Brief aan Paul de Beer over andere welvaart
Beste Paul,Dat was een mooi, helder en goed beargumenteerd stuk over de vraag hoe we de economische groei en de daaruit voortkomende milieubelasting kunnen stoppen. Toch had ik bij eerste lezing een vaag gevoel dat het te optimistisch was, bijna naïef. Ik heb er even op moeten broeden voor ik dat gevoel kon rationaliseren.
Bij economische groei neemt het welzijn niet toe, dat is het uitgangspunt van je betoog. Daar zou empirisch bewijsmateriaal voor zijn. Je moet al een rotsvast geloof à la Tinbergen in de meetbaarheid van alle dingen op aarde en in de hemel hebben om te denken dat je een zo complexe werkelijkheid (wat is welzijn?) met wetenschappelijke middelen kunt traceren. Bovendien, wat bedoel je precies met die stelling? Economische groei houdt bij een stabiele bevolkingsomvang een stijging van het gemiddelde inkomen in. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat bij een stijgend inkomen het welzijn in het geheel niet toeneemt, als alle andere factoren gelijk blijven. Of de stijging zou plotseling en dramatisch, en daardoor wellicht ontwrichtend moeten zijn. Het is wel heel goed mogelijk dat de meeropbrengsten snel verminderen. Maar in feite blijven de andere factoren natuurlijk niet gelijk, en je kunt dus ook bedoelen: economische groei leidt niet tot een verhoogd welzijn als je alle factoren meerekent die in feite onvermijdelijk meeveranderen.
De vraag is dan wat wij precies moeten inleveren terwille van de groei. De afwezigheid van files, en dan bedoel ik niet alleen files op de snelwegen, zekerheid in verwachtingen voor de toekomst, vrijheid om het eigen werk naar eigen inzicht in te richten, geborgenheid in niet (of niet alleen of primair) economische relaties. Ik geloof dan nog steeds niet dat er een algemene wetmatigheid is dat economische groei (bij een zeker ontwikkelingsniveau) geen toename van het gemiddelde welzijn inhoudt. Maar in Nederland anno 2005 zou dat best waar kunnen zijn.
Een mooie illustratie vormt de discussie over vervroegde uittreding uit de arbeidsmarkt. De mate waarin mensen nu van die mogelijkheid gebruik maken, kunnen we binnenkort niet meer betalen, zo waarschuwen kabinet en werkgevers. Zij bedoelen: we kunnen dat niet meer betalen zonder inkomen in te leveren. Maar zij staan vervolgens geen ogenblik stil bij de vraag waar werknemers meer belang bij hebben: bij een langere periode zonder de druk van betaalde arbeid of bij het handhaven van hun inkomensniveau. Worden we per saldo gelukkiger als we later en rijker met pensioen gaan? Groei is een fetisj.
Stel nu dat economische groei per saldo inderdaad geen toename van gemiddeld welzijn betekent. Daaruit volgt helaas niet dat nulgroei geen afname van gemiddeld welzijn inhoudt. Bij nulgroei zullen sommige mensen er op vooruit gaan en anderen er op achteruit, en alleen al overwegingen van marginaal nut vertellen ons dat de afname zwaarder zal wegen dan de toename. Daar bovenop is er een bekend psychologisch mechanisme waardoor we een toegenomen bestedingsvermogen sneller als normaal beschouwen dan een bestedingsvermogen dat afneemt. De competitie om positionele goederen die jij beschrijft kan dat effect versterken. (Leuk dat je op dat prachtige boek van Fred Hirsch uit 1977 wees. Ik moet daar ook steeds aan denken als er in een maatschappelijke sector weer meting van prestaties aan objectieve indicatoren wordt ingevoerd).
En dan heb ik nog een reden voor twijfel. In de afgelopen decennia is het onmiddellijke effect van stagnatie in de groei steeds een afname van de werkgelegenheid geweest, die zich bij terugkeer van de groei maar heel langzaam herstelde. Ik ben geen econoom, dus voor mij is het gissen naar een verklaring. Ik veronderstel dat de autonome technologische ontwikkeling ondernemers altijd uitnodigt arbeid te vervangen door technologie om hetzelfde productieniveau te bereiken. En als de Nederlandse markt stilstaat, zullen ondernemingen geneigd zijn hun activiteiten naar elders te verplaatsen. Wat de verklaring ook moge zijn, het verschijnsel lijkt mij tamelijk evident.
Diezelfde technologische ontwikkeling maakt het vervolgens ook onmogelijk de afname van werkgelegenheid op een spontane manier over alle werknemers te spreiden: de mensen met de geringste expertise, of althans de kortste opleiding (een mooi voorbeeld van een proxy-indicator), vallen het eerste uit de boot. (Als de afnemende werkgelegenheid gespreid zou kunnen worden, zou er eerder van een positieve invloed op het gemiddelde welzijn sprake kunnen zijn. Overigens ook op de arbeidsproductiviteit.) Bij gelijkblijvende groei komen er dus meer werklozen. En dus neemt het gemiddelde welzijn af: er bestaat nu eenmaal een buitengewoon hardnekkige correlatie tussen betaald werk en welzijn.
Als dit allemaal klopt, is de stabiliteit van onze samenleving afhankelijk van economische groei. De vaderlandse geschiedenis sinds het begin van dit millennium lijkt dit te bevestigen. Het probleem is niet alleen, zoals jij stelt, hoe we tot een nulgroei kunnen komen, maar allereerst hoe we dat kunnen doen zonder negatieve gevolgen voor het individuele welzijn en de maatschappelijke stabiliteit.
Ik vrees dan ook dat een massale innerlijke bekering tot postmaterialistische waarden geen goed recept is om nulgroei te bereiken. Die bekering heeft zich in Nederland al in zekere mate voltrokken. Het zal niet helpen de mensen voor te houden dat ze gemiddeld even gelukkig kunnen zijn als hun gemiddelde inkomen gelijk blijft. Ze zullen die boodschap niet vertrouwen, en vermoedelijk hebben ze daar gelijk in.
Van de overheid kunnen we al helemaal niet verwachten dat die de mensen gaat dwingen tot een pas op de plaats. Allereerst al niet omdat staten verwikkeld zijn in een onderlinge competitie waarbij hun status afhangt van hun groeiprestaties, en het is net zo moeilijk om uit zon soort competitie te treden als om een duel te weigeren in een maatschappij die de conventie van het duelleren kent. Maar bovendien zullen dezelfde redenen die mensen, die op zichzelf met hun situatie best tevreden zijn, ertoe bewegen toch naar groei te verlangen, hen ertoe brengen een regering met zon programma meteen naar huis te sturen. Zoals je zegt: groei is verslavend, afkicken niet eenvoudig. Misschien wel onmogelijk.
Daarom zou ik ook de mogelijkheid om de milieubelasting door technologische vernieuwingen te reduceren niet zo snel afschrijven als jij dat doet. Niet omdat ik daar zo optimistisch over ben, maar omdat ik nog minder optimistisch ben over culturele of politieke oplossingen van het probleem. Ik vrees zelfs dat we aan kernenergie moeten denken, van alle bereikbare kwade oplossingen voor het energieprobleem waarschijnlijk toch nog de minst kwade. Het stoort me in de discussie daarover dat er steeds over voor- en nadelen wordt gesproken zonder de balans tussen voor- en nadelen te vergelijken met die van reëel bereikbare alternatieven.
Dit is niet het enige punt waarop de maatschappelijke ontwikkeling zich autonoom voltrekt, zonder rekening te houden met wat de burgers in meerderheid willen: niet zo opgejaagd worden. Zoals bekend hebben we al twintig jaar lang neoliberale regeringen, ongeacht de uitslag van verkiezingen. Hun nog steeds ongebroken vrolijk marktgeloof is bij zoveel flagrante mislukkingen opmerkelijk. Maar uiteindelijk bestaat er gewoon geen alternatief voor het neoliberalisme. Ik vermoed dat een substantiële meerderheid van de Nederlanders zelfs op dit ogenblik nog bereid zou zijn een flink consumptie-offer te brengen als daartegenover de garantie zou staan van goed onderwijs voor hun kinderen en van een fatsoenlijke behandeling als ze ooit in het verpleeghuis terechtkomen. Tenslotte heeft iedereen daar een flinke kans op, en wat heb je er dan nog aan dat je ooit in een iets duurdere auto kon rijden of je vacantie aan een iets exotischer strand kon doorbrengen. Maar anonieme economische krachten maken het onmogelijk aan die collectieve voorkeur tegemoet te komen.
En toch krijgen mensen kinderen.
Hartelijke groet,
Govert den Hartogh
Govert den Hartogh is hoogleraar Ethiek aan de Universiteit van Amsterdam
