Het klimaat vernieuwt, nu wij nog!
Rob Roggema, Jusuck Koh en Andy van den Dobbelsteen -
Hebben onze bestuurders eigenlijk wel een keuze? Het lijkt er niet op, want meestal krijgen zij voor het omgaan met klimaatverandering slechts twee opties voorgeschoteld: verminderen van de CO2-uitstoot, vooral door energiebesparing, of het ophogen van dijken. Er is echter een andere weg: we kunnen de ruimtelijke ordening en economie aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering.
Water, wind en temperaturen
De film 'An inconvenient truth' van Al Gore doet ons beseffen dat het klimaat op aarde fundamenteel is veranderd - en zál veranderen. Dat heeft blijvende gevolgen voor het leven van vele mensen. Het risico op één of meer rampen neemt toe. Het overschot aan water in onze streken, en het tekort eraan op andere plekken, spreekt nog het meest tot de verbeelding.
Uiteraard moeten we als land blijven werken aan het terugdringen van het broeikaseffect. Grootschalige productie van hernieuwbare energiebronnen en energiebesparing dienen daarbij de leidende principes te zijn. Dat daarmee de gevolgen van klimaatverandering in onze regio op tijd beheerst kunnen worden, is echter een illusie: we zullen te maken krijgen met een forse stijging van de zeespiegel, vaker voorkomende en heftiger stormen en hogere temperaturen. Ons klimaatbeleid kan ons hier op twee manieren tegen beschermen.
1. Kustverdediging
Nederland is door de eeuwen heen gaan vertrouwen op de maakbaarheid van zijn waterhuishouding. We veroverden land op zee, beheersten het water via de Deltawerken en pompten en maalden ons droog. Dat vertrouwen plaatst ons nu voor grote risico's. We gaan er immers vanuit dat voortgaan op de weg van bescherming door dijken en het wegpompen van water ons tot in lengte van jaren zal beveiligen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Niets is minder waar. De 'spookgolf' die bij Schiermonnikoog in de nacht van 31 oktober op 1 november is gemeten, was negentien meter hoog, terwijl volgens berekeningen vijftien meter het maximum zou zijn. De spookgolf zou twee dagen later, bij hoger tij en meer regen, een catastrofe hebben veroorzaakt die we met niets anders dan 1953 kunnen vergelijken. Kennelijk wanen we ons veiliger dan we feitelijk zijn.
Het idee van Hans Alders, Commissaris van de Koningin in Groningen, om een nieuwe rij Waddeneilanden ten noorden van Nederland te positioneren, is daarom interessant. Daarbij zijn echter aanvullende maatregelen nodig: verhoging van de zeewerende capaciteit van de bestaande Waddeneilanden en zeedijken én daar waar we het willen toelaten grootschalig ruimte maken voor berging van zeewater op het land. Zo maken we een systeem dat de hevigste stormen dempt. Dat is nodig, want tegen de gemiddelde stijging van de zeespiegel zijn onze bestaande dijken nog wel bestand, maar niet tegen die extra hevige stormen met hogere golven dan we voor mogelijk hadden gehouden. We kunnen ons daartegen wapenen met een offensief verdedigingssysteem.
En zo zijn we terug bij onze traditie van het beheersbaar maken van de zee. Niet met steeds hogere en zwaardere dijken, maar door meervoudigheid en flexibiliteit in te bouwen, waardoor ons land zich kan aanpassen aan de ontwikkelingen en aan onvoorspelbare gebeurtenissen. Dat zou een innovatie betekenen die vergelijkbaar is met de introductie van de stofzuiger. Gewend aan veger en blik heeft de mens na de introductie van de elektriciteit nog jarenlang getracht het stof op een mechanische wijze op het blik te blazen. Gedoemd te mislukken natuurlijk. Tot er iemand op het idee kwam om niet te blazen, maar te zuigen: de stofzuiger was geboren. Het jarenlang blijven verhogen van dijken is als blazen met een stofzuiger; een innovatie in ons kustverdedigingssysteem is dringend gewenst. Daarmee alleen zijn we er echter nog niet.
2. Ruimtelijke planning en investeringsstrategie
Ons ruimtelijk-economisch beleid houdt geen rekening met klimaatverandering. Dat leidt tot een nodeloos hoge hypotheek op de toekomst. Wanneer we doorgaan met grote investeringen in de Randstad, dan verhogen we de economische waarde van dat kleine en kwetsbare deel van ons land. Daarom zullen we vervolgens veel geld gaan besteden aan het versterken van dijken en duinen in West-Nederland. De verzekeringspremie van de Randstad zal daardoor over dertig jaar onbetaalbaar zijn, omdat zowel de risico's als de waarde van de Randstad tegen die tijd exponentieel zullen zijn gegroeid.
Maar waarom investeren we eigenlijk miljarden daar waar het risico het grootst is? Waarom bouwen we 100.000 nieuwe woningen in de diepste polders en laten we 250.000 nieuwe mensen wonen op de gevaarlijkste plek van Noordwest-Europa? Om mee te kunnen in de wereldwijde concurrentieslag?
Want wat als de zeespiegel niet pas over honderd jaar, maar al over twintig of dertig jaar decimeters is gestegen - of zelfs met meters, zoals David Carlson, directeur van het onderzoeksproject International Polar Year voorspelt? Wat als die superstorm zich plotseling binnenkort voordoet? Ach, die kans is misschien te verwaarlozen, maar wie wil die mogelijkheid bewust verdringen, zijn ogen sluiten en bidden dat alles goed komt? Ons nieuwe kabinet?
We zullen onze ruimte zo moeten inrichten dat we het meest beroerde klimaatscenario met een glimlach tegemoet kunnen treden. Daarvoor moeten we ons economisch, ruimtelijk en mobiliteitsbeleid wel koppelen aan onze kennis over de effecten van klimaatverandering. Om het simpel te zeggen: investeer in wonen en werken op plekken die niet overspoelen, in overstromingsbestendige gebouwen die bijvoorbeeld tijdelijk op of in het water liggen, in wegen die altijd droog liggen, in natuur die warmte, droogte, hevige stormen en ultra-natte tijden aankan, en in landbouw die in dito omstandigheden floreert, met langere groeiseizoenen, zoutminnende cultures of zelfs drijvend. Temidden van dit watersysteem zullen de resten hoogland eilanden vormen voor ontspanning en recreatie. Onze nationale investeringsstrategie zal dus moeten verschuiven van het stimuleren van de economische groei in de Randstad naar investeringen in klimaatbestendige gebieden.
Het nu: een schraal startpunt
Hoe gaan we op dit moment in de praktijk om met het klimaat?
1. Het huidig nationaal klimaatbeleid vat klimaatbestendigheid vooral op als beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Daardoor staat het verhogen van dijken met stip bovenaan de agenda.
2. De WRR beweert met droge ogen dat we ons de komende vijfhonderd tot duizend jaar nog geen zorgen hoeven te maken over zeespiegelrijzing (Ruimteconferentie, 30 oktober 2006). De WRR adviseert onze regering. Zolang klimaatverandering door gerenommeerde instanties wordt gebagatelliseerd, is bewustwording van alle Nederlanders ver weg.
3. De wetenschap stuurt onze bestuurders het moeras in met de boodschap dat er nog zoveel onzeker is omtrent de exacte gevolgen van klimaatverandering, dat meer studie vereist is. Tot we precies weten hoe het zit, zou energie besparen en dijken verhogen het beste zijn wat gedaan kan worden.
4. Het programma Klimaat voor Ruimte wordt gedomineerd door wetenschappelijk onderzoek naar klimaatmodellen, zodat we over een paar jaar exacter weten wat we nu in hoofdlijnen al lang weten. Een innovatieve ruimtelijke benadering, waarin onorthodoxe plannen worden ontwikkeld voor de op ons afkomende veranderingen, bestaat niet. Het Adaptatieprogramma Ruimte en Klimaat (ARK) ontwikkelt een nationale strategie voor de omgang met onze ruimte als klimaatverandering plaatsvindt. Het programma geeft geen nationale analyse van de ruimtelijke effecten van klimaatverandering en heeft geen visie op de sturing van ruimtelijk-economische patronen vanuit de nationale overheid. Ook het ARK werkt niet aan noodzakelijke innoverende plannen.
5. De overheidsuitgaven op ruimtelijk-economisch gebied houden geen rekening met klimaatverandering. Daardoor wordt geïnvesteerd op de gevaarlijkste en duurste plekken en zijn we meer geld kwijt dan nodig voor beveiliging van ons land.
Het klimaat wacht niet
De vraag is of we het ons kunnen veroorloven te wachten tot het bestaande politieke paradigma de antwoorden verschaft die we nodig hebben. Ons ecosysteem is instabiel en onvoorspelbaar. We moeten daarom het oude wetenschappelijke en politieke paradigma, dat uitgaat van de balans van de natuur, herzien. Het proces van klimaatverandering is niet lineair, maar volgt eerder de wetten van de chaostheorie en kan ineens toeslaan. Nú hebben we de verantwoordelijkheid jegens komende generaties om tijdig te handelen. We kunnen niet wachten op het ultieme wetenschappelijke bewijs voordat we in actie komen. Dan zijn we te laat.
We weten dat de zeespiegel stijgt, dat het warmer en natter wordt en dat stormen heftiger worden. Dat moet voldoende zijn voor actie. De belangrijke beslissingen uit de geschiedenis waren niet alleen het gevolg van wetenschappelijk onderzoek, maar ook van actie, recht uit het hart. Nu hebben we de gelegenheid ons hart te laten spreken. Dat wat iedereen al weet, dienen we om te zetten in een vlucht voorwaarts: een klimaatgestuurd beleid.
Een nieuw beleid
Een benadering waarin een innovatieve kustverdediging en een vernieuwende sturing van de investeringen centraal staan, vergt veel. Vooral mentaal. Logisch denken en meebewegen met veranderingen in plaats van vasthouden aan rekenexercities en procedures uit het verleden. Als ons kabinet beseft dat toekomstige veranderingen in niets vergeleken kunnen worden met ontwikkelingen uit het verleden, kan het ervoor kiezen ons land stap voor stap aan te passen aan de klimaattoekomst.
Bestuurlijk Nederland moet nu kiezen voor een beleid dat:
1. Zich primair plooit naar de wetmatigheden van de natuur: de zee, de rivieren en het reliëf;
2. Klimaatverandering ziet als een kans om de ruimtelijk-economische koers uit te zetten, investeringen richt op gebieden die de minste kans hebben op een ramp, en op gebieden waar zich dankzij klimaatverandering nieuwe kansen voordoen;
3. Een klimaatatlas van Nederland bevat, waarin een ruimtelijke klimaatanalyse is opgenomen. De kernzones van ontwikkeling liggen in deze atlas op veilige plekken: in Brabant en Limburg, in Drenthe en op de Veluwe. Ons nieuwe Groene Hart ligt in de Achterhoek, omringd door sterk groeiende steden als Doetinchem, Enschede en Emmen. De Randstad-begroting is vervangen door een Hogelandbegroting. De investeringsprogramma's voor infrastructuur worden gericht op snelle ov-verbindingen tussen Maastricht-Eindhoven-Amersfoort-Groningen. En de subsidieprogramma's voor de landbouw worden ingezet voor grootschalige klimaatbuffers in de delta van Nederland;
4. Water toelaat als het komt, en leidt naar waar we het hebben willen;
5. De helft van het geraamde geld voor de ophoging van dijken investeert in het beschermen van wat écht van waarde is: historische steden als Amsterdam, Delft en Franeker en daar waar mensen wonen en vee staat -op een hoog en veilig niveau;
6. De andere helft van het geld investeert in de aanleg van een nieuwe rij (Wadden)eilanden of atollen op de Noordzee. De natuur neemt West- en Noord-Nederland over, als één groot Waddengebied.
De nieuwe regering dient het ontwerpen van onorthodoxe plannen, die noodzakelijk zijn om ons te kunnen aanpassen aan de effecten van klimaatverandering, te stimuleren. Bestuurlijk Nederland kan dan weer voorop lopen in de kennisontwikkeling. Nederland kan een gidsland worden als het in staat is de gevolgen van klimaatverandering om te zetten in kansen, de kustverdediging op tijd te flexibiliseren en de ruimtelijke sturing durft te veranderen. Nederland bewijst dan wederom om te kunnen gaan met het water en de klimaatverandering. Niet passief en behoudend, maar pro-actief en innovatief.
Laat ons visionair zijn, in de toekomst kijken, kansen maken van risico's en het klimaat naar onze hand zetten. Laten we doen wat we altijd gedaan hebben; land maken toen het kon, in klimaatrustige tijden. Wonen op het droge toen het moest, in onzekere perioden. Laten we wijs zijn: de komende dertig jaar en daarna wordt het weer onstuimig. Laten we het klimaat niet gebruiken in verkiezingstijden en het vergeten zodra de koopkrachtplaatjes weer verschijnen. Want koopkracht is relatief als niet paarden maar mensen reddeloos op een eiland in de buurt van Marrum staan. Laten we een nationaal klimaatontwerp maken, waarin we inspelen op de ontwikkelingen. Klimaat is leuk, ook als het verandert!
Rob Roggema is manager Strategie en Omgevingsbeleid bij de Provincie Groningen, Jusuck Koh bekleedt de Leerstoel Landschapsarchitectuur aan de Universiteit van Wageningen, Andy van den Dobbelsteen is universitair docent Climate Design aan de Technische Universiteit Delft.