Losgezongen dadendrang
Het was ergens in 2001. Ad Melkert leefde nog in de veronderstelling dat hij de nieuwe premier van Nederland zou worden. Om zich voor te bereiden op zijn nieuwe taak had hij consultaties georganiseerd met mensen uit de gezondheidszorg, het onderwijs, het bedrijfsleven en nog meer maatschappelijke velden. Het leek een beetje op de honderd dagen-periode die het kabinet Balkenende-4 zichzelf heeft gegund om in gesprek te gaan met de samenleving. Bij een van die bezoeken aan het veld raakte ik met Melkert in debat. Melkert meende dat hij door zijn consultaties, door te luisteren naar de samenleving, het klassieke maakbaarheidsdenken achter zich had gelaten. Vanaf nu zouden professionals niet meer worden overladen met onbekookte plannen uit Den Haag. Hij was er voorstander van om altijd eerst te experimenteren voordat een beleidsverandering werd doorgevoerd. Pas als het experiment zich in de praktijk had bewezen, zou het worden ingevoerd. Ik probeerde hem uit te leggen dat hij nog steeds vast zat in het oude maakbaarheidsdenken. Als je gewend bent om onvoorbereid in het diepe te duiken is het zonder meer een vooruitgang om eerst met je teen de temperatuur van het water te testen. Maar maak jezelf niet wijs dat dit een radicale breuk is met de oude praktijk.Om mijn stelling te verhelderen greep ik terug op een onderscheid van Herman van Gunsteren. Hij maakt een onderscheid tussen twee sturingssystemen. Het schema van de klassieke maakbaarheid is Analyse en Instructie. De politiek analyseert een probleem, besluit tot een oplossing en implementeert vervolgens dit besluit door uitvoerders te instrueren wat ze moeten doen. Tegenover dit model plaatst hij het model van Variëteit en Selectie. De markt is daarvan het prototype. Op de markt bestaat geen centrale planning. Iedereen kan producten of diensten aanbieden, pas achteraf blijkt waar vraag naar is en wat een succes is. Het model van Varieteit en Selectie wordt ook toegepast in de wetenschap. De ontwikkeling van de wetenschap wordt niet centraal gepland, maar producten van de wetenschap worden wel beoordeeld door andere wetenschappers.
Het voorstel van Melkert was een aanpassing van de Analyse. Hij wilde niet meer alleen in de studeerkamer bedenken wat er moet gebeuren. Hij wilde weten of een voorstel zich in de praktijk heeft bewezen. Het is dus een poging om de Analyse te verbeteren, maar wordt het betere plan via de oude Instructie geïmplementeerd. Het is overigens nog maar de vraag of de Analyse zoveel beter wordt, want dat een experiment een succes is wil nog niet zeggen dat we begrijpen waarom het een succes is. Het enthousiasme van de experimenteerders is vaak een belangrijke succesfactor. Maar als andere mensen gedwongen worden om de bedachte werkwijze te hanteren zijn de resultaten een schim van die van het origineel.
Sinds Melkert heeft het top-down werken nog meer aan populariteit verloren. Steeds wordt benadrukt dat veranderingen van onderop tot stand moeten komen. De decentralisering van de Wet Werk en Bijstand is daarvan een goed voorbeeld. In termen van Van Gunsteren kan worden gezegd dat er inmiddels gekozen is voor Variëteit. Het probleem is alleen dat het ontbreekt aan Selectie. Van Gunsteren stelt dat het model van Varieteit en Selectie meer gebruik maakt van de kennis en de creativiteit die verspreid in de samenleving aanwezig is. Maar dit voordeel treedt alleen op als die kennis en creativiteit ook gebundeld worden, als goede ideeën aan kracht winnen en slechte verdwijnen. Dat blijkt een lastige opgave. Op allerlei terreinen zijn kenniscentra opgericht. Er is geen vakgebied of er worden prijzen uitgereikt voor aansprekende innovaties. Dat een project of een initiatief in de prijzen valt is overigens geen garantie dat het ook wordt voortgezet. Er heerst in Nederland een ware project-gekte. Voor het starten van een experiment is veel steun, maar na deze enthousiaste adoptie leidt op termijn onherroepelijk tot verwaarlozing. Heel veel succesvolle projecten verdwijnen zo na de afgesproken periode op de vuilnisbelt - en daarbij ook de opgedane inzichten.
Nog moeilijker is het om te zorgen dat anderen besmet raken door de goede aanpak en ideeen. Beleidsbepalers in de ene stad worden maar zelden besmet met de goede ideeën uit een andere stad. Vaak gaan organisaties en steden ieder opnieuw het wiel uitvinden. Er is sprake van een Not Invented Here Syndrome. Mensen werken liever aan hun eigen creatieve idee, dan dat ze een goed idee van anderen overnemen. Er is sprake van heel veel creativiteit en dadendrang, maar die zijn losgezongen van de creativiteit van anderen. Variëteit dreigt zo synoniem te worden met vrijblijvendheid.
Het is begrijpelijk dat de politiek verantwoordelijken via benchmarks en prestatiecontracten deze vrijblijvendheid proberen in te dammen. Maar een nadeel van beide methoden is dat ze de Selectie centraliseren. Er moeten algemeen geldende criteria komen om de verschillende ziekenhuizen te beoordelen. Er moeten meetbare doelen komen om te controleren of de politie de afgesproken prestatie levert. De kracht van de markt is daarentegen dat de Selectie decentraal plaats vindt. Elke consument bepaalt voor zich wat de kwaliteit van een product uitmaakt. Je zou willen dat innovaties in de publieke sector ook decentraal beoordeeld zouden worden. Maar de inspiratiebron daarbij is misschien niet de markt, maar de wetenschap. Daar geldt de citatie-index als een van de graadmeters van het succes van een wetenschapper. Projecten in de publieke sector kunnen ook beoordeeld worden op basis van de mate waarin ze bijvoorbeeld navolging krijgen. Dat bevordert dat mensen hun licht niet onder de korenmaat houden en dat ze de boer op gaan met hun goede ideeën. En terwijl ze hun netwerk vertellen over hun idee, horen ze en passant over de ideeën van anderen. Zo krijg je de kruisbestuiving die nu vaak ontbreekt. Aanpassing van een innovatief idee aan nieuwe omstandigheden is ook belangrijk en levert weer nieuwe inzichten op. De zo opgebouwde collectieve deskundigheid binnen de professie kan het hele veld ten goede komen.
Pieter Hilhorst is journalist en publicist.
