Politieke verbeeldingsmacht
De meest voorkomende reden om vandaag de dag links te zijn lijkt soms wel dat links niet rechts is. De linkse oppositie trekt in opiniepeilingen al tijden meer stemmen dan de rechtse regeringspartijen. Maar bijna niemand gelooft dat de aansprekende politieke visie van links hiervoor verantwoordelijk is. Weerzin tegen het sociaal-economische beleid van de regering Balkenende en/of de toon van de rechtse kritiek op de Islam en het multiculturalisme zijn volgens velen van grotere invloed. Dat is uiteindelijk slecht nieuws voor de linkse partijen. Het suggereert dat linkse sympathieën momenteel niet creatief van aard zijn, maar veelal reactief, verdedigingsreflexen tegen de schijnbaar alternatiefloze verbeeldingsmacht van rechts.Wie over politieke verbeeldingsmacht beschikt, heeft de macht om de politieke agenda te bepalen en – nog belangrijker -- om een dominant duidingskader voor de voornaamste politieke vraagstukken te bieden. Verbeeldingsmacht schept beelden van wat politiek tot politiek maakt, van wat onze politieke problemen zijn en hoe ze geanalyseerd dienen te worden. In het volgende wil ik allereerst verkennen wie er vanwege welke eigenschappen over beschikt. Als we daarmee beginnen, kunnen we de vraag wat verbeeldingsmacht mogelijk maakt later wellicht beantwoorden. Om dan tenslotte te vragen of links vandaag de dag nieuwe politieke verbeeldingsmacht kan genereren.
Drie politieke verbeeldingskunstenaars
Op zoek naar politici met verbeeldingsmacht belanden we in de recente Nederlandse politiek rechts van het midden. Ik wil hier kort de drie mijns inziens grootste politieke verbeeldingskunstenaars van de afgelopen tien jaar bespreken: Frits Bolkestein, Pim Fortuyn en Jan Peter Balkenende.
Frits Bolkestein verkreeg verbeeldingsmacht toen hij begin jaren negentig met even warse als intellectueel doorwrochte interventies zijn kritiek op het multiculturalisme lanceerde. Hij maakte de explosieve constellatie burgerschap-cultuur-religie bespreekbaar. Een onverschrokken, niet relativistisch vertrouwen in westerse rechtstatelijke waarden was daarbij zijn uitgangspunt. Hij maakte daarmee een beeld van het politieke salonfähig dat later dominant zou worden bij mensen als Fortuyn, Hirsi Ali, Ellian en Cliteur.
Pim Fortuyn had als geen ander verbeeldingsmacht. Hij was de klassieke charismaticus die van buiten komt, de bestaande orde afwijst, persoonlijke moed en zelfopoffering toont, verlossing belooft en de harten van de mensen wint. Van links tot rechts werd zijn geheimzinnige vraag gecopieerd wat er in dit land al dan niet ‘vrij’ gezegd mocht worden. Fortuyn begreep hoe politieke verbeeldingsmacht werkt: ze bepaalt de orde van het spreken, de informele machtsverhoudingen die bepalen welke thema’s er toe doen en welke niet, wie werkelijk gehoord wordt, en wie niet. Velen voelden oude duidingskaders -- en dus oude grenzen aan wat gezegd mocht worden -- wankelen. Velen zochten naar nieuwe antwoorden. Het besef dat we moeten blijven zoeken naar nieuwe duidingskaders is inmiddels zelf een dominant duidingskader geworden. Dat is misschien wel Fortuyns grootste verdienste.
Tenslotte beschikt ook Jan Peter Balkenende over grote politieke verbeeldingsmacht. Hij heeft niet de stijl van Bolkestein, laat staan het charisma van Fortuyn. Maar ook hij is koppig, ook hij is een intellectueel zwaargewicht onder zijn gelijken. En meer dan Bolkestein en Fortuyn is hij er in geslaagd een constructief politiek duidingskader aanvaard te krijgen: het denken in termen van waarden en normen heeft inmiddels elke straathoek bereikt. Waar Bolkestein en Fortuyn vooral kritisch waren, levert Balkenendes politieke verbeelding een kader dat antwoorden genereert.
Vijf eigenschappen van verbeeldingsmacht
Deze eerste verkenning suggereert verfrissend genoeg dat persoonlijk charisma géén noodzakelijke voorwaarde van verbeeldingsmacht is. Van de genoemde heren heeft alleen Fortuyn de harten van de massa gestolen. De andere twee worden serieus genomen vanwege de zaak waarvoor ze staan. Maar we hebben reden om te vermoeden dat er ten minste drie noodzakelijke voorwaarden van succesvolle verbeeldingsmacht bestaan.
Intellectuele kracht (1), die wars van bestaande patronen (2) wordt ingezet om een nieuw perspectief op maatschappelijke problemen te lanceren (3), maakt politieke verbeeldingsmacht kennelijk mogelijk. Ze wordt werkelijke macht wanneer de gevestigde politieke orde en burgers zich niet alleen op de voorgestelde agendapunten richten (4), maar het politieke wereldbeeld van de verbeeldingskunstenaar in de eigen politieke overtuigingen inpassen (5). Dat laatste doen dikwijls zelfs de tegenstanders van verbeeldingskunstenaars. Hen blijft vaak geen andere keuze dan zich reactief tot het nieuwe wereldbeeld te verhouden. Ze ontkennen de juistheid ervan, maar zijn niet in staat een overtuigend alternatief te schetsen.
Balkenende, of vijf verdere aspecten
Balkenendes promotie van waarden en normen is een schoolvoorbeeld van politieke verbeeldingsmacht. Vóór hij de politieke werkelijkheid in deze termen begon te beschrijven, was de benadering niet in zwang. Het autonome individu en rechtvaardige instituties, dáárover moest het debat ten tijde van de paarse kabinetten gaan. Deze beide steunpilaren van een liberaal-democratische orde zouden door een nadruk op waarden en normen maar in gevaar komen.
Balkenende zat de aanvankelijke spot rustig uit. Vervolgens hielp Fortuna hem een handje, zoals ze politieke winnaars wel vaker op grillige wijze in het zadel helpt. Na wat strubbelingen met de erfenis van Pim (met de LPF als partner in zijn eerste regering) nam hij na de moord op Fortuyn de geboden kans met glans waar. Een eendimensionale maar heldere politieke filosofie stelde hem in staat een omvattend antwoord te geven op de grote vragen die bij alle maatschappelijke onrust speelden: Het (dolende, vervreemde) autonome individu en de (door Fortuyn als nepotistisch en antidemocratisch afgeschilderde) instituties van de staat zijn illusies zolang ze niet zijn ingebed in een gemeenschap van burgers die zijn verbonden door gedeelde, in nationale tradities gegrondveste waarden en normen. Van haast onaantastbare steunpilaren van de liberaal-democratische orde waren het autonome individu en de instituties van de staat binnen een mum van tijd tot politieke agendapunten binnen een veel bredere visie geworden.
Het geheim van Balkenendes succes school in zijn open oog voor een in de jaren tachtig en negentig in universiteiten en NGO’s uitgebreid bediscussieerde, maar door opeenvolgende Nederlandse regeringen verwaarloosde vereiste van een goede maatschappelijke orde. Hij ging op zoek naar het ethische bindmiddel tussen individu, economie en staat: een samenleving van betrokken burgers, verbonden door gedeelde waarden en normen. De statische en weinig pluralistische wijze waarop hij die ‘communitaristische’ samenleving uiteindelijk begrijpt verdient kritiek. Maar dát hij het belang ervan benadrukte is een verdienste. Politieke verbeeldingsmacht werkt optimaal wanneer ze onder condities van onzekerheid een blinde vlek van het oude politieke wereldbeeld tot centrum van het nieuwe maakt (6). Het geeft politieke verbeeldingsmacht direct een aspect van grote urgentie, van moeten handelen voor het te laat is (7).
Inmiddels denken talloze politici en – belangrijker – burgers van links tot rechts in termen van waarden, normen en burgerlijk fatsoen. Het helpt hen te analyseren wat er mis is met de samenleving (8), het geeft hen een beeld van hoe misstanden kunnen worden opgelost (9), en een ideaal-voorstelling van de goede samenleving (10). Balkenendes constructieve politieke verbeeldingsmacht is daarom misschien wel groter dan de vooral kritische macht van Bolkestein en Fortuyn. Want meer dan hun visie dicteert Balkenendes visie inmiddels het politieke wereldbeeld van het gros van de politici, opiniemakers en burgers. Eigenlijk alle critici van de Islam herhalen bijvoorbeeld keer op keer het mantra dat Balkenende naar voren schoof: als we maar dezelfde waarden en normen delen, dan kan het nog goed komen met ons op drift geraakte land.
De verbeeldingsmacht van links
Als we willen nadenken over de verbeeldingsmacht van links is het van belang in te zien dat verbeeldingsmacht noch op machtsgaranties, noch op het gelijk van een beweging wijst. Dat weet links na de vele jaren van eigen verbeeldings-macht als geen ander. De macht ligt nu elders. En zeker, de verbeeldingsmacht van rechts heeft sterke kanten. Met name Balkenendes inzicht in het belang van concrete sociale relaties, waarden en normen was in tijden van maatschappelijke onzekerheid een schot in de roos. Maar de wijze waarop het wordt ingezet in met name het integratiedebat laat zien waarin een groot inzicht klein kan zijn. Ik doel op de constante suggestie van rechtse politici en intellectuelen dat overeenstemming over waarden en normen – “onze” waarden en normen (zoals bijvoorbeeld Hilbrand Nawijn onlangs bij het Vlaams Belang zei, en tal van politici wekelijks in de pers) -- een voorwaarde zou zijn voor een goed functionerende samenleving.
In de week na de moord op Theo van Gogh hebben we gezien waartoe deze culturalistische puurheidswaan kan leiden. Het bevordert een generaliserend wij-zij denken en daarop gestoelde probleemanalyses, beleidsvoorstellen en idealenbeelden die niet alleen onwenselijk en voor velen kwetsend zijn, maar soms ook in strijd met de wet. Dat begon met de assumptie dat de waarschijnlijk terroristische daad van Mohammed B. iets belangrijks uitdrukte over de integratie van één miljoen islamitische Nederlanders. Het kreeg een vervolg in een ongefundeerde hetze tegen de vermeende politieke opvattingen van al die islamitische Nederlanders. Het eindigde met brand in scholen, moskeeën en kerken en een algemeen paniekgevoel onder de bevolking. Ik heb links in die angstige tijd te weinig kritische vragen horen stellen over het klimaat dat dit mogelijk maakte, en haar verbinding met rechtse verbeeldingsmacht.
Laat links onvermoeibaar benadrukken dat het altijd de kracht van liberaal-democratische samenlevingen is geweest om mensen die het niet met elkaar eens zijn over allerlei publieke en private waarden en normen, toch in respectvol conflict met elkaar te laten samenleven. Op de vrijzinnig linkse visie van Femke Halsema van GroenLinks na, dragen linkse partijen dat idee de laatste jaren met te weinig passie en oog voor principe uit. Laat na de schuldbekentenissen over de linkse rol in de mislukte integratie van migranten een principiële verdediging volgen van basale vrijheden en vormen van respect die op de tocht staan. Neem hier de hardheid van rechts – “wie niets gedaan heeft, heeft niets te vrezen” -- niet over. Kom vanuit loyaliteit aan de rechtsstaat openlijk op voor degenen wiens rechten en reputatie worden geschaad en val rechts rechtstreeks aan op de gevolgen van de heersende politieke verbeelding. Laat de kiezer met andere woorden zien wat de consequenties zijn van het dominante politieke denken dat – als duidingskader – inmiddels wellicht ook zijn eigen denken beïnvloedt. Wouter Bos’ rede op het PvdA-congres eind januari was een mooie, goed getimede aanzet, die hopelijk een regelmatig vervolg krijgt.
Links zal met een principiële en gepassioneerde aanpak bij een deel van het electoraat nieuwe verbeeldingsmacht genereren. De tijd is er langzaam rijp voor, de kritische stem kan na november 2004 weer worden gehoord. Het zal de politieke verhoudingen polariseren. Maar links moet niet altijd de redelijkste willen zijn. Nieuwe verbeeldingsmacht verschijnt aanvankelijk nooit als redelijk – dat maakt haar juist nieuw. Een kabinet zonder principieel tegengas herziet haar conceptualisering van het politieke niet -- maar organiseert ondertussen wel verzoeningsbijeenkomsten in de Ridderzaal. Repressieve tolerantie jegens de brave resten van pluralistisch Nederland.
Het is natuurlijk mooi om als linkse denktank – Waterland -- te willen komen tot een “Groot Verhaal” over linkse politiek, dat economische, politieke en culturele vraagstukken in nationaal en internationaal perspectief doordenkt. Met alle respect: dingen doordenken is nooit het zwakke punt geweest van links. Het manifest van de denktank zit mooi in elkaar, maar het mist een gevoel van urgentie. Hetzelfde geldt mijns inziens voor het nieuwe beginselmanifest van de PvdA. De zwakke plek van links schuilt sinds de gelukkige dood van het proletariaat niet in theoretisch vermogen, maar in een onvermogen vanuit een praktische maar toch principiële houding, pakkende politieke visies op te bouwen. Zo zou ook Waterland door de ideologische en theoretische vereisten van het Grote Verhaal de fout kunnen maken zich meer op het abstracte ‘gezicht van links’ te richten, dan op concrete thema’s waaraan de politieke verbeelding kan ontvlammen.
We hebben gezien dat politieke verbeeldingsmacht begint met intellectuele macht die zich wars van heersende meningen vanuit een nieuw perspectief op een dringend maatschappelijk probleem werpt. Nieuwe verbeeldingsmacht ontleent dááraan haar urgentie. Ze actualiseert de rest van de ideologie vervolgens als spin-off bij één of enkele praktische speerpunten. Op die manier is het mogelijk ook bredere politieke duidingskaders verbeeldingsmacht te geven. De eenzijdige focus op thema’s hoeft niet in eenzijdige politiek te ontaarden. Meerdere pogingen tot vernieuwing van verbeeldingsmacht kunnen naast elkaar bestaan; de thema’s neo-liberalisme en internationale kansen- en bezitsverhoudingen bieden zich juist voor links bij uitstek aan. Ook op die gebieden domineert rechtse verbeeldingsmacht. Wie macht wil verwerven moet met warse passie en intellectuele kracht voor een urgente zaak staan. Kies zo’n zaak, dan komt het Grote verhaal later wel.
Noot:
De term verbeeldingsmacht ontleen ik aan Willem Witteveen en Sanne Taekema (red.), Verbeeldingsmacht: Wat juristen moeten lezen. Boom juridisch, 2000. Zij gebruiken de term in een compleet andere context.
Bert van den Brink doceert sociale en politieke filosofie aan de Universiteit Utrecht. Democratie als geciviliseerd conflict is zijn onderzoeksthema.
