Waar is het straatrumoer in Waterland?
Deze reactie is op de korte versie van jullie manifest. De lange had ik gedownload en hij kwam dan ook in een prachtige combinatie van geheimzinnige letters en cijfers in mijn computer terecht. Bovendien vind ik de korte ook wel weer lang genoeg, en met genoeg aanknopingspunten voor positief en minder positief commentaar.In elk geval goed dat er weer een platform is voor linkse theorievorming. In de jaren 90 was ik medewerker van het GroenLinks Magazine, en het viel me op dat niemand geïnteresseerd was in controversiële meningen. Ik kon schrijven over sociobiologie, over de grenzen van het onderwijs, over een ondernemer die superwinsten maakte door zijn werknemers overal over te laten meebeslissen - ik kreeg niet eens boze brieven. Alleen als ik kritisch over positieve actie schreef kwam er snel daarna een positief stuk over positieve actie, zonder dat overigens op mijn stuk werd ingegaan. Ook GroenLinks was, hoewel het bijna overal buiten de macht stond, in de ban van het polderen, en diep doordenken was daarbij maar een stoorzender.
Grenzen actueel
Het beste en tevens radicaalste in het manifest vind ik het grenzen-aan-de-groei-uitgangspunt. Gelukkig wordt dit soort ideeën weer actueel, helaas is de aanleiding ertoe alarmerend: 13.000 doden per jaar door luchtvervuiling (in mijn oorspronkelijke tekst stond vijfduizend, maar de Telegraaf van dit weekend hielp mij uit de droom) en een veel heviger en ingrijpender broeikaseffect dan tot nu toe verwacht.
Radicaal is dit grenzen-uitgangspunt waar het terecht opmerkt dat steeds meer rijkdom niet tot meer geluk leidt. F. Hirsch heeft hier al in de jaren 70 een interessant boek over geschreven, Social limits to growth, verplichte kost voor elk doordenkend links persoon, waarin overigens ook de grenzen van steeds meer onderwijs aan de orde komen. Ook de geluksprofessor Ruut Veenhoven zegt interessante dingen over het verband tussen welvaart en geluk, al zijn zijn betogen helaas vaak wat droog.
Links uitgangspunt
Op de rest van het Waterlandmanifest heb ik nogal wat kritiek. Het goeie daarvan is natuurlijk dat uit een dergelijke tweespraak, of meerspraak, een interessant(er) links gedachtegoed kan groeien. Misschien zijn jullie veel meer met mij eens dan ik denk en val ik jullie te hard; maar dan heeft mijn verhaal mogelijk toch als voordeel dat het manifest scherper en eenduidiger geformuleerd kan worden. Ik zal het manifest zoveel mogelijk van voor naar achter bespreken.
Om te beginnen staan er in de aanvang van het stuk een stel gemeenplaatsen, die je al hoort zolang als links bestaat. Oude linkse antwoorden op de problemen van vandaag voldoen niet meer. Links moet zijn klassieke idealen van vrijheid, gelijkheid en solidariteit opnieuw definiëren. Volgens mij is er één linkse constatering die alleen maar sterker van kracht is dan dertig of vijftig jaar geleden: de vrije markt biedt geen oplossingen voor inkomensverdeling, milieu, arbeidsomstandigheden, sociale voorzieningen, cultuur of ontwikkeling, en aan zichzelf overgelaten veroorzaakt zij rampen. Zelfs de Wereldbank erkende een paar jaar terug dat de wereldwijde liberalisatie twee miljard (!) slachtoffers had gemaakt. Dat linkse mensen het er niet over eens zijn hóe moet worden ingegrepen is lastig, maar evenmin een argument tégen het linkse uitgangspunt als het een argument tegen de evolutietheorie is dat niemand het erover eens is hoe die evolutie heeft plaatsgevonden.
De opkomst bij de FNV-demonstratie van afgelopen herfst laat zien dat er nog volop sympathie is voor de sociaal-economische kant van het linkse denken. Nog duidelijker blijkt dit uit een recent rapport van het RIVM: Nederlanders zijn de prestatiemaatschappij zat. Het lijkt erop, dat alleen (al dan niet vermeende) problemen met veiligheid en migratie rechts nog in het zadel houden.
GroenLinks en de PvdA worden bovendien achtervolgd door een CDA-achtig gemeenschapsdenken; bij GroenLinks, wat voor kritiek ik verder ook op die partij heb, herken ik dit in elk geval totaal niet. Het lijkt me dat jullie hier de boel dik aanzetten, om jullie alternatief des te helderder te laten uitkomen.
Mensbeeld durven hebben
De duistere zelfkant en perverse effecten: graaigedrag t/m zinloze gewelddadigheid zijn vooral opgekomen onder de kabinetten-Lubbers en Paars, de tijd van het steeds verder doorschietende kapitalisme dus. Met onbedoelde gevolgen van links beleid heeft dat niks te maken. Links heeft de laatste twintig jaar juist veel te weinig aan een mensbeeld gedaan en alles maar in het midden gelaten. Nu komt die Burkeclub met zijn niet-tot-enig-goed-in-staat-en-geneigd-tot-alle-kwaadverhalen en nu zal links wel met een antwoord moeten komen.
Het boek Van nature goed van de etholoog Frans de Waal maakt duidelijk, dat altruïstisch gedrag en gevoelens ouder zijn dan de mensheid. De Waal pleit bij het bevorderen van het goede voor een socio-biologisch-dynamische aanpak: niet bovenal het kwaad, dat er zeker ook is, willen uitroeien, maar de gewenste eigenschappen die er al zijn cultiveren en aanmoedigen.
In tegenstelling tot veel teleurgestelde en cynische linksen die nergens meer van durven dromen, ben ik altijd zeer geïnteresseerd in mensen die nieuwe dingen in opvoeding en onderwijs uitproberen. Kinderen in de klas leren elkaar te masseren bijvoorbeeld, waardoor het geweld op school tot een minimum afneemt. In een New Age blad als Educare staat veel onzin, maar ook veel behartenswaardigs voor mensen die over normen en waarden en hun overdracht nadenken.
Gemeenschap en overheid
In de tweede helft van bladzij 2 van het korte manifest wordt een paar keer de gemeenschap genoemd als m.i. de overheid bedoeld wordt. Maar dit zijn twee heel verschillende grootheden: de gemeenschap kent ongeschreven, op informele wijze veranderende wetten waar je je niet persé aan hoeft te houden maar waar je je ook niet zomaar aan kunt onttrekken. Deels minder dwingend, deels benauwender dan de eenduidige geschreven wetten van de overheid. Een (sociaal-)liberaal zal waarschijnlijk de voorkeur geven aan de overheid, maar het is de vraag of hij helemaal buiten een gemeenschap kan; voor de gezelligheid bijvoorbeeld, en voor informele wederzijdse hulpnetwerken. Een links gemeenschapsbeleid, dat zou een interessant onderwerp zijn: hoe brengen we de mensen tot elkaar, of maken we het ze makkelijker om tot elkaar te komen, zonder ze hun vrijheid te ontnemen?
De belangrijkste vrijheid
Bij het stukje over eigen verantwoordelijkheid gaan jullie flink de fout in, verspelen jullie de kans om je van je meest vrijzinnig-linkse kans te laten zien.
Niet de verzorgingsstaat schept afhankelijkheid, apathie en claimgedrag, maar het banentekort. Claimgedrag is trouwens nog maar de vraag: de gemeente Groningen heeft ooit een Stadjerspas ingevoerd omdat het Minimafonds nooit opkwam; er werd te weinig gebruik van gemaakt. Ook hebben ook veel mensen zonder baan jarenlang creatiever en avontuurlijker geleefd dan veel loonslaven; ik ben bang dat dat tegenwoordig met de bezuinigingen en het opjagen van werklozen niet meer mogelijk is. De automatisering heeft mogelijk gemaakt dat mensen steeds minder hoeven te werken; sommige hebben hun zee aan vrije tijd schitterend ingevuld, andere rampzalig; nu zou alleen de vrije tijd nog beter verdeeld moeten worden.
Het woord zelfredzaamheid wordt hier wel erg abstract en, naar ik vrees, maatschappijbevestigend gebruikt. Is iemand die betaald wordt om mensen onder het eten telefonisch te storen met reclame voor producten waar ze niet op zitten te wachten zelfredzaam en is iemand die met een uitkering een kinderclub draait, milieu-acties voert en in een band speelt niet zelfredzaam? Renate Rubinstein zag dit als de belangrijkste vrijheid: de vrijheid om voor veel vrije tijd en weinig consumptiegoederen te kiezen.
Interessante kritiek op aspecten van de verzorgingsstaat als onderwijs, gezondheidszorg, welzijn etc. is wel te vinden in het werk van Hans Achterhuis, Pieter Vroon, Abram de Swaan, Geert de Vries. Deze schrijvers komen nooit met de klacht dat het allemaal teveel belastingcenten kost, maar met een gedegen inhoudelijk verhaal. Zij laten zien dat verzorgingsarrangementen soms te bureaucratisch zijn, soms contraproductief werken, soms meer macht naar zich toetrekken dan gewenst is.
Doenlijk?
Links kapitalisme is natuurlijk helemaal niet zon nieuw en spectaculair idee als jullie suggereren. Eigenlijk heeft de afgelopen dertig jaar van de parlementair-linkse partijen alleen de PSP wel eens voor iets anders gepleit, en de laatste vijf jaar van haar bestaan ook nauwelijks meer. Links kapitalisme klinkt natuurlijk ook veel aantrekkelijker dan staatssocialisme, maar is het doenlijk? Heeft kapitalisme niet altijd stijgende rente, en dus groeiende productie nodig? Heeft het kapitalisme zich de laatste kwart eeuw niet laten kennen als een gulzig systeem dat alles aan zich ondergeschikt maakte, ook met sociaal-democraten in de regering? Eén probleem zit hem m.i. in de met elkaar concurrerende nationale en regionale economieën, meer nog dan in de concurrentie tussen bedrijven. Overheden tonen zich voortdurend voorstander van een socialer beleid, maar nu even niet want de concurrentiepositie en vooral de plaatselijke werkgelegenheid is in gevaar.
Een mooi boek dat de uitgangspunten van de klassieke economie bekritiseert is geschreven door een meneer Ormerod en vertaald uitgegeven bij Van Gennep: Economen hebben geen idee. Hij laat o.a. op vermakelijke wijze zien, dat sommige klassieke rekenmodellen helemaal niets met de werkelijkheid te maken hebben. Ook wijst hij erop, dat mensen zich in de praktijk heel anders gedragen dan de nutsmaximaliserende individuen van het liberalisme.
Nogmaals mijn complimenten voor jullie kritiek op het groeidenken.
Gelijke monniken
Het stuk over het multiculturalisme is wat mij betreft deels te abstract, deels teveel denken vóór de ander. Er wordt gepraat over een nieuw multiculturalisme, een liberale islam, maar is dat de behoefte van de migrant of van de ondertekenaars van het manifest? Je kunt niet zeggen wat er moet komen, je kunt alleen zeggen hoe vrij je de ander wilt laten in een levensstijl die de jouwe niet is en die je misschien zelfs betreurt. Daarbij geldt voor mij het principe gelijke monniken, gelijke kappen. Niemand heeft in Nederland ooit gepleit voor maatregelen tegen de SGP of aanverwante kerken, hoewel er iets voor te zeggen valt dat daar geestelijke kindermishandeling plaatsvindt (je hebt een boos hartje en moet God om een nieuw hartje vragen). Al dat tegen de islam gerichte gelegenheidsliberalisme en –atheïsme van mensen als Cliteur maakt me dan ook onpasselijk.
Verder denk ik dat integratie niet alleen betekent macht en ruimte delen, maar vooral veel concretere zaken zoals bij mekaar op de thee komen, samen Nederland 3 en Al Jazeera kijken, en samen naar de kerk en naar de moskee en naar het winkelcentrum en een popconcert gaan. Vrijzinnig denken wordt m.i. minder bevorderd door scherpe debatten dan door de praktijk van alledag, door de inconsequentie en de gemakzucht en het korte-termijndenken van mensen, die vaak hun nadelen hebben maar in dit geval ook hun voordelen.
Democratie en vitaliteit
Wat ik een beetje mis in het manifest is de relatie tot buitenparlementaire actie en burgerlijke ongehoorzaamheid. Links heeft zich de laatste twintig jaar steeds meer keurig aan de wet gehouden, vanuit de op zichzelf redelijke gedachte dat wij vóór de democratie zijn, en het niet democratisch is om je zin te krijgen door de wet te overtreden.
Tragisch feit is echter, dat de burger zich diezelfde laatste twintig jaar steeds verder van de democratische organen af voelt staan. Zou er een verband liggen? Zou juist af en toe een íets hardere actie de democratische organen niet vitaal en alert kunnen houden? Dat betekent natuurlijk niet elke keer een gebouw bezetten, laat staat een rel trappen, als er iets gebeurt dat je niet bevalt. Maar te snel achter de onderhandelingstafel kruipen zou elke linkse actie wel eens onzichtbaar en oninteressant kunnen maken.
Waarom zo?
Het abstractiegehalte van het manifest brengt me op een wat onaardige gedachte: het ruikt erg naar notas en rapporten, naar bureaus, naar keurige overlegmodellen. Is een van de ondertekenaars ooit langer dan tien minuten in een kraakpand, een achterstandswijk, een multicultureel buurtcentrum geweest? Heeft hij/zij langere tijd een uitkering gehad? Geblowd met iemand die later veroordeeld werd voor terroristische activiteiten? Zo ja, dan hebben jullie je verleden knap opgeschoond, maar het resultaat is mij iets té clean. Een manifest hoeft geen hippiepsalm te worden, maar een beetje passie en straatrumoer mag er wel in.
Daarbij mag rustig het woord maatschappijkritiek van stal gehaald worden. Het woord is een beetje in diskrediet geraakt en vereenzelvigd met paranoïde maatschappijkritiek, een vorm van denken die in alle ongewenste verschijnselen een samenzwering van het kapitalisme zag (Er rust een taboe op homoseks om de solidariteit tussen de mannelijke arbeiders te ondergraven, dat werk). Maar in feite verdient de maatschappij het, als ieder door mensen verzonnen fenomeen, om kritisch bekeken te worden, simpelweg volgens het motto van Barend Servet: Waarom zo, als het ook zo kan?
