1981): The New Racism. Conservatives and the Ideology of the Tribe. Frederick: Aletheia Books.
Bauman, Z. (1989): De moderne tijd en de holocaust. Amsterdam: Boom.
McConahay, J.B. (1986): Modern Racism, Ambivalence, and the Modern Racism Scale, in: Dovidio, J. & S. Gaertner (red.): Prejudice, Discrimination, and Racism. Orlando: Academic Press, pp. 91-125.
Modood, T. (1997): Introduction: The Politics of Multiculturalism in the New Europe, in: Modood, T. & P. Werbner (red.): The Politics of Multiculturalism in the New Europe. Racism, Identity and Community. Londen: Zed Books, pp. 1-25.
Tarman, C. & D.O. Sears (2005): The Conceptualization and Measurement of Symbolic Racism. The Journal of Politics 67(3): 731-761.
Willem Schinkel is universitair docent theoretische sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en auteur van Denken in een tijd van sociale hypochondrie. Aanzet tot een theorie voorbij de maatschappij (2007). Contact: Schinkel@fsw.eur.nl
