Pleidooi voor een Vrijzinnig Midden
VrijzinnigheidHet begrip vrijzinnigheid heeft in de loop der tijd twee betekenissen gekregen. Het wordt vaak in een religieuze betekenis gebruikt voor de tegenstelling tussen rekkelijken en preciezen, waarbij de laatsten vasthouden aan de rechtzinnige traditie. Vrijzinnig betekent in deze context een ondogmatische houding. De calvinistische wereld was aan het begin van de zeventiende eeuw verdeeld tussen remonstranten en contra-remonstranten, als gevolg van een roemrucht dispuut tussen Arminius en Gomarus. Een theologisch conflict over het begrip predestinatie groeide uit tot een nationale politieke strijd. Gomarus won uiteindelijk het pleit, en zijn rechtzinnige leer werd de officiële leer van de gereformeerde (staats)kerk. De vrijzinnigen raakten in de verdrukking, en raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt werd het slachtoffer. Dit betekende dat de vrijzinnigheid in het door gereformeerde calvinisten gedomineerde Nederland gedurende twee eeuwen een ondergeschikte rol speelde.
In politieke zin is de vrijzinnige stroming een tak van het negentiende-eeuwse Nederlandse liberalisme. Zowel de liberalen van de VVD als de vrijzinnig-democraten van D66 hebben Johan Thorbecke en Samuel van Houten als stamvader. In 1901 scheurde de liberale stroming en ontstonden twee nieuwe partijen, de Liberale Unie en de Vrijzinnig Democratische Bond. De eerste kan als een voorloper van de centrum-rechtse VVD worden gezien, de tweede als het vooroorlogse broertje van het sociaal-liberale D66. De VDB nam echter een onafhankelijker positie in dan D66 tegenwoordig doet. Overigens was het een van de laatste voormannen van de Vrijzinnig Democratische Bond, mr. Pieter Oud, die in 1948 de VVD oprichtte.
Van JOVD via D66 naar de PvdA
Ik kom uit een liberaal nest. Toen ik als achttienjarige in 1988 voor het eerst ging stemmen en wel op de PvdA, was mijn vader diep bedroefd. De goede man was in de jaren zeventig nog voorzitter geweest van de Zeeuwse Kamercentrale van de VVD. Vonhoff had begin jaren zeventig nog een keer bij ons gelogeerd toen het laat was geworden in Zeeland. In de jaren tachtig was de Partij van de Arbeid nog de partij van de rooie rotzakken, die zure grijze figuren in mijn vaders woorden. Ik weet nog dat hij rood aanliep als Den Uyl op de televisie verscheen. De socialisten kregen overal de schuld van: de PvdA was de partij van de staatsschuld, van Nieuw Links, van lelijke stadsvernieuwing, van de Mammoetwet, van de verfoeide nivellering, en van die vreselijke Rode Vrouwen. Afkeer van socialisme en communisme werd me met de paplepel ingegoten. Van de andere kant was dat liberalisme van het ouderlijk huis ook een soort Verlichtingsliberalisme, sterk gericht op een culturele traditie, geloof in wetenschap, vrij ondernemerschap, en een seculiere politiek. Terwijl ik me daar als tiener heftig tegen verzette, herkende ik later de kritiek van mijn vader in mijn eigen kritiek op de PvdA: de regentenmentaliteit van de machtspartij van top-ambtenaren, interim-managers, carrière-tijgers, partijfunctionarissen en opportunisten.
In een D66-flyer die ik op een huiskamerbijeenkomst in handen kreeg gedrukt staat dat één op de drie Nederlanders ooit op D66 stemde. Dat zou neerkomen op vijftig zetels in het parlement. Alleen staat D66 in de peilingen nu op een krappe twee zetels. Hoe is dat mogelijk? De partij geeft zelf antwoord: de kiezers zijn teleurgesteld. D66 heeft een aantal fouten gemaakt in de kabinetten-Balkenende en in Paars. Ingeklemd tussen de PvdA en de VVD in Paars, en tussen het CDA en de VVD tijdens het kabinet-Balkenende II, leek het wel of de successen van de Democraten ondergesneeuwd raakten. D66 bleef onzichtbaar, of moest de hete aardappels uit het vuur halen.
D66 noemt zichzelf vanaf 1998 sociaal-liberaal en staat voor een duurzame, democratische en open samenleving. De partij past in de vrijzinnig-progressieve hoofdstroom van het internationale liberalisme en omarmt de politieke filosofie van het ontplooiingsliberalisme, dat de vrije maar verantwoordelijke mens centraal stelt. Dezelfde gedachte vind men overigens ook in de links-liberale vleugel van de VVD en de vrijzinnig-democratische vleugel van de PvdA. Het bestaansrecht van D66 was dat de partij een democratisch radicalisme belichaamde dat stond voor staatsrechtelijke vernieuwing en een nieuw partijenstelsel. Deze grondredenen voor haar bestaan zijn weggevallen zodra D66 tot het politieke establishment ging behoren, en andere partijen de ideeën van D66 overnamen.
In de jaren negentig maakte ik als vrijzinnig-democratisch georiënteerd persoon een reis door Paars, van de JOVD naar de Jonge Democraten (D66), om tenslotte terecht te komen bij de PvdA. Tijdens mijn kortstondige lidmaatschap van deze partij volgde ik de ROSA-kadercursus, een cursus gemeentepolitiek, zat ik in de werkgroepen Jongeren en Cultuur, en hielp ik mee tijdens verkiezingscampagnes. Eind jaren negentig zegde ik mijn lidmaatschap op, omdat ik geen verschil meer kon ontdekken tussen de PvdA en de VVD, en omdat ik teleurgesteld raakte in de PvdA als cultuurpartij.
Een nieuwe Vrijzinnig Democratische Partij
Inmiddels al jaren bewust partijloos, vraag ik me af waarom er in het Nederlandse politieke landschap geen fundamentele herschikking komt. In het midden bevindt zich immers een grote groep sociaal-liberale of vrijzinnig-liberale kiezers, die verspreid zijn over GroenLinks, de PvdA, D66 en de linkervleugel van de VVD. In mijn opinie moet D66 worden opgeheven en moet de aanhang ervan samen met andere sociaal-liberalen een nieuwe, centrumlinkse partij oprichten: de Vrijzinnig Democratische Partij. Die partij kan vorm krijgen via informele bijeenkomsten van leden van deze partijen, leden van politieke jongerenorganisaties, medewerkers van wetenschappelijke bureaus en onafhankelijke geïnteresseerden, onder wie politiek geëngageerde sociologen, politicologen en filosofen.
Vrijzinnig Democratisch Nederland zou het thema zijn waaromheen informele netwerken kunnen worden gevormd, die kunnen uitgroeien tot een soort nationale vrijzinnige grassroots movement met regionale kernen. Partijlozen kunnen samen met partijleden in zon beweging politiek onderdak vinden. Tal van waardevolle en onafhankelijke mensen die zich nu nergens bij thuis voelen, zouden zich zich op een alternatieve manier kunnen organiseren en politiek manifesteren. Velen doen dat nu door journalistiek en literair schrijfwerk of intellectuele inzet in culturele en politieke debatten in instellingen zoals de Rode Hoed en De Balie in Amsterdam, het Posttheater in Arnhem of Doornroosje in Nijmegen. Behalve aan columnisten voor NRC Handelsblad, de Volkskrant, de Groene Amsterdammer en Vrij Nederland kan men ook denken aan vrijzinnige programmamakers voor de VPRO, NPS, IKON, de Humanistische Omroep, RVU/Teleac, de cultuurtak van de AVRO, de VARA en de BOS (Boeddhistische Omroep Stichting).
Vrijzinnigen moeten zich in de Nederlandse politiek manifesteren als een onafhankelijke politieke kracht met een rijke traditie. Het zijn mensen die risico durven te nemen en die controversiële onderwerpen niet schuwen. Deels zijn dat mensen die zich organiseren via buitenparlementaire clubs, belangenverenigingen, stichtingen, internetfora, single issue-bewegingen zoals de Partij voor de Dieren, de Ouderenpartijen, GreenPeace, Milieudefensie, de vrouwenbeweging (het Clara Wichmann-instituut, Opzij en het vrouwelijk managersnetwerk), kunstenaarsorganisaties, het COC en allochtonen-organisaties zoals de Turkse, Koerdische en Marokkaanse arbeidersverenigingen. Anderen manifesteren zich als leden van ondernemingsraden binnen bedrijven of instellingen, van een nieuwe vakbond als het AvV, van wijkverenigingen, of van Centraal Wonen-gemeenschappen. Zij zijn ook te vinden in de lokale en Leefbare partijen, en in de nieuwe post-fortuynistische partijen op rechts. Clubjes dissidente D66-ers en VVD-ers zoals de Sociaal-Liberale Partij en de Liberaal-Democraten vissen in dezelfde electorale vijver.
Lange adem
Een Vrijzinnig Democratische Partij moet zich profileren op cultuur, economie, ecologie, civil society, human capital (investeringen in onderwijs en wetenschap), de creatieve en kenniseconomie, groene landbouw en integratie. Een Vrijzinnig Democratische Partij is cultureel, omdat ze zich inhoudelijk bezighoudt met de vormgeving van Nederland, middels een uitgewerkte visie op architectuur, de inrichting van het landschap, infrastructurele werken (inclusief de esthetische kant ervan), kunst in de openbare ruimte, musea en concertpodia, en een flankerend kunstbeleid. Culturele identiteit heeft ook te maken met human capital, omdat cultuur voortkomt uit scholing, communicatie, uitwisseling en beheersing van disciplines en een wisselwerking tussen de cultuurproducent en zijn omgeving. Cultuur kun je ook koppelen aan economie en ecologie, omdat in een creatieve economie zowel de toegepaste als de autonome beeldende kunst een rol speelt.
De vorming van zon Vrijzinnig Democratische Partij is ongetwijfeld een zaak van de lange adem. Eerst moeten informele netwerken worden opgezet en ontwikkeld. Politici, politicologen, academici, filosofen, sociologen en vooral ook onafhankelijke geesten zouden hun talent, expertise en ervaring moeten inzetten ten bate van het vrijzinnige politieke proces. De vorming van zon partij kan net zo verlopen als de totstandkoming van Paars via het Des Indes-beraad. Dat begon in 1976, en kwam pas achttien jaar later tot een concreet resultaat, toen de PvdA, VVD en D66 in 1994 hun eerste paarse coalitie vormden. Mijn pleidooi wordt echter niet door heimwee naar Paars gedreven. Mijn ideaal is eerder het bundelen van ideeën en ervaringen van de vooroorlogse VDB met die van D66 en de vrijzinnig liberalen in de VVD, met de blik gericht op de Liberal Democrats in Engeland en de liberals in de Verenigde Staten. Nederland kent op dit punt een indrukwekkende traditie, waar een nieuwe Vrijzinnig Democratische Partij gebruik van zou moeten maken!
Pieter Pluijgers is beeldend kunstenaar en radiojournalist bij RTV Arnhem.
