De nieuwe vaderlijkheid
En toch ben ik geen socialist.Wat ben je dan wel?
Ik ben een anarcho-fascist. Ik ben tegen mensen die macht hebben, maar voor orde. Zon partij bestaat alleen niet.
Maarten Koning over zijn politieke voorkeur in Het Bureau, deel 2 (1971)
1.
Nederland heeft zin in iets hartigs. Noem het tucht, orde, beschaving, gezag. De sukkels en dwarsliggers in deze maatschappij moeten eindelijk weer te horen krijgen hoe het hoort, en voelen hoe het niet hoort. We vinden het steeds vanzelfsprekender dat achterblijvers zelf verantwoordelijk zijn voor hun falen, en we menen dat het wijzen op die verantwoordelijkheid de remedie is tegen sociale ellende. Dit 'eigen verantwoordelijkheids'-verhaal gaat in toenemende mate vergezeld van een scherp oordeel over wat in het leven deugt en wat niet. Eerst maar eens een paar actuele voorbeelden.
In Rotterdam vindt het bestuur dat je Nederlands moet praten, waar je ook bent. In de Rotterdamcode (te lezen via www.rotterdam.nl) staat: 'Nederlands is de gemeenschappelijke taal van Rotterdam. In het openbaar spreken we Nederlands – op school, op het werk, op straat en in het buurthuis.' En ook: 'Wij voeden onze kinderen grotendeels in het Nederlands op, zodat zij volop kansen hebben in de samenleving.' Geen advies om het Nederlands te beheersen, maar een onversneden opvatting over wat het beste is voor de gewone man. Ook de rest van de Rotterdamcode is zo sturend van aard: het mot zo, en niet zo, anders gaat het mis met jou.
Ander recent voorbeeld. De minister van Volksgezondheid wil jongeren onder de 18 verbieden alcohol te kopen. Ook dat komt niet uit de lucht vallen. De Nederlandse kids zuipen zich in toenemende mate te barsten. 22% van de jeugd tussen 16 en 24 is volgens de huidige definitie 'probleemdrinker'. Ze staan volgens onderzoeken van het NIGZ in Europa ook op de 2e plaats waar het om bingedrinking gaat, het uit Engeland overgewaaide fenomeen van je in rap tempo eenvoudigweg vol laten lopen tot je echt niet meer kunt. Hoogervorst wil hier iets aan doen. Geen voorlichting, geen reclamecampagnes, maar verbieden om voor je 18e drank te verkopen. Zelf zei de VVD er (op 23 januari, speech te lezen op www.horeca.org): Ik ben van nature ook niet voor betutteling. Maar helaas is het zo dat er onvoldoende maatschappelijke tegenkrachten zijn tegen de eerder genoemde typen excessen. Dan zal toch de overheid voor een aantal duidelijke spelregels moeten zorgen. Daar hebben de ouders dringend behoefte aan.
Derde voorbeeld, nog altijd van de afgelopen maand. Er zijn in Nederland 40.000 jongeren die gelden als zo kansarm dat alleen disciplinering volgens militaire snit kan helpen. Dat stelt de taskforce jeugdwerkeloosheid onder voorzitterschap van MKB-man Hans de Boer. Ze moeten grootschalig worden aangepakt en ondergebracht in prep camps, lees: kazernes. Hun gebrek aan discipline maar ook aan sociaal gedrag is zo groot dat dit volgens De Boer alleen via militaire aanpak gecorrigeerd kan worden. (Na te lezen in factsheet van de taskforce op http://docs.minszw.nl/pdf//188/2006/188_2006_11_562.pdf).
Dit rijtje kan makkelijk worden uitgebreid met de meeste plannen en uitlatingen van Vreemdelingen- en Integratieminister Rita Verdonk. Of met de Kamerbrede pleidooien voor gedwongen opvoedingsondersteuning aan zwakke gezinnen. Maar je kunt ook de recente nota van GroenLinks Vrijheid eerlijk delen erbij nemen, bedoeld als eerste uitwerking van de vrijzinnige, linksliberale koers van de partij. 'Wij willen geen paternalisme of kostwinnersdenken maar emancipatie, geen disciplinering maar vrijmaking,' heet het in de inleiding. Maar tegelijkertijd laat Vrijheid eerlijk delen er geen misverstand over bestaan dat werk (betaald of onbetaald) van zo wezenlijk belang voor mens en maatschappij is dat je mensen er toe moet dwingen. 'Inspanning is verplicht.'
2.
Deze voorbeelden zijn te vangen met het woord dat de bovengenoemde politici en partijen alleen in de mond nemen om te ontkennen dat ze er vóór zijn: paternalisme. (Alleen PvdA-Kamerlid Jeroen Dijsselbloem gaf onlangs in Trouw te kennen de titel niet af te wijzen.) 'Lekker jezelf zijn', de VVD-leus uit de jaren tachtig werkt niet meer. Kinderen die te veel drinken vinden dat ze lekker zichzelf zijn. De overheid zegt nu - of moet althans volgens de politiek zeggen: wij vinden dat dit goed voor jou (niet: u) is. Geen vrijheid, gelijkheid of broederschap, maar: onze normen, niet de jouwe. Jouw gedrag moet anders, niet alleen omdat de overheid er last van heeft, niet alleen omdat de buurt er last van heeft, maar ook omdat jouw leven er onder leidt. Je hebt minder kans op een baan, minder kans op een gezond leven, kortom minder kans op geluk als je niet luistert. En omdat geluk het hoogste goed is, mag je met harde hand tot luisteren gebracht worden.
Paternalisme duikt op zodra de maatschappelijke onrust toeneemt. In Engeland kwam het paternalisme in de eerste helft van de negentiende eeuw op als alternatief voor het pas ontstane marktliberalisme, dat het leven van arbeiders en lokale gemeenschappen danig ontwrichtte. Daar diende de overheid een paternalistische rol te spelen. Paternalisme in Nederland verwees traditiegetrouw vooral naar het maatschappelijk middenveld. Neem het (meestal katholieke) vaderlijke optreden van werkgevers uit de tweede helft van de 19e eeuw; zij probeerden hun arbeiders een beetje op het rechte spoor te houden. Als ze die lui hun gang lieten gaan, zopen ze hun loon maar op en, wat erger was, dan konden ze ook wel eens socialist worden. Dus deden werkgevers hun best om ook buiten de fabriek het leven van de arbeiders een beetje op orde te houden, met huizenwijken, sportclubs, huishoudcursussen en alles wat hen wel bezig hield, maar hen tot ergernis van 'links' niet bewust maakte van hun onderdrukte toestand.
Die linkse afkeer van betutteling, mensen met de beste bedoelingen onmondig houden, beleefde een hoogtepunt in de jaren zestig van de vorige eeuw. Vanaf dat moment moest iedereen zich naar eigen inzicht kunnen ontplooien. In de decennia daarna werd die afkeer van betutteling gelegitimeerd door bezuinigingen op de overheid (jaren tachtig) en door verzet tegen alles wat leek op bureaucratisering (jaren negentig). Het lag al met al niet meer voor de hand dat de overheid zich met mensen bemoeide. Niet alleen omdat het niet meer mocht, ook omdat het gewoon niet meer lukte. De sociaal werkers die het zouden moeten doen stonden inmiddels in alle opzichten op te grote afstand van de mensen.
In reactie hierop brachten Jos van der Lans en Paul Kuypers in 1994 een pamflet uit. Naar een modern paternalisme heette dat boze boek uit 1994, gericht tegen alle sociaal werkers die het lef niet meer hadden om in te grijpen bij mensen die duidelijk een rotzooi van hun leven maakten. Het meest aangehaalde citaat van dit vlotschrift maakt volgens de auteurs meteen duidelijk waar het om gaat. Wij pleiten voor een professionele invulling van een gegeven dat wij tot de kern van de Nederlandse verzorgingsstaat blijven rekenen - het uitgangspunt dat niemand aan zijn lot wordt overgelaten. En dat betekent inderdaad bemoeien, opzoeken, meegaan, aanbellen, regelen en sturen en niet (professioneel) wachten tot het te laat is. Dat is een houding die al snel versleten zal worden als een nieuw soort paternalisme - het zij zo. Het is het soort paternalisme waar het in onze ogen het afgelopen decennium te zeer aan heeft ontbroken. Elke vorm van zorg heeft iets van paternalisme - en zolang als het niet die morele beladenheid krijgt uit de jaren vijftig of de politieke drammerigheid van de jaren zeventig zien wij niet in wat er fout aan is.
In de jaren negentig, in 'paarse tijden', viel dat niet zo goed. De liberale geest was op dat moment zo dominant dat zelfs het wetenschappelijk bureau van de VVD van de weeromstuit – en tevergeefs - pleitte voor moraliserende politici, in Tussen vrijblijvendheid en paternalisme. Vrijheid, blijheid was in de jaren negentig het credo, ook voor de Tokkies en andere lastpakken. Dat nam niet weg dat zich onder hulpverleners in relatieve stilte de 'bemoeizorg' ontwikkelde waar onder meer Van der Lans en Kuypers om vroegen. Maar betutteling bleef een uitermate negatief begrip. Wie aankwam met ideeën voor werkkampen voor de lastige jeugd, zoals toenmalig premier Ruud Lubbers deed, werd weggehoond. Bevoogding, zeker de gemiddelde linkse politicus was nergens banger voor.
3.
Inmiddels neemt het verwijt betuttelend te zijn sterk in kracht af. Oppervlakkig onderzoek van de digitale archieven van de Volkskrant en NRC Handelsblad over de periode 1997-2005 leert twee dingen. Een: dat het woord 'paternalisme' inderdaad bijna alleen valt in negatieve zin of in een context waarin iemand ontkent dat hij of zij daar voor pleit. Twee: dat het aantal stukken (redactioneel, opinie, interview, ingezonden brief) waarin dit gebeurt afneemt. Sterker, het valt sinds kort ook weer in positieve zin. De Amerikaanse econoom Jeremy Rifkin veronderstelt dat juist die zo veroordeelde traditie hier meer gezamenlijkheid in stand heeft gehouden dan in de Verenigde Staten. 'In Europa zijn de reformatie en de verlichting in hun meest pure vorm nooit helemaal geaccepteerd. Jullie hadden een oudere traditie: het paternalisme van de katholieke kerk en dat van de feodale samenleving. Daarom overheerste bij ons het individualistische ethos, het marktkapitalisme. Jullie kregen de sociale economie.' (NRC Handelsblad 12.3.05). En in de economie maakt tegenwoordig het 'libertair paternalisme' school. Het is dan een alternatief voor keuzevrijheid als sturingsmechanisme in bijvoorbeeld verzekeringen, dat als doel heeft de keuzes van mensen te sturen in richtingen die hun welvaart vergroten.
Maar het is vandaag de dag juist het overheidspaternalisme dat opleeft, geen ondernemers- of arbeiderspaternalisme. Bestuurders, politici en commentatoren rennen de afgelopen jaren hand in hand rond op zoek naar 'wat bindt'. Multiculturalisme, marktliberalisme en verzorgingsstaat kraken in hun voegen. Alternatieven zijn er amper. Dat is niet nieuw, maar anders dan tien jaar geleden is het gevoel sterker dat ze wel nodig zijn. Columnist Frits Abrahams onderstreepte die leegte onwillekeurig. Als remedie tegen autoritaire doordravers als Geert Wilders en Rita Verdonk ziet hij 'ouderwetse regenten', mannen als Hans Wiegel en Piet Hein Donner. Het zijn onzekere tijden en dan is paternalisme gelegitimeerd. Staatspaternalisme is ook terug te vinden buiten het sociaal beleid. Op het terrein van de gezondheidszorg bijvoorbeeld, waar de drang om Bewust Ongezonde Burgers op te laten draaien voor de kosten van hun dom gedrag sterk toeneemt. Of neem de aanhoudende roep om (herstel van) de canon in de cultuur. (Zonder deze boeken kun je niet behoorlijk meedoen.)
Feit is dat de 'bemoeizorg' jegens tienduizenden 'zorgwekkende zorgmijders' waar Van der Lans en Kuypers om vroegen, weinig omstreden meer is. Maar de afgelopen maand was ook zichtbaar dat de voorstellen voor werkkampen voor jongeren tegenwoordig welwillend worden aangehoord. In het jongste nummer van Socialisme & Democratie constateert de hoogleraar politicologie Maarten Hajer dat hij tot zijn eigen verwondering eigenlijk ook voor 'fatsoen' is – een centraal begrip uit beginselprogramma van zijn PvdA waar hij eerst veel vraagtekens bij had. En vervolgens laat hij zien wat hij onder fatsoen verstaat: een overheid die kwetsbare burgers niet in de problemen brengt door ingewikkelde dienstverlening in de schoot van de burger te leggen, maar die bevoogdend durft op te treden voor wie niet in staat is kinderopvang of ziektenkostenverzekering zelf goed te regelen. Het is daarom niet overdreven om te stellen dat het modern paternalisme hier een mainstream opvatting is geworden. Sterker, de Engelse psychiater Theodore Dalrymple, in eigen land en de rest van Europa genegeerd met zijn pleidooi om 'de onderklasse' met harde hand bij de les te roepen, wordt in Nederland net zo doodgeknuffeld als voorheen de door hem verfoeide, werkschuwe losers.
4.
Het recente paternalisme valt al met al te onderscheiden in drie varianten.
1. Gimme fifty. Vijftig keer opdrukken als favoriete manier van de Hollywoodsergeant om zijn recruten te disciplineren. Hierbij eist de overheid van burgers dat ze zich schikken naar de dominante norm ('Je moet doen zoals wij'.) Als ze dat niet doen, moeten die burgers ook niet zeuren dat het ze niet goed gaat. Het is je eigen verantwoordelijkheid om je aan te passen, heet het dan. Deze disciplineringsvariant is erg populair in het dagelijks politiek taalgebruik, maar de resultaten in het beleid zijn op zijn best wisselend. Het motief dat bestuurders en politici in dit geval over de drempel helpt om paternalistisch op te treden, is de drang om nette burgers het gevoel te geven dat ze niet voor niks netjes zijn. De slaagkansen van disciplinering zijn niet groot. Sinds Rita Verdonk ruige taal uitslaat over taal- en inburgeringscursussen is het nog niet beter op gegaan met de inburgering van migranten. Dwingend optreden met een beloning in het vooruitzicht kan helpen. Zo werpt de herziening van de bijstand ('van bijstand naar werk') wel wat resultaat af. Maar alle mooie woorden ten spijt kan niemand ontkennen dat de bestanden worden afgeroomd, zoals dat in het jargon heet: de goeden gaan inderdaad aan het werk, de slechten blijven achter. Tussen de 10 en 20% van de mensen die eerst in een traject komt, krijgt en houdt een baan. Zij zijn geholpen. Voor de rest van de groep geldt echter dat ze nadrukkelijker te kijk staan als onwillig. Disciplinering helpt de luie potentials, ten koste van de onkundigen en kansarmen.
2. Dit doet mij meer pijn dan jou. De overheid eist van burgers dat ze zich fatsoenlijk en verantwoordelijk gedragen en probeert actief te verhinderen dat ze zich onfatsoenlijk of onverantwoordelijk gedragen ('We laten je zo vrij mogelijk, maar je moet verstandig doen.') Dit doet het al jaren goed in het verkeer, denk aan de autogordels. Maar ook in de gezondheidszorg (anti-rookbeleid, anti-alcoholbeleid, anti-vet eten) en in het beheer van de openbare ruimte (straatetiquettes, afspraken in zwembaden) is de bevoogdingsvariant van het recente paternalisme duidelijk en niet zonder succes in opkomst. Het motief dat politici hier helpt om over hun schroom voor paternalisme heen te stappen is: de behoefte om een einde te maken aan politieke en maatschappelijke relativering van dom, hinderlijk en kostbaar gedrag. Je zou dit ook 'de nieuwe vaderlijkheid' kunnen noemen en de eerste geloofwaardige tegenstander hiervan zit nu nog in de creche. Bevoogding snijdt door sociaal-economisch onderscheid heen.
3. Huup huup, Barbatruc! is de overtreffende trap van de eerste Gimme fifty-variant. De overheid eist van burgers dat ze ophouden overlast te bezorgen en als ze dat niet doen worden ze uit het straatbeeld gemanoeuvreerd of zelfs afgevoerd ('gedeporteerd'). Het illusionisme van Huup huup, Barbatruc! is terug van weggeweest, maar aanhoudende successen zijn niet bekend. Van de populaire autoritaire aanpak van criminele jongeren in Glen Mills-achtige scholen weten we nog niet of deze het ook beter doet dan de reguliere vormen van opvang. Ze zijn wel uit beeld, maar worden ze ook tevreden mensen? Een redelijk deel van de jongeren vervalt weer in criminaliteit zodra ze uit het straffe regime zijn. Voor hen is een tijdje lang extra hard toegesproken worden niet zinvol. Er zijn wel veel waterbedeffecten bekend: lastpakken en daklozen die uit de stad worden weggejaagd duiken elders op. Achter deze aanpak schuilt grote politieke vermoeidheid over maatschappelijke problemen: leuker willen we het niet maken, wel harder. Daarmee zeggen politici zelden meer dan: wij weten het ook niet meer.
5.
Wat is er precies tegen bevoogding of die 'nieuwe vaderlijkheid'? Zou de prikpil niet verplicht moeten zijn op het Vmbo? Als meisjes van veertien of vijftien echt een kind willen, moeten ze zich eerst maar melden. Beloning: een diploma en een jeugd zonder geblèr aan je kop. Dat zijn allebei mooie dingen die we niet weg moeten relativeren. Zouden we niet eens moeten stellen dat autorijden niet meer in je eentje mag? Als rijken zich vervolgens kunnen veroorloven om een eigen passagier in te huren – prima. De rest gaat maar nadenken hoe ze het oplost. Beloning: meer vrije tijd, meer frisse lucht en goedkoop openbaar vervoer. Of denk aan de fiscale boete voor vrouwen die na een studie onderduiken in het huishouden. Dat de overheid opvoedt waar de burger het even niet meer weet – het is toch flauwekul om dan meteen de laarzen te horen stampen? Noem het cultuurpolitiek of overdracht van waarden, wanneer je de schijn van normatief sturen zo lang mogelijk wilt uitstellen.
De opleving van paternalisme in onzekere tijden is een voorspelbaar verschijnsel. Deze ontwikkeling is niet 'het einde van de dialoog in de samenleving', of iets anders dramatisch. CAOs worden niet afgeschaft. Amsterdam streeft nog altijd naar uitbreiding van de experimenten met gratis heroïneverstrekking. Uiterst actuele beleidsnotas staan nog altijd bol van de steekwoorden maatwerk, keuzevrijheid en vraagsturing. En hoewel het succes niet is bewezen, is de interesse van ouders, scholen, leerlingen en leerkrachten in het 'nieuwe leren', dat in alles antipatriarchaal is, groot. De kunst is eerder nog eens goed af te bakenen wanneer en hoe je in deze sterk geëmancipeerde maatschappij het leven van anderen mag en kunt sturen; hoe de anarcho-fascist die in ons allen schuilt te bevoogden.
