De hoognodige transformatie van Europa
Over de knal van 2005, toen Nederlanders massaal tegen de Europese grondwet stemden, is veel geschreven. Joost Lagendijk gaf in de vorige Waterstof zijn interessante visie, waarin hij begon met een beschrijving over hoe hij als eerste van zijn familie uit een Zeeuws dorp de Nederlandse landsgrenzen overschreed. Mijn perspectief is anders: ik probeer vanaf de buitenkant, wonende in Zuid-Amerika, te kijken wat er typisch Europees is aan het proces van Europese eenwording en de formulering van de Europese grondwet, en hoe het anders kan. Mijn artikel is actueel omdat in oktober vier invloedrijke indianenleiders naar Europa komen om hun visie op Europa te geven, met de hoop dat ze de deze maand begonnen onderhandelingen tussen de Europese Unie en de Andeslanden kunnen beïnvloeden (1).De Europese Unie is...
De meesten van u delen drie, ogenschijnlijk tegenstrijdige, meningen over de Europese Unie:
Een: De EU ontstond als antwoord op de Tweede Wereldoorlog met een akkoord over mijn- en staalbouw. Vervolgens werd de Europese Economische Gemeenschap opgericht en in de loop van de jaren werden niet-economische aspecten steeds belangrijker, zodat de EEG veranderde in de Europese Unie. In deze optiek is de EU een voorbeeld van de derde weg, waarin niet alleen het kapitaal, maar ook sociale aspecten een belangrijke rol spelen.
Twee: De Europese Unie is bureaucratisch, te duur, en niet-participatief.
Drie: De Europese Unie is voor mensen die niet in Europa wonen het Fort Europa. Door de strenge immigratiepolitiek is het steeds moeilijker om naar Europa te reizen, en helemaal om er te wonen en te werken. Door de Europese subsidies is het voor niet-Europese landen moeilijk om met Europese landen te concurreren.
Schoolvoorbeeld van integratie?
De bovenstaande dialectiek veroorzaakt steeds scherper wordende tweestrijden:
In Europa is bijna iedereen vóór de Europese Unie, maar groeit de ontevredenheid over haar functioneren en over een aantal van haar principes, volgens mij de reden waarom Nederland en Frankrijk nee hebben gestemd tegen de Europese grondwet, en waarom landen als Zweden en Denemarken ontevredenheid hebben getoond over het invoeren van de Euro.
Buiten Europa wordt de EU algemeen als schoolvoorbeeld van integratie tussen landen gezien, maar tegelijkertijd groeit de verontwaardiging over haar immigratiebeleid en economische buitenlandpolitiek.
In de complexe situatie die ik hierboven heb beschreven, worden veel antwoorden gezocht, om de ontevredenheid van Europese burgers over de Europese Unie, en meer specifiek haar grondwetsvoorstel, te verklaren en te verminderen. In de vorige editie van Waterstof gaf Joost Lagendijk zijn visie over de ontevredenheid die vooral gevoeld wordt door zij die bang zijn voor het verliezen van grenzen.
Onze Europese wortels
Ik meen echter dat Joost Lagendijk en de meeste andere commentatoren een belangrijke kant van de problematiek vergeten, namelijk de oorzaken die verscholen liggen in onze Europese wortels. In de vorming van onze democratische staten en in de vorming van de Europese Unie zijn we uitgegaan van grondbeginselen die we vrijwel als wet of als wetenschap beschouwen, en die daardoor nauwelijks ter discussie staan. Er heerst in Europa een verankerde perceptie over het functioneren van een democratie, waaronder de rol van een grondwet. In de Europese perceptie delegeren kiezers wetgevende, wettelijke en uitvoerende macht als een soort heilige drie-eenheid. In de periode tussen verkiezingen hebben personen en organisaties die niet tot een van de drie machten behoren vrijwel geen invloed op het landsbeleid. De nationale grondwet wordt gezien als een vaststaand feit. Hoewel ze stoffig en oudbakken is, biedt ze zekerheid en waarborgt ze onze rechten. Eigenlijk staan we er nauwelijks bij stil. Ons vertrouwen in de drie machten en onze afstandelijke verhouding met de nationale grondwet zorgden ervoor dat wij ons op een afstand hielden toen de drie machten op Europees niveau een grondwet formuleerden, de schrik kwam pas toen we er een referendum over kregen. Ik was er niet klaar voor, u wel?
Dat het ook anders kan merk ik hier in Zuid-Amerika. In veel landen worden grondwetten als een levend iets beschouwd, en organisaties en burgers zijn veel nauwer bij het politieke proces betrokken. Na een jarenlange sociale strijd met talloze manifestaties zijn sinds vorig jaar in Bolivia honderden organisaties - cynisch genoeg meestal met ontwikkelingsgeld van Europese niet gouvernementele organisaties - actief bezig met de participatieve formulering van de nieuwe Boliviaanse grondwet. In Ecuador is eenzelfde proces bezig. President Correa beloofde als een van zijn eerste maatregelen de installering een grondwetsvergadering, hetgeen via een referendum goedgekeurd is. Hoewel de grondwetsvergaderingen hevige conflicten oproepen en het bijzonder moeilijk blijkt voor de grondwetmakers om tot overeenkomsten te komen, is iedereen het er wel over eens dat de grondwetvergaderingen noodzakelijk zijn om daadwerkelijke veranderingen tot stand te brengen. Overigens is een al te beweeglijke grondwet niet altijd gunstig voor sociale doeleinden. In Chili bijvoorbeeld trekt presidente Bachelet dagelijks de haren uit haar hoofd omdat ze moet regeren met de grondwet die Pinochet gedurende zijn regime, en met extra venijn vlak voor zijn aftreden, in een neoliberaal monster heeft veranderd.
Een uitgekleed akkoord
Allicht is het niet nodig om de turbulente Zuid-Amerikaanse situatie naar Europa over te schepen, maar het nu getoonde autisme is een ander uiterste. Om de crisis rond de grondwet op te lossen namen de Europese regeringen louter laffe beslissingen. De grondwet werd afgezwakt op een slappe en weinig inhoudelijke manier. Zo werden de vlag en het volkslied er uitgeschreven, het besluit werd niet meer voorgelegd aan het volk via referenda, en het woord grondwet werd geschrapt. Het resultaat is een uitgekleed, zielloos akkoord, waarmee niemand echt tevreden is en dat niet eens de naam grondwet mag dragen. Kortom een democratische blamage, en een gemiste kans om de praktijk en opvattingen over democratie in Europa te revitaliseren.
De ontevredenheid van de niet-Europeanen over de Europese Unie is van een andere orde, maar heeft ook te maken met diepgewortelde Europese visies. In een eerder artikel voor Waterstof schreef ik over het Europese paradigma van de nou eenmaal noodzakelijke ongelijkheid tussen het Noorden en het Zuiden. Ook is er een gebrek aan wil, geloof en creativiteit om globale problemen op te lossen. Mijn stelling en mijn hoop is dus dat de strenge immigratiewetten en de Europese handelsbelemmeringen niet alleen voortkomen uit economisch eigenbelang, maar ook uit onjuiste vooroordelen en uit een passiviteit die niet per se nodig is.
Holistisch verantwoord
Voor een werkelijke verandering van de buitenlandse politiek van de Europese Unie is het nodig dat ontwikkelingssamenwerking niet meer los wordt gezien van andersoortige, vooral op handel gebaseerde, relaties tussen het Noorden en het Zuiden. Waarom kunnen Oost-Europese landen toetreden tot de Europese Unie, en zodoende gelijkwaardige relaties aanknopen met andere Europese landen, terwijl de EU tegelijkertijd bezig is om met landen uit het Zuiden akkoorden te sluiten die een versterking van de al bestaande (ongelijke) handelsrelaties betekenen. De Europese Unie beweert dat de akkoorden met het zuiden holistisch verantwoord zullen zijn, en dat ontwikkelingsaspecten, politieke themas en commercie evenveel aandacht krijgen. Ik volg op dit moment de onderhandelingen van de Europese Unie met de regeringen van de Andeslanden en evalueer samen met de Boliviaanse organisatie CEADESC een van de grootste ontwikkelingsprojecten van de Europese Unie in Zuid-Amerika. Helaas: de slechte selectie en uitvoering van ontwikkelingsprojecten, de nadruk op vrije handel, en de dubbele houding over handelsbarrières zullen waarschijnlijk betekenen dat de akkoorden tussen Europa en Zuid-Amerika in plaats van armoedebestrijding en milieubescherming, het tegendeel zullen bereiken.
Wat nu?
Het goede nieuws van mijn betoog is dat we wel degelijk een door onze gezamenlijke geschiedenis geconstrueerde Europese identiteit hebben, het slechte nieuws is dat deze identiteit op een aantal punten hoognodig moet veranderen. In dat transformatieproces moeten we ons zelf bestuderen en proberen te leren van andere continenten. Voor dit artikel heb ik Twijfel over Europa herlezen: de afscheidsrede die Ton Lemaire hield toen hij de Katholieke Universiteit van Nijmegen verliet. Ik denk dat zijn betoog nu actueler dan ooit is. Juist door onze bloedige geschiedenis, de fouten die we gemaakt hebben, maar ook door onze kritische traditie, hebben we de mogelijkheid om een voortrekkersrol te vervullen in het zoeken naar oplossingen voor de huidige problemen op nationaal, Europees en wereldniveau. In 2005 was er sprake van een Europese crisis, in 2007 heeft iedereen het over een crisis op wereldniveau, nu het duidelijk is geworden dat naast het gevaar van conflicten tussen culturen, de aarde zal lijden onder de uitputting van fossiele brandstoffen en onder het broeikaseffect. Het hoeft geen betoog dat de indianenleiders die ons in oktober komen bezoeken, juist vanwege hun minder bloedige en meer natuurvriendelijke verleden, goede begeleiders van dit leerproces zullen zijn. De koe bij de horens vattende, kunnen we beginnen om vanaf nu het overleg over het Europese akkoord of de grondwet met plezier, passie en veel participatie voort te zetten, met als inzet een transformatie naar een meer mens- en natuurvriendelijke Europese Unie. Ook kunnen we ons inzetten om de verdragen met andere continenten kwalitatief te verbeteren, om te beginnen die tussen de Europese Unie en de Andeslanden en Centraal-Amerika. In plaats van uit te gaan van ons eigen Europese belang zullen we de nadruk moeten leggen op de wereldproblematiek. Dat betekent dat respect en wederkerigheid met onze gesprekspartners de sleutelwoorden zullen zijn, en dat we het geloof hebben dat juist het wegwerken van een (economische) achterstand waar dan ook, voorwaarden zullen scheppen voor een wijdverspreid menselijk en natuurlijk welzijn.
Henkjan Laats is directeur van de stichting Cross Cultural Bridges, en werkzaam via de organisatie CMC, Mensen met een Missie, als adviseur van de Boliviaanse ngo CEADESC..
1. Cross Cultural Bridges en enkele andere organisaties organiseren op 16 oktober een discussieavond met Latijns-Amerikaanse indianenleiders en vertegenwoordigers van de Europese Unie over dit onderwerp in de Balie. Zie Agenda.
