Hoeveel gezichten heeft armoede in Indonesië?
Kinderen onder de evenaar... aan dat kinderliedje moet ik regelmatig denken sinds ik in Indonesië woon. Bijna de helft van alle Indonesiërs is straatarm. Zij moeten van 20.000 rupiah of minder per dag leven. En dat lijkt nog best veel (1,80 euro). Van 20.000 rupiah kan redelijk goed gegeten worden, weliswaar geen feestmaaltijden, maar toch. Er moet echter ook gedronken worden, en drinkwater komt uit dure flessen en water anderszins – rivierwater of grondwater, vaak hebben armen geen aansluiting op leidingwater – moet gekookt worden en daar is brandstof voor nodig (een stuk duurder sinds de regering op subsidie bezuinigt).Vaak wonen armen illegaal, maar illegaliteit komt niet zonder prijs (bijna altijd is er wel een vorm van huur, weliswaar zonder rechtsbescherming). De goedkoopste woonplekken zijn het verst van stedelijke centra waar gewerkt of gebedeld kan worden (het heeft weinig zin om van mede-armen te bedelen), dus lopen de vervoerskosten behoorlijk op.
Indien armoede niet overerfelijk mag zijn dan is onderwijs van belang. Officieel is basis en middelbaar staatsonderwijs gratis, maar vaak vormen het verplichte uniform en aanschaf van lesmateriaal al een drempel. Hoe gelijk zijn de kansen in een land waar millioenen armen – een proletariaat zonder officiële arbeid of werkplek (zie het onlangs verschenen boek Planet of slums van Mike Davis) – slechts pogen de lippen boven het water te houden (soms al te letterlijk)?
Biedt enkel de mondiale markt uitkomst? En wat is de rol van de nationale staat? Of is een vorm van herverdeling mogelijk zonder een staat? Is dit het bankroet van liberale theorie zoals die ontwikkeld werd door John Rawls (A theory of justice) en Richard Rorty (Contingency, irony, and solidarity)?
Meritocratie duidt op een samenleving waarin de sociaal-economische status bepaald wordt door de eigen prestaties en capaciteiten. Het mag dus niet zo zijn dat je vooruitgang boekt in de vaart der volkeren door je achternaam, de tint van je huid (het esthetische ideaal hier is hoe witter hoe beter, heb je geen witte huid dan zijn er nog altijd de poeders en bleekmiddelen), religie, woonplek, of partijkaart. Aan Indonesische staatsuniversiteiten was het ten tijde van Soeharto noodzakelijk lid te zijn van zijn partij om proffesorabel te zijn, de huidige studenten ondervinden hiervan nog steeds de nadelen.
Hier in Indonesië is de werkloosheid echter zo overweldigend dat de arbeidsmarkt geen soelaas kan bieden voor iedereen. Zelfs bij goede economische vooruitzichten zullen de meeste Indonesiërs geen (spreekwoordelijke) vruchten eten, dat leidt tot grote tegenstellingen en spanningen (de anti-Chinese rellen van 1998 zijn een voorbeeld). Niet alle armen zijn werkloos. Het hebben van werk is niet voldoende om aan armoede te ontsnappen
Kan iemand met een uitzonderlijk talent de kampung achter zich laten? (Kampung is een stedelijke wijk waar overwegend armen wonen.) Mijn echtgenote Mei gaf het voorbeeld van schoonheid. Een jonge dame die uitzonderlijk mooi is, aldus Mei, kan model worden (dan is het natuurlijk de vraag of schoonheid als een talent gerekend moet worden). Helaas kon ze me geen voorbeeld noemen van een model met een kampung verleden. Wel van een lid van de populaire boyband Peterpan, die uit de Taman Sari kampung komt in Bandung).
Mijns inziens is in Indonesië een netwerk onontbeerlijk om aan een baan in de formele sector te komen. Nu wil het toeval dat ik onlangs op een wandeling door Bandung zo een mooi meisje ben tegengekomen. Ze werkt als parkeerwacht bij een mall, en ze woont in een kampung nabij de mall. Ze is enorm lang, ze steekt met kop en schouders boven de kampung uit. Het heeft vast met de kwaliteit – of gebrek daaraan – van het dieet te maken dat armen gemiddeld veel kleiner zijn dan rijken (armen worden laatdunkend wong cilik genoemd, dat wil zeggen de kleine mensen, dat is niet zo zeer een verwijzing naar hun gebrek aan lengte als de veronderstelde morele onvolwassenheid om zelf politieke beslissingen te nemen).
En ik heb haar gefotografeerd. Deze foto heb ik naar Julia Suryakusuma gestuurd – ex-model, feminist, socioloog, en essayiste. En ik legde haar de stelling voor dat een kampung bewoner veel minder kans maakt op werk waarbij talenten tot hun recht kunnen komen door het ontbreken van de daartoe benodigde netwerken. En ik gaf dit meisje als voorbeeld.
Per ommegaande ontving ik antwoord. Het was geen theoretische verhandeling. Ze schreef dat ze dit meisje wil helpen door haar in contact te brengen met tijdschriftredacteuren. Julia schreef dat dit meisje met wat scholing model kan worden. En ze vergeleek het meisje zowaar met Kate Moss. En ze vroeg mij het meisje nogmaals op te speuren. En dat heb ik gedaan. Het meisje in kwestie heet Yani. En ze ziet het al helemaal zitten. Ik heb haar maar niet verteld dat ze met Kate Moss werd vergeleken, ik wil haar niet teveel hoop geven.
Volgens mij bewijst dit echter wel mijn stelling dat in Indonesië je het als bewoner van een kampung knap lastig hebt – oftewel: gewoonweg met een schier oninhaalbare achterstand begint. Er zijn natuurlijk uitzonderingen: degenen die met keihard werken, uithoudingsvermogen en toch ook een behoorlijke portie geluk vooruit komen.
Daar is Herdis een voorbeeld van. Recentelijk ontving ik een e-mail van hem, hij heeft inmiddels zijn studie filosofie aan de Universiteit van Indonesië afgerond (hij heeft bij mij een vak over rechtvaardigheid gevolgd). Hij heeft al een baan gevonden. Hij is nu de assistent van de woordvoerder van president Susilo Bambang Sugiharto. Herdis was nog nooit buiten Java geweest, nu vliegt hij niet alleen het land rond, hij is laatst voor het eerst naar het buitenland geweest voor een ASEAN conferentie.
Herdis komt van ver. Herdis is in onmin geraakt met zijn grootvader – een Kiai (geestelijk leider) van een grote pesantren (Islamitische kostschool) in Tasikmalaya (West Java provincie) – vanwege zijn keus voor filosofie. Herdis is een zeer interessante jongen: hardwerkend, verlegen, arm, open-minded, leergierig. De middelbare school heeft hij op zijn grootvaders kostschool gevolgd. Vervolgens kreeg hij een beurs voor de staatsuniversiteit Gadja Mada in Yogyakarta. Na zijn bachelor wilde hij doorstuderen, maar hij had eigenlijk geen cent meer te makken. Hij heeft zich toen toch voor de Universiteit van Indonesië nabij Jakarta ingeschreven (dat is ook een staatsuniversiteit, de beste van Indonesië). Tot zijn verbazing – en financiële schrik – werd hij aangenomen. Hij had net genoeg geld om het eerste semester te betalen, maar ook geen rupiah meer. Hij besloot daarom op de campus te kamperen (de campus is zeer groot, dus dat kan gemakkelijk ongemerkt). Op een gegeven moment kreeg de bibliothecaris medelijden, het regenseizoen kwam er aan en onder de blote hemel slapen is dan niet echt een privilege, en liet hem in de bibliotheek slapen. Herdis begon toen de bibliotheek van A tot Z te lezen.
Door keihard te werken en met de nodige mazzel ligt Herdis goed op koers. En Yani krijgt nu gelukkig ook een kans, nu hopen dat ze die met beide handen aangrijpt (een model moet niet alleen mooi en lang zijn, ze moet tevens gewoon hard werken). Die overige milloenen Indonesiërs dan? Die hebben geen andere keus dan voort te blijven te ploeteren. Het recht op gelijkheid van kansen bevestigt de status quo – immers: je moet wel heel erg lui en hardleers zijn om niet welgesteld te worden – en de uitsluiting – immers solidariteit is alleen aan hen besteed die aantoonbaar willen (dus degenen die zich al aan de armoede hebben weten te ontrekken). Van een morele veroordeling is het nog maar een kleine stap om armen te criminaliseren. Vaak worden armen hier beschouwd als ballast, hun kampungs als doornen in het oog, met als gevolg dat ze vaak gemakkelijk worden weggejaagd. De armen zijn echter te talrijk. Wel of geen millenium doelen, ze ploeteren, ze ploeteren voort.
Roy Voragen woont sinds 2003 in Indonesië, hij doceert filosofie doceert in Bandung aan Parahyangan Universiteit; zijn weblog: http://fatumbrutum.blogspot.com/. Mike Davis Planet of slums is gebaseerd op een essay, zie de website van New Left Review (www.newleftreview.org); onlangs is het boek van John Rawls in het Nederlands verschenen.
