Een nieuw Groot Verhaal
'Links heeft behoefte aan een nieuw groot verhaal', stelt de uitgebreide versie van het manifest. De oude grote verhalen zijn varianten op het thema 'vrijheid, gelijkheid en solidariteit'. Herdefiniëren van klassieke idealen is niet voldoende voor deze tijd. Ze wortelen in een niet meer relevant verleden. In emancipatie van burgers in absolutistische staten. In emancipatie van arbeiders in ondernemingen van al te kapitaalkrachtige burgers. In het bij gebrek aan beter tóch weer gebruik maken van een al dan niet gedemocratiseerd staatsapparaat door emancipatie nastrevende groepen. De huidige postkapitalistische maatschappij behoeft een écht nieuw verhaal.Burgers en werknemers behoeven nu emancipatie van bureaucratie, zowel overheidsbureaucratie als die binnen andere grote organisaties. Consumenten en leken behoeven empowerment in hun afhankelijkheid van deskundigen. Niet de staat, maar organiseren op menselijke maat is het daarvoor geëigende middel.
Emancipatie, mondigheid en participatie blijven kernwoorden. De benodigde achterliggende analyse van de huidige samenleving benadrukt echter niet de spanning tussen individu en gemeenschap en tussen culterele diversiteit en collectieve identiteit. Ook dat is beeldspraak die wortelt in datzelfde niet meer relevante verleden. Het kernprobleem van deze tijd is de spanning tussen zelf gecreëerde identiteit en afhankelijkheid van anderen voor het verwoorden en organiseren van wat 'ik' wil en nodig heb.
Dat kernprobleem kan teruggeprojecteerd worden in de tijd. Ook het leiderschap van absolute vorsten en eigenaar-ondernemers berustte op het voor anderen verwoorden en organiseren wat ze nodig hadden én op de behoefte van die anderen daaraan. Terugprojecteren in de tijd van actuele emancipatie-behoeften is een kenmerk van elk 'groot verhaal'. Om voldoende mensen te motiveren tot ander gedrag, moet een 'groot verhaal' aangrijpen op de gedeelde aspecten van hun identiteit. Een 'groot verhaal' herinterpreteert de geschiedenis, de gezamenlijke wortels van onze identiteit.
Homo sapiens is het dier dat meent te weten wat het nodig heeft, omdat het dat meestal verwart met wat het wil. De basis van een samenleving is de manier waarop we organiseren dat mensen krijgen wat ze nodig menen te hebben. Of wat wij menen dat ze nodig hebben. Oftewel in veel gevallen de manier waarop we organiseren dat in elk geval 'wij' aan onze trekken komen. Kenmerkend voor een samenleving zijn de impliciete en expliciete definities van 'wij' en 'zij'. De samenhang van een samenleving berust voor een belangrijk deel op een expliciete spanning tussen 'wij' en externe 'zij-s' die impliciete spanningen tussen interne 'wij-s' en 'zij-s' verhult. Een kwestie van identiteit. Wie ben ik, waar hoor ik bij en wie bepaalt dat? 'De Nederlander' ontstond uit de gezamenlijke strijd tegen Spaans-katholieke overheersing en definieerde zich daarom als religieus tolerant, zo gaat het verhaal. Ondertussen kregen handelaar-regenten de macht en werden Joden wel degelijk gediscrimineerd en waren Katholieken op schuilkerken aangewezen. 'De Nederlander' herdefiniëerde zich aan de hand van Het Verzet én het Europese project, als 'goed' tegenover 'fout' én als niet-nationalistisch. Er waren ook 'goede Duitsers'. Ondertussen groeiden de bureaucratieën.
Identiteit, geen productieverhoudingen. Rolpatronen, geen klassentegenstellingen. Dat is de basis van het nieuwe grote verhaal voor links.
Elke samenleving gebruikt -in verschillende verhoudingen- vier
organisatieprincipes:
1) 'natuurlijke orde'
Mannen zijn sterker dan vrouwen, ouderen zijn wijzer dan jongeren. Sommige mensen zijn meer begiftigd door de goden dan anderen en 'ons ras' is nu eenmaal superieur.
2) dwang
Van struikrovers en maffia tot rechtsdwang, politiegeweld en multinationale vredesoperaties.
3) afhankelijkheid
Proletariërs en landlozen zijn afhankelijk van kapitaal- en landbezitters voor productiemiddelen. Consumenten zijn afhankelijk van producenten voor hun eerste levensbehoeften én voor producten en diensten die 'in' zijn, de dingen die je moet hebben of gedaan moet hebben om 'mee te tellen'. Kleine producenten zijn afhankelijk van grote afnemers.
4) overtuiging
Vrijwillige associatie, waarin iedereen contributie betaalt om de begaafdste communicatoren vrij te stellen voor ledenwerving. Democratisch gekozen volksvertegenwoordiging. Bekende Nederlanders wier levensstijl en meningen nagevolgd worden.
Samenleven begint met samenwerken aan wat we menen nodig te hebben. Samenwerking moet georganiseerd worden. Samenwerken betekend taken verdelen en je specialiseren in waar je goed in bent. Elk van de organisatieprincipes aan de hand waarvan taken verdeeld worden is een Januskop. Enerzijds maakt het realisatie van gedeelde wensen mogelijk. Anderzijds leidt het tot ongelijke verdeling van het product van die samenwerking. Wie samenwerking voor anderen organiseert, is tenslotte in de beste positie om de verdeling van de resultaten naar eigen hand te zetten. Maar al te vaak eigenen leiders zich een groter deel van het resultaat van die samenwerking toe dan overeenkomt met hun geleverde inspanning.
Vrijwel geen enkele maatschappelijke institutie berust op slechts één organisatieprincipe. Het is tegenwoordig in de (rechts-liberale) mode om de staat slechts als dwang-apparaat te beschrijven. Historisch gezien wordt de staat daar natuurlijk ook door gekenmerkt. De basis van onze rechtsorde is het staatsmonopolie op dwang. Overheidsdwang doorbreekt prisoners dilemma's en free riders gedrag. Dat vergroot de mogelijkheden om te realiseren wat we gezamenlijk nodig menen te hebben. Als staatsdienaar kun je je echter ook meer toeëigenen dan je toekomt. Dat heet 'corruptie'. Staten benutten echter ook al heel lang het marktmechanisme om maatschappelijke samenwerking te financieren en te sturen. Tol, accijns, BTW, import- en exportheffingen, berusten allen zowél op dwang als op de afhankelijkheid van bepaalde goederen en diensten. Onze waardering voor 'staatslieden', in onderscheid van gewone politici, berust op hun persoonlijke overtuigingskracht. De moderne staat berust minstens zozeer op overtuiging als op dwang. Van 'Postbus 51' tot 'Hou Nederland schoon' campagnes. Politiek stuurt in onze televisie-democratie de meningsvorming méér door vermaak te bieden dan met constructief debat tussen vertegenwoordigers van belangengroepen. Om maar te zwijgen over de betrekkelijke waarde die we nog hechten aan 'stemmen tellen'. Iedereen realiseert zich hoezeer de uitslag daaarvan gestuurd kan worden en afhangt van toevalligheden.
Macht is een verder ontwikkeld organisatieprincipe dan vermeende natuurlijke orde. Het is in zekere zin 'beter'. Dwang kun je ter discussie stellen, 'natuurlijke orde' niet. De keuze om samenwerking te organiseren met behulp van een bepaalde 'natuurlijke orde' wél. In de loop van de menselijke geschiedenis zijn dus ook bepaalde organisatorische taken verschoven van 'natuurlijke leiders' naar mensen die beschikken over dwangmiddelen. De taak om een samenleving te verdedigen tegen externe vijanden, bijvoorbeeld. Die ging van de meest ervaren jagers en van jonge mannen in de kracht van hun leven naar ridders met speciaal getrainde paarden en kastelen en naar leiders die op welke manier dan ook een bepaalde plek controleerden waar ze tol konden heffen waarmee ze getrainde soldaten konden betalen.
Nóg verder ontwikkeld is afhankelijkheid. Dat is bijvoorbeeld kenmerkend voor het organiserend vermogen van marktrelaties. Een marktpartij die als vrager respectievelijk aanbieder anderen van zich afhankelijk weet of maakt, kan door wat hij vraagt respectievelijk aanbiedt deels bepalen wat zij menen nodig te hebben én dat ze dat krijgen. Het is verder ontwikkeld, omdat meer mensen op die manier (binnen gemiddeld beperktere kring) samenwerking kunnen organiseren. Ondernemerschap democratiseert, voorzover ondernemingen niet bureaucratiseren althans. Het is geschikter voor een samenleving waarin meer mensen zelf weten wat ze willen en nodig denken te hebben.
Overtuiging is het verst ontwikkelde organisatieprincipe. Je hebt er geen dwangmiddelen voor nodig en geen kapitaal. Iedereen kan op een eigen terrein een bepaald soort overtuigingskracht, 'deskundigheid', ontwikkelen.
Emancipatie, mondigheid en participatie zijn gebaat bij verschuiving van taken van 'natuurlijke leiders', via leiders met dwangmiddelen, via ondernemers naar 'deskundigen'. Én bij 'nieuw engagement' in de beschrijving van Karen Vintges gekenmerkt door 'ethisch-spirituele zelfcreatie' en 'doe-het-zelf activisme'. *)
Politiek is het samen vormgeven aan de toekomst van een samenleving als geheel. Door te bepalen welk organisatieprincipe en welke concrete institutie we gebruiken om welke wensen te realiseren, dus. Links onderscheidt zich van rechts door het nastreven van de beschreven verschuiving van 'natuurlijke orde', via dwang en afhankelijkheid, naar overtuiging. Links is op een nieuwe manier geëngageerd.
Wim Nusselder is ontwikkelingseconoom en werkt als financieel administrateur in vooral de non-profit sector
