Linkse leegte: enkele opmerkingen
De Waterlandstichting, met haar Manifest en ingezonden artikelen op haar website lijkt een nieuw links élan te vertegenwoordigen. Waterland is een progressieve denktank die de linkse leegte te lijf gaat en antwoorden wil formuleren op de nieuwe uitdagingen van deze tijd. Hoever dat élan zal reiken valt natuurlijk nog te bezien, en een maatstaf daarvoor is de wijze waarop met kritische reflectie wordt omgegaan. Op de website vond ik zon reflectie met inderdaad een hoog kritisch gehalte. Mariette Akkerman reageert in haar stuk Linkse leegte (Waterstof #23, april 2007) zowel op het manifest als op een artikel van Dick Pels over het coalitieakkoord van de huidige regering. Haar kritiek is niet mals. Wie schetst mijn verbazing dat daarop geen enkele reactie is gekomen? Temeer daar haar kritiek het hart raakt van datgene wat de Waterlandstichting beoogt. Laat ik daarom een beknopte poging wagen de kritiek van Akkerman te plaatsen naast de stukken die zij bekritiseert, en daarin mijn eigen lijn te trekken.Een van haar kernpunten draait om het begrip vrijheid. Akkerman confronteert onder andere de lichte gemeenschappen van Pels, waarin volgens het Waterlandmanifest gemeenschap en collectieve verantwoordelijkheid in dienst staan van individuele keuzevrijheid, met het coalitieakkoord, waarin participatie en emancipatie ten goede komen aan de gemeenschap. Tegenover zware, lotsbepaalde gezinnen bepleit hij [Pels] lichte, op vrije keuze gebaseerde gemeenschappen die aantrekkelijker zijn voor moderne individuen vanwege de eraan inherente vrijheid en onzekerheid, aldus Akkerman. Parasociale relaties, virtuele en asymmetrische gemeenschappen zijn daarbij enkele gebezigde termen. Hierbij verwijt Akkerman Pels, gebruikmakend van het werk van Arendt, dat hij niet zozeer het begrip vrijheid verdedigt maar eerder vrijblijvendheid bepleit. Vrijblijvendheid is in sommige gevallen een prima idee, bijvoorbeeld bij een abonnement op een krant, maar in de opbouw van een samenleving of een gezin is dat allerminst het geval.
Als gewezen gezinshuisouder – samen met mijn vrouw heb ik gedurende enkele jaren in totaal negen ontspoorde pubers twentyfourseven opgevangen en begeleid – heb ik van zeer dichtbij (vaker dichterbij dan mij lief was) bij een aantal van die pubers de negatieve resultaten van lichte gemeenschapsvormen kunnen meemaken, en dat stemt allesbehalve vrolijk. Eenvoudige verwaarlozing, als veelvoorkomend verschijnsel in bestaande en gescheiden gezinnen, is immers het stiefkindje van vrijblijvendheid, met mogelijke ontsporing van de kinderen als gevolg. Het feit dat Pels verwijst naar televisieseries waarin de op vrije keuze gebaseerde gemeenschappen worden bezongen toont, in het licht van de realiteit van verwaarloosde jeugd, het fictieve karakter van zijn voorstellen aan. Maar voordat ik het verwijt krijg dat ik mijn eigen perspectief projecteer op dit aspect van de werkelijkheid, verwijs ik graag naar het oeuvre van een goede vriend van Arendt, Hans Jonas. Hij verwoordt het als volgt in zijn wereldbefaamde Gnosticism and Modern Nihilism:
Since the transcendent is silent, Sartre argues, since there is no sign in the world, man, the abandoned, reclaims his freedom, or rather, cannot help taking it upon himself: he is that freedom, man being nothing but his own project and all is permitted to him. That this freedom is of a desperate nature, and, as a compassless task, inspires dread rather than exultation, is a different matter.
Oftewel, in de context van een stille (eigenlijk onbestaanbare) transcendentie zijn wij ons eigen project, en daarmee is alles toegestaan. Er is niets anders dan materie, en ook wij zijn louter materie, aangezien God dood is. Hoe meer we bevrijd zijn van knellende, lotsbepalende verbanden hoe beter. Het wil individuen juist middelen aanreiken om zich van hun zware cultuur- en geloofsgemeenschappen los te maken, stelt het Manifest. Maar tot wat, is dan de fundamentele vraag? Gezien het mensbeeld dat noodzakelijk voortkomt uit een verstomde transcendentie, de vrijblijvendheid van Pels en de Waterland-idealen, lijkt het hedonistische perspectief het meest plausibele. Jonas ziet daarvan evenwel de consequenties vele malen scherper.
De inhoud van de voorstellen van Pels en het Waterlandmanifest kunnen alleen maar als materieel worden beschouwd, ondanks de verwijzingen naar bijvoorbeeld welzijn en geluk. Economische overvloed, waarin het natje en droogje voor vrijwel iedereen klaarstaan, is namelijk de essentiële voorwaarde om de zware cultuur- en geloofsgemeenschappen te ontvluchten. Zonder geld, goederen, voedsel, gezondheidszorg en wat dies meer zij, zal dat simpelweg niet gaan. De kritiek die het Manifest heeft op economische groei, die vervangen moet worden door duurzame welvaart (wat dat ook moge wezen), is dan ook op zn allerzachtst gezegd gratuit.
Dit brengt mij bij mijn laatste observatie. Willen het Manifest, de kritiek van Pels op het regeerakkoord en haar bangelijke boodschap, en het commentaar van Akkerman, elkaar werkelijk raken, dan moet het mensbeeld aan de orde worden gesteld. De vrijblijvendheid van Pels en zijn zwijgen in het licht van de kritiek van Akkerman suggereert op zn minst dat hij niet gestoord kan worden in zijn denkbeelden.
In een op genot gerichte, materialistische benadering van een mens die zich ongebonden acht juist vanwege de enorme economische voorspoed, kom je al gauw uit bij de opvatting dat hij niets meer is dan een samenraapsel van interacterende moleculen. De mens is daarmee voorgoed natuur geworden, waarin You, your joys and your sorrows, your memories and your ambitions, your sense of identity and free will, are in fact no more than the behaviour of a vast assembly of nerve cells and their associated molecules. Ik zou het niet beter kunnen uitdrukken dan met deze woorden van Nobelprijswinnaar Francis Crick (De denkfouten in dit begrijpen van wat een mens is zijn legio; ik bespreek ze stuk voor stuk in mijn aankomend proefschrift.)
Echter, met Arendt, een Joodse, verwijst Akkerman naar een ander perspectief dan het louter naturalistische. Vrijheid krijgt slechts vorm in een blijvende relatie met de ander. En dat impliceert iets heel anders dan de vrijblijvendheid van lichte gemeenschappen. Over risicomijdend gedrag gesproken! Het oeuvre van Jonas, waarnaar ik verwijs met behulp van een (misschien te klein) citaat, is een expliciete benoeming van de realiteit van deze andere dimensie. De mens is meer dan de som van haar moleculen en behoeft dus veel meer dan lichte gemeenschappen. De bestempeling van bijvoorbeeld gezin en huwelijk als zware lotsbestemming is het resultaat van een stukje wensdenken dat in zijn uitwerking wordt gelogenstraft door de weerbarstige werkelijkheid. Daarvoor heb ik de droeve empirie van mijn gezinshuisouderschap ruimschoots voorhanden. Jonas gaf, samen met Arendt, hierop het vernietigende intellectuele commentaar meer dan een halve eeuw geleden, nota bene in de hoogtijdagen van socialisme en communisme. Zolang Waterland daarop geen goed onderbouwd commentaar kan geven, blijft de linkse leegte gehandhaafd, hoe nobel ook haar perspectieven.
Jaap Hanekamp is van huis uit gepromoveerd chemicus, doceert chemie aan de Roosevelt Academy in Middelburg, en is onafhankelijk onderzoeker. Daarnaast werkt hij aan een proefschrift waarin een theologische kritiek wordt geformuleerd op de huidige (voorzorg)cultuur en het duurzaamheidstreven.
