Een beetje Obama
Anderhalve week geleden stelde Barack Obama zich kandidaat voor de democratische nominatie. Zijn speech was bij vlagen visionair. It's humbling, but in my heart I know you didn't come here just for me, you came here because you believe in what this country can be. In the face of war, you believe there can be peace. In the face of despair, you believe there can be hope. In the face of a politics that's shut you out, that's told you to settle, that's divided us for too long, you believe we can be one people, reaching for what's possible, building that more perfect union." Dat is Obama op zijn best. Hij weet zijn supporters aan te spreken op hun idealisme.Twee jaar geleden signaleerde de filosofe en veelschrijfster Martha Nussbaum -die doceert in Chicago, de home town van Obama- al wat er zo bijzonder was aan Barack Obama en waarom hij zo belangrijk is voor links. Meer dan de intellectualistische John Kerry, meer dan de ietwat koele Hillary weet Obama hoop op te wekken en een beroep te doen op het beste dat ze in zich hebben.
Nussbaum schreef een veelgeciteerd boek over emoties. Ze herwaardeert daarin emoties: die beschrijft ze niet simpelweg als 'subjectief' en dus onbetrouwbaar, maar als cognities: emoties omvatten oordelen over de werkelijkheid. Daarmee kunnen emoties een belangrijke bron zijn voor moreel oordelen. De motor voor ethisch handelen bestaat voor Nussbaum niet zozeer uit relatief onbuigzame en abstracte 'normen en waarden': mededogen en inlevingsvermogen slaat ze veel hoger aan. Natuurljk, erkent ook Nussbaum, emoties zijn in die zin tricky stuff, dat ze niet alleen bestaan in velerlei variaties: ze kunnen ook heel verschillend gekanaliseerd worden. Woede over onrecht kan leiden tot het in brand steken van auto's, maar ook tot krachtige emancipatie-bewegingen. Eén van Nussbaum's onderwerpen is daarom de rol van emoties in de politiek.
De conservatieven in de VS zijn onder Karl Rove meester geworden in het oproepen van emoties en dan vooral negatieve emoties: angst voor terrorisme, verongelijktheid over vermeende achterstelling, walging over homohuwelijk of abortus. Dat, samen met geloofsbeleving is de afgelopen jaren voor de Republikeinen een sterk succesrecept geweest. Heel anders is dat voor links. Waren de arbeidersbeweging of de burgerrechtenbeweging enkele decennia terug in staat sterke emoties en dito bewegingen op te roepen, nu zijn ze verleerd om met emoties om te gaan. De hedendaagse Liberals zijn na de val van de Muur intellectualistisch, sceptisch, soms cynisch geworden.
Ook een sociaal wetenschapper als Michael Walzer noteert dat in zijn boek Politics and Passion. Alleen vindt Walzer dat dat komt omdat links te individualistisch denkt en geen oog meer heeft voor gemeenschappen. Daarbij hanteert Walzer overigens wel een redelijk ouderwets, om niet te zeggen conservatief idee van gemeenschappen. Hij vindt dat de rechten van enkelingen (vrouwen, homo's), soms ondergeschikt moeten worden gemaakt aan de samenhang van de gemeenschap.
Nussbaum slaat een heel andere weg in. Zij wijst op de rijke traditie van geëmotioneerde en enthousiasmerende progressiviteit in de VS. De kunst om met een diep emotionele manier van spreken ("I have a Dream") hoop en geweldloos enthousiasme, een gevoel van waardigheid en rechtvaardigheid op te wekken in het publiek is rijk ontwikkeld. In Europa, denkt Nussbaum, is na de Tweede Wereldoorlog het emotionele begrijpelijkerwijs enigszins uit het politieke verbannen. Maar je wint debatten, vindt Nussbaum, niet door emoties uit te sluiten. Je wint ze door de juiste emoties toe te laten, zelfs op te roepen. Ook woede kan een belangrijke drijfveer zijn - om misstanden te bestrijden, niet om groepen mensen te bestrijden.
Natuurlijk, beide boeken, Politics and Passion, van Walzer en Upheavals of Thought, van Nussbaum, gaan over de VS. Maar toch, de observaties van Nussbaum en Walzer kunnen we mutatis mutandis goed verplaatsen naar de Nederlandse politiek. Links heeft soms wat weinig oog voor op zich terechte angsten en zorgen over verharding, verlies aan solidariteit, ongenoegen over de multi-culturele samenleving. Daarom zitten we nu eigenlijk met lege handen, terwijl rechts het antwoord klaar heeft. Het is het Michael-Walzer-antwoord, namelijk het opofferen van individuele vrijheden aan samenhang in de gemeenschap. En de PvdA gaat in dit kabinet, zoals het er naar uitziet met dit antwoord mee.
Kan het ook anders? Nussbaum paart een betoog voor een meer idealistische politiek aan een pleidooi à la Richard Sennett om in zorg en welzijn meer aandacht te besteden aan individuele behoeften – variërend van bemoeizorg tot op maat gesneden opleidingen. Kunst en cultuur vormen in haar visie instrumenten om gezamenlijk op emoties en gedachten te reflecteren. Een kwalitatief goede vormgeving van de publieke ruimte kan bijvoorbeeld bindend werken en een respectvol pluralisme teweeg brengen. Daarmee ruimt ze plaats in voor een individualiteit in een open gemeenschap, voor een ethiek die in beweging is en voor een politiek die uitdaagt en verheft. Dat laatste vereist wel een beetje politieke vermetelheid. Een beetje Obama.
