De jeugdhulpverlening: eigen kracht eerst
Ronnie is somber. Moeder maakt zich zorgen over hem en roept de hulp in van Jeugdzorg. Van het een komt het ander. Moeder heeft hulp nodig, zeggen ze, maar ze heeft geen idee wat ze precies bedoelen. Voor Ronnie is er een ondertoezichtstelling in voorbereiding. Het is beter voor hem als hij tijdelijk uit huis gaat. Moeder vertrouwt geen enkele instelling meer. Ze werkt niet mee, is de conclusie van de hulpverlening. Als ze zo doorgaat zal Ronnie zeker in een pleeggezin geplaatst worden.Wie voedt de kinderen op?
Ouders zijn verantwoordelijk voor hun kinderen, maar als ze het niet goed doen kan hen het gezag uit handen worden genomen. Ouders moeten bovendien maximaal bijdragen aan de economie. Overheidsfinanciering van de kinderopvang lijkt te zeggen dat de rol van de ouders gedelegeerd kan worden, dat ouderschap een vak is en dat onvoorwaardelijke liefde niet belangrijk is. Ik ben geen tegenstander van kinderopvang, maar ik vraag me wel eens af wie de kinderen opvoedt: ouders of de overheid? Wie is verantwoordelijk en wie aansprakelijk? Als je de ouders op hun verantwoordelijkheid aanspreekt – wat mij betreft terecht – moet je hen de mogelijkheid bieden om tijdig ondersteuning te krijgen, zonder bang te zijn dat hun kind afgepakt kan worden. Het moet wel heel beroerd gaan met een kind, wil het in diens belang zijn, dat het zijn ouders kwijt raakt. Heel schrijnend is het als door miscommunicatie de situatie uiteindelijk zozeer uit de hand loopt dat een pleeggezin de beste oplossing wordt. Jeugdbeschermers hebben vaak een onmogelijke taak. In plaats van de instanties zwaar onder druk te zetten zou ik als overheid investeren in opvoedingsondersteuning – samen en in overleg met de ouders.
Niet beperken maar benutten
Opdat iedereen mee kan doen in de samenleving worden zwakke mensen vaak beschermd ten koste van sterke mensen. Met het doel ben ik het eens, met de weg erheen absoluut niet. Mensen die sterk zijn en beperkt worden in hun mogelijkheden gaan op zoek naar de mazen in het net. Dat is een menselijke eigenschap, die onmogelijk uit te roeien valt. Gelukkig maar! De regels treffen daardoor meestal degenen voor wie ze niet bedoeld zijn. Ik pleit daarentegen voor oplossingen waarbij sterke mensen benut en gestimuleerd worden om mensen die dat nodig hebben, te helpen sterker te worden. Daar heb je meer aan dan aan bescherming en betutteling. Je moet dit wel organiseren, want het recht van de sterkste levert dit resultaat niet automatisch op. Het is essentieel dat mensen die hulp nodig hebben zelf besluiten of ze die hulp wel of niet willen hebben en betrokken willen worden bij het vinden van de juiste hulp. Door zon gemotiveerde hulpvrager te koppelen aan iemand die geld of energie over heeft, maak je het voor de sterke mensen een stuk aantrekkelijker om mensen te helpen.
Eigen kracht
Als ouders een hulpvraag hebben worden ze geacht naar Bureau Jeugdzorg te gaan. Ik krijg steeds meer vragen van ouders naar andere mogelijkheden, omdat ze gehoord hebben dat ze dan hun kind kwijt kunnen raken. Een goed alternatief is de Eigen Kracht Conferentie. Dat is een bijeenkomst van familie en vrienden, met als doel gezamenlijk een veilige oplossing te vinden voor het probleem. Pas in tweede instantie wordt de professionele hulpverlening erbij betrokken. Het familieplan is leidend. De bijeenkomst wordt gefaciliteerd en ondersteund door een onafhankelijke coördinator. De EKC gaat dus uit van wat ouders en familie zelf kunnen. Het gaat hierbij niet alleen om een methodiek, maar ook en eigenlijk in de eerste plaats om een andere houding ten opzichte van ouders. Derden rondom de familie, zoals de buurvrouw of de sportcoach, spelen ook een rol. Juist bij hulpvragen onder allochtonen heeft dit een meerwaarde. In Nieuw Zeeland (Maori) had dit tot gevolg dat de jeugdzorginstellingen dreigden te verdwijnen, omdat er veel minder een beroep op werd gedaan. In Nederland zijn we al heel blij met het opheffen van de wachtlijsten, onder andere omdat men zo in een veel eerder stadium problemen kan oplossen.
Samen komen we er wel uit
Ondernemende mensen hebben de neiging een gat in de markt te zoeken en daar iets op te vinden. Niet-ondernemende mensen hebben de neiging dat te wantrouwen, ook als dat gat door menigeen als storend wordt ervaren. Er zijn lange wachtlijsten in de jeugdzorg en legio zorgaanbieders, met en zonder winstoogmerk. Met elkaar zouden die wachtlijsten op te lossen zijn; dat is mijn stellige overtuiging. Wat let ons? Zet particuliere zorgaanbieders in, als er een wachtlijst is bij de gesubsidieerde hulp. Als problemen tijdig worden aangepakt zijn de uiteindelijke kosten lager. Voor iedereen!
Herstel het vertrouwen!
De jeugdhulpverlening kost veel geld en het resultaat is onbevredigend. De ouders zijn verantwoordelijk, maar de instellingen worden erop aangesproken en dekken zich in. Dat werkt niet en is voor iedereen frustrerend. Maak mensen weer verantwoordelijk voor zichzelf en spreek hen daar ook op aan. Stimuleer hen, als er iets niet goed gaat, om eerst zelf een oplossing te bedenken en ondersteun hen daarbij. Benut alle mogelijkheden die er zijn. Op die manier krijgt men weer vertrouwen in de hulpverlening en zal men die gebruiken als het echt nodig is.
Klariet Bolle is directeur van het Bemiddelingsbureau Jeugdmaatwerk (www.jeugdmaatwerk.nl)
